Vleugels krijgen!

Instituut Helikon in Utrecht, waar op 16 december mijn Panamarenkolezing in première gaat, heeft voor het nieuwe seizoen het thema Vleugels krijgen! gekozen. Vanaf december 2021 tot juni 2022 gaat Helikon aandacht besteden aan ‘alles wat te maken heeft met engelen, demonen en ander kunst- en vliegwerk’ schrijft Heleen Rippen, directeur en programmeur van Helikon, in de Nieuwsbrief van september.

Ik heb mijn lezing over Panamarenko gemaakt in opdracht van Helikon. En ik ben bijzonder blij met die opdracht, want Panamarenko is een heel inspirerende kunstenaar. Zijn speelse en ingenieuze vlieg-, vaar- en voertuigen maken het kind in mij wakker en in mijn verbeelding beweeg ik vrij door de ruimte. Panamarenko weekt je los van alle conventies en beperkingen en geeft je vleugels. Mijn lezing heet dan ook Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko.

Meikever (Salto Arte), 1975. Foto: Joost De Bock

In de zestiger jaren maakte Panamarenko zijn eerste vliegende tuigen. Hij liet zich hiervoor inspireren door de vleugels en vliegbewegingen van insecten. Een van de allereerste vliegende objecten van Pana is zijn Meikever uit 1968. Het is een installatie die bestaat uit een tafeltje met daarop een kistje. Uit het kistje komt een snoer dat het elektromotortje voedt in de meikever, gemaakt van ijzerdraad, papier en balsahout. In 1975 maakt hij een grote versie van de Meikever. De vleugels hebben een spanwijdte van vijftig centimeter en zijn bedekt met circusachtige sterren. Verkleed als Chinese tovenaar laat hij het beest op 23 mei in een circustent vliegen, in een act die Salto Arte heet. Het insect stijgt fladderend op, maar het snoer trekt hem uit balans en hij stort ter aarde. Nadat hij weer geplakt is, komt de Meikever in het museum.

Tweevleugel, 1974. Museum Boijmans Van Beuningen (depot)

Uit deze Meikever komen in de zeventiger jaren de Meganeudons voort; door menskracht aangedreven tuigen (luchtfietsen in feite) met insectenvleugels. De bestuurder zit op een zadel en brengt met een trapmechanisme de vliesvleugels in trilling. De Tweevleugel uit 1974 is een heerlijk voorbeeld van de speelsheid en simpelheid van Panamarenko’s ontwerpen. Het is een grootogig ‘insect’ met een spanwijdte van 175 centimeter. Je zou zo op dit vertederende voertuigje willen stappen en de lucht in willen fietsen.

Voor deze Meganeudons laat Panamarenko zich inspireren door een prehistorische waterjuffer, die een spanwijdte van anderhalve meter zou hebben gehad. In de wetenschappelijke literatuur komt dit dier niet voor, wel de Meganeuron, een voorloper van de libel uit het Carboon. Panamarenko verandert de ‘r’ in een ‘d’, want ‘dat klinkt zo wat meer dinosaurusachtig.’

Later ontwerpt Panamarenko ook viervleugelige luchttuigen, zoals de Grote Quadru Flip-Flop uit 1998. Ook dit is weer een verbluffend eenvoudig en aanstekelijk luchtvoertuig; de piloot neemt plaats op een stoeltje en zet al trappend de vier vleugels in beweging.

Grote Quadru Flip-Flop, 1998, Foto: Valerie Clarysse

Al deze vliegende tuigen worden aangedreven door mensenkracht, MK genoemd door Panamarenko, als tegenhanger voor de PK’s, Paardenkrachten. Zijn MK is een stellingname tegen de technisch-mechanische processen die ons dehumaniseren. Panamarenko laat de mens vliegen op éigen kracht. Door zijn fantastische ontwerpen ontpoppen wij, mensenlarven, ons tot vliesvleugelige insecten en kiezen we het luchtruim. Krijg nou vleugels!

De lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko is op 16 december bij Helikon in Utrecht en op 19 december bij De Beeldhouwwerkplaats in Den Haag. Zie Agenda.

4 Comments

  1. Heerlijke column Hans.
    Succes met de lezingen! Ze hebben de beste daarvoor gekozen!

    • Dankjewel Vera.

  2. Wat een leuke vooraankondiging Hans! Ik word nog meer benieuwd naar de lezing in december.

    • Dankjewel Heleen


Laat een antwoord achter aan vera Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *