
Het cliché is dat achter elke (mannelijke) kunstenaar een vrouw staat. Als muze en/of als degene die de zakelijke leiding heeft. Vaak is dat waar; Rembrandt had Saskia die meewerkte in de schilderijenhandel en Hendrikje behoedde hem in zijn armere periode voor een faillissement. Bij Hans Arp waren het zijn partner Sophie Taeuber en, na haar dood, Marguerite Hagenbach die de zakelijke leiding hadden. En Valentine Prax, Zadkines echtgenote, bracht zijn kunstwerken in veiligheid toen hij in de Tweede Wereldoorlog naar Amerika was gevlucht.

Ook Roger Raveel had een vrouw die van onschatbare waarde is geweest voor zijn werk en zijn carrière: Zulma De Nijs. Deze geboren en getogen Machelse was het buurmeisje van Roger Raveel. In 1946, toen Raveels moeder ernstig ziek werd, verzorgde zij met grote toewijding de moeder tot haar overlijden. Roger en Zulma werden verliefd en ze trouwden in 1948.

Het koppel trekt in bij de vader van Raveel en Zulma neemt alle zorgtaken op zich. Roger, als beginnend kunstenaar, ploetert op de zolder en schildert op hardboardpanelen en pakpapier, omdat hij nog vrijwel geen geld verdient met de verkoop van schilderijen. Zulma, die het drankwinkeltje van moeder Raveel heeft overgenomen, zorgt voor de inkomsten. Daarbij geeft ze blijk van een praktisch zakelijk talent; ze betaalt wijnleveranties soms met schilderijen van haar man.
Als Raveel eenmaal erkenning krijgt en dus ook meer werk gaat verkopen, blijft Zulma met ijzeren discipline de zakelijke leiding voeren. Ze houdt in een schrift het kasboek bij en regelt al zijn afspraken. Het verhaal gaat dat er op een dag onaangekondigd een galeriehouder uit Amsterdam voor de deur stond, maar Zulma weigerde hem de toegang en de man kon weer gaan.
Zulma, die tien jaar ouder was dan Roger Raveel, creëerde de (huiselijke) omgeving waarin Raveel zich helemaal kon wijden aan de kunst. Kunst waar ze misschien van huis uit niet zo’n affiniteit mee had, maar die ze wel door dik en dun verdedigde. Het is vooral aan Zulma te danken dat Machelen-aan-de-Leie het Roger Raveel Museum heeft. Zulma stond erop (tegen het advies van Rudi Fuchs in) dat al het werk van Raveel in één museum werd ondergebracht én dat dat museum in zijn eigen Machelen zou komen.


Roger Raveel schildert Zulma vaak terwijl ze eenvoudige (huiselijke) handelingen verricht; ze zit te handwerken, ze strijkt, leest een boek, maakt een kruiswoordpuzzel. Zulma is de personificatie van het thuisgevoel dat Raveel zo koesterde en dat nauw verbonden is aan zijn dorp Machelen-aan-de-Leie. Het dorp met de ommuurde tuintjes, met de mensen die eenvoudige handelingen verrichten, zoals Raveels vader en Zulma dat op veel schilderijen doen. Mensen die nuchter en zonder opsmuk in het leven staan. En op tijd de patatten op tafel zetten.
Zulma beweegt zich door het werk van Roger Raveel met een vanzelfsprekende aanwezigheid. In talloze schilderijen duikt haar hoofd met het kenmerkende kapsel op tussen allerlei abstracte motieven en vormen. Zo verbindt Raveel het gewone – en dierbare – alledaagse met het sublieme. Zulma, de ateliervrouw, voert ons die sublieme werkelijkheid binnen.
4 reacties
Boeiend!
Dankjewel Liesbeth.
Dankjewel Hans weer voor het verhaal over Zulma en Raveel. De alledaagse dingen en handelingen thuis van een zorgende huisvrouw zorgen inderdaad voor stabiliteit voel ik ook in dit verhaal. Vroeger was dat een vast patroon: waarbij de huisvrouw (het woord zegt het al) ervoor zorgt dat het huishouden bleef draaien. Boeiend vind ik de rol van veel vrouwen vaak achter de schermen. Tegenwoordig is dat veel complexer geworden doordat veel vrouwen werken. Toch blijven huishoudelijke taken en de verzorging van de kinderen meestal meer de taak van de vrouw.
Mijn vader zei eens: “moeder is de minister van binnenlandse zaken en financiën en ik minister van buitenlandse zaken”.
Jammer vind ik het dat de rol van een (huis)vrouw nog steeds ondergewaardeerd wordt.
Dankjewel voor je persoonlijke reacte, Jeannette. Het gaat inderdaad vooral over de waardering.
Ik had ooit een oude buurman die zijn vrouw ‘mijn 99 procent’ noemde.