
Een van de beroemdste schilderijen van Jan Mankes is zijn Zelfportret met uil. We zien de jonge schilder, tweeëntwintig jaar oud, die ons enigszins aftastend aankijkt met grote, zwarte ogen. Op zijn rechterhand, dicht tegen zijn borst, zit een kerkuil die zijn eveneens zwarte ogen strak op de toeschouwer richt. De witte schilderskiel vult de hele rechter onderkant van het schilderij. Het benige hoofd van de schilder en de hand met de uil rijzen als het ware op uit deze witte berg. Dit is de schilder en zijn muze.

Mankes schilderde dit zelfportret in 1911 in De Knipe. Hij had kort daarvoor de uil toegestuurd gekregen door zijn mecenas, de Haagse sigarenhandelaar Aloysius Pauwels. Twee jaar eerder hadden Mankes en Pauwels elkaar ontmoet bij een kunsthandelaar in Den Haag. Pauwels was een kunstliefhebber die graag een hecht contact wilde opbouwen met een schilder. Jan en hij werden vrienden die er een uitgebreide briefwisseling op na hielden. Pauwels stuurde veel schildersmaterialen en -literatuur naar De Knipe. Maar Pauwels had vooral invloed op Jan doordat hij veel vogels opstuurde, voornamelijk roofvogels en uilen.
Zo kreeg Jan in de winter van 1910 een kerkuil toegestuurd. Hij was verrukt van deze prachtige vogel en schreef: ‘De overwinning is ons. Hij is er dan, hij, niemand en niets minder dan een heusche kerkuil. ’n Zeer wonderlijk beest, van vorm, van kleur, van karakter, alles één idylle. Dit is nu werkelijk een beest uit mijn droomen. Andere Vogels? Ik denk er niet meer aan. Werkelijk u kunt op uw lauweren rusten.’
Met deze uil maakte Jan Mankes in 1911 het schitterende Zelfportret met uil. Hij hield het beest in zijn atelier, waar hij het dier uitgebreid observeerde. Die langdurige voorstudies van zijn onderwerp, in dit geval de kerkuil, waren essentieel voor Jan Mankes. ‘Mijn bedoeling is me veel eigen te maken, dingen zóó lang te teekenen, te schilderen, te bekijken, dat je ze in werkelijken zin ‘droomen’ kunt. Dàn zijn ze een werkelijk bezit van je geworden en mèt het weergeven van die dingen zal je dan heelemaal als van zelf je zelf kunnen weergeven’, schreef hij. Hij wilde als het ware één worden met zijn onderwerp. In dit schilderij zien we nog de uil en de schilder apart, maar dicht bij elkaar. In andere (dieren-) schilderijen zit de schilder in het dier, zou je kunnen zeggen.

In 1913 krijgt Mankes opnieuw een kerkuil van Pauwels, waar hij weer erg mee in zijn nopjes is. Hij schrijft aan Pauwels: ‘Een wonderschoon beest, een beest uit mijn droomen hebt U me gezonden. Al dadelijk toen ik in het kistje gluurde kwam ik weer onder de indruk die die donsgrauwe bovenvacht geeft. Maar toen ik hem in de handen en in de kooi had wist ik niet wat ik zag. Een helder witte ondervacht. En dàt is wat hem een verschijning uit een sprookje doet schijnen. Iets koninklijks teers iets waar je nooit aan zou willen raken, ja hij is voor mij door die zilveren borst volmaakt geworden.’
Kort hierna schildert hij het prachtige Grote uil op scherm. Hier zien we alleen een intens geschilderde kerkuil op een kamerscherm (overigens was ook het scherm een cadeau van Pauwels aan Mankes). De uil heeft nu de houding van de schilder in het eerste schilderij: driekwart opzij gedraaid. Het wit van zijn borst, zijn hals en zijn ‘gezicht’ is – in alle gradaties – inderdaad betoverend. Het rechterpootje heeft hij opgetrokken tegen zijn borst. Zijn glanzend zwarte oog kijkt ons niet aan, maar heeft wel de diepte van de ogen van de schilder in het zelfportret. De schilder zit in de uil.
Op 21 april, Tweede Paasdag, geef ik mijn lezing Jan Mankes dichtbij, over de intimiteit in het werk van Jan Mankes. Informatie en reserveren: zie Agenda
6 reacties
Oh Hans wat een prachtig verhaal weer. Dankjewel.
En het doet me ook zo denken aan muziek waar ik zo betoverd door kan worden en er a.h.w. in kan kruipen als uitvoerend musicus 🎼🎹👍
Dankjewel Jeannette.
Prachtig! Dankjewel Hans.
Dankjewel Benna.
Deze blog inspireerde een andere blogger: https://elsvanswol.nl/uil-en-ijsvogel/
Dankjewel Els voor de mooie interpretatie.