Wieg

“Now is the winter of our discontent made glorious summer by this sun of York” Met die woorden begint Schakespeares ‘Tragedy of King Richard the Third’. Dit jaar speelt het Shakespeare Theater Diever deze bekende tragedie. Het openluchttheatergezelschap waagde zich nooit eerder aan dit stuk met een mega-bezetting en mega-slachtpartijen,  maar nu klinkt deze prachtige openingsmonoloog van de verbitterde, misvormde koning Richard III in de bossen van Drenthe.

Je zou kunnen zeggen dat Shakespeare aan de wieg heeft gestaan van het hedendaagse Engels. Of eigenlijk, de zuigeling die Shakespeare in die wieg legde, had alle karakteristieken in zich van de manier waarop Engelsen zich uitdrukken: Welbespraaktheid met een adellijke grandeur die, met veel metaforen en vaak refererend aan een glorierijk verleden, gevoelens niet zozeer benoemt maar eerder beschrijft. Deze manier van uitdrukken werkt door in alle literaire vormen en alle maatschappelijke geledingen van de Engelse samenleving.

In Drenthe luidt de openingszin van Richard III in de vertaling van regisseur Jack Nieborg: “En zo schijnt in deze winter vol onenigheid, zomaar de felle zon uit York”.  En ziedaar het verschil tussen het aristocratische, enigszins gedistantieerde Shakespeare-Engels en het praktische Nederlands van de koopman-dominee. De wieg van onze taal wordt gevormd door de Statenvertaling, die overigens bijna in dezelfde tijd ontstond als de tijd waarin Shakespeare leefde. De taal van de Statenbijbel blinkt uit in efficiency; er wordt vrij onomwonden beschreven wat er gebeurt.

Die efficiency wordt duidelijk in mijn lezing ‘Rembrandts Handen’, waar ik vaak de Statenbijbel aanhaal om te illustreren dat Rembrandt de heldere tekst letterlijk naar het doek vertaalt. In ‘De blindmaking van Simson’ zijn de vuisten van de geweldenaar Simson niet gebald in woede, maar in píjn. Dat is in overeenstemming met de tekst, die luidt: ‘Toen grepen hem de Filistijnen, en groeven zijn ogen uit…’ (Richteren 16: 21). Dus niet steken met een mespunt, maar met de dolk graven in de oogkassen, zoals ook op het schilderij is te zien.

Een ander voorbeeld van de fenomenale manier waarop Rembrandt de letterlijke, doeltreffende tekst van de Statenvertaling op het doek weergeeft, is de tekst over Saul in het Bijbelboek Samuel. Saul, de labiele koning, de man die zijn leiderschap niet kan dragen, wordt verteerd door jaloezie en paranoïde gevoelens jegens David. Als David een veldslag heeft gewonnen en wordt bejubeld, vlammen afgunst en angst hoog op in Saul.

In de Statenvertaling wordt het aldus beschreven:
‘Het geschiedde nu, toen zij kwamen, en David wederkeerde van het slaan der Filistijnen, dat de vrouwen uitgingen uit al de steden van Israël, met gezang en reien, den koning Saul tegemoet, met trommelen, met vreugde en met muziekinstrumenten.
En de vrouwen, spelende, antwoordden elkander en zeiden: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden!
Toen ontstak Saul zeer, en dat woord was kwaad in zijn ogen, en hij zeide: Zij hebben David tien duizend gegeven, doch mij hebben zij maar duizend gegeven; en voorzeker zal het koninkrijk nog voor hem zijn.
En Saul had het oog op David, van dien dag af en voortaan.’ (1 Samuel 18)
Wat doet Rembrandt? Hij geeft Saul één oog, een duister, angstig, radeloos oog.

  

Rembrandt verbeeldt menselijkheid via de efficiëntie van de Statenvertaling. Shakespeare beschrijft menselijkheid in welluidende en evocatieve woorden. Elke bard zingt zoals hij gebekt is.

 

Afbeeldingen van boven naar beneden:
– 
Scènebeeld uit Richard III, foto Koen Timmerman
– De blindmaking van Simson, Rembrandt van Rijn, 1636
– Saul en David, Rembrandt van Rijn, 1645

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.