Witregel

Januari 2016. Narcissen bloeien in de berm, in de tuin zingen merels en aan de elzen en de hazelaars wiegen de katjes. Naadloos gaat de zachte herfst over in het zachte voorjaar. Heel Nederland is in de greep van de lente. Héél Nederland? Nee, de noordoost kant van het land heeft zich dapper teweergesteld tegen deze overheersing van de bovengemiddeldheid en zich drie dagen overgegeven aan ijs en sneeuw.

Dat had ik graag ook hier in het westen gehad; zo’n witregel in de lopende tekst van het jaar. Even een adempauze, zodat je het voorafgaande op je kunt laten inwerken. Daarna kan je er weer met volle kracht tegenaan. Ik mis het, die koude witheid van de winter.

Ik ben niet de enige die het mist, vermoed ik. Met Kerst wensen we elkaar massaal fijne feestdagen met prachtig uitgevoerde kaarten van winterlandschappen. Roodborstjes, rendiertjes, verzakte boerderijtjes; alles staat met Kerst in een blinkend witte wereld. Een stille wereld. Een eindeloze wereld.

Helaas wordt dat blinkend witte snel weer opgevuld met familiediners en ho-ho-ho-kerstcadeaus, maar in principe is die heldere kou een prikkel om even een pas op de plaats te maken. Even niet te groeien en te bloeien en altijd weer te boeien.

Het Teylers Museum in Haarlem zet met de expositie ‘Echte winters’ het romantische beeld van de winter neer. Het museum toont de negentiende-eeuwse interpretatie van de Kleine IJstijd die tot ongeveer 1850 in Nederland woedde.  We zien de prachtige bevroren landschappen van Andreas Schelfhout met glashelder, donker ijs en nijver schaatsende mensen. Holland op zijn mooist met koek en zopie, arrensleeën op het ijs en schaatswedstrijden met fier wapperende driekleuren.

Er is weinig wit te zien bij de romantische schilders; de schilderijen worden gedomineerd door zachtroze avondluchten of blauwe uitspansels boven het ijs. Bij de Haagse School wordt de lucht grauwer en komt er meer sneeuw in beeld. De wereld is wit (in allerlei nuances) en er wordt ook minder zwierig in rondgeschaatst. Een enkeling zwoegt moeizaam en voorovergebogen door de sneeuw. De ontberingen van de winter zijn duidelijker voelbaar.

Bij Willem Witsen is ook de menselijke activiteit verdwenen uit de winterlandschappen. Zijn landerijen en stadsparken liggen er verlaten bij, bedekt met een “veelkleurige” witte deken onder een stille, melkachtig witte lucht.

En dan is er het sublieme ‘Sneeuwlandschap met sloot’ van Jan Mankes. Je houdt halt voor een brede grijsblauwe sloot. Daarachter een wit landschap met alleen de essentiële horizontalen en diagonalen van de sloten. Een paar kriebelige kraaien accentueren de verlatenheid. De horizon is hoog, ver weg. Een aanzet tot abstractie.

Dat is de witregel waar ik naar verlang. Een leegte die je op jezelf terugwerpt. Er is rust. Je kunt op adem komen en dan weer verder gaan.

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.