Pure nacht

De nacht, dromen, wolken, sterren, oneindigheid; het zijn begrippen die in de poëzie en de sculpturen van Hans Arp vaak opduiken. Zijn werk is ontstaan uit – en te verstaan met – de logica van dromen. In een droom vraag je je nooit af waarom gebeurtenissen elkaar opvolgen. Het is een realiteit waarin je je volstrekt vanzelfsprekend beweegt. Je volgt de stroom van gebeurtenissen.

Zo is het ook met de gedichten en beeldhouwwerken van Hans Arp. Ze ontwikkelen zich organisch, vloeiend, als een associatieve stroom. De ene vorm ontstaat uit de andere, woorden vloeien associatief voort uit andere woorden. Ze evolueren, niet lineair of vanuit een concept, maar als in een droom. Kunstenaars zijn dan ook dromers volgens Arp; ze beeldhouwen niet (of dichten, of schilderen), maar dromen. Dromen is een creatief proces.

In het gedicht Schuilplaats van dromen, dat ik in mijn lezing voordraag, staan deze prachtige regels:

De oneindigheid
daalt neer op de aarde.
De oneindigheid komt met blote voeten op deze aarde aan.

Vanuit de duiventil van de oneindigheid
vliegen de sterren uit
en nemen hun plaats in aan de hemel.
Pure nacht.

Sterren komen veel voor in het werk van Arp. In de gipsen sculptuur Dromende ster uit 1958 verenigt hij twee begrippen die belangrijk voor hem zijn: droom en ster. Dat aan-elkaar-koppelen van twee verschillende begrippen die samen weer een nieuw beeld vormen is een voorbeeld van de ‘object-spraak’ van Hans Arp. Hij plakt als het ware twee woorden aan elkaar en er ontstaat een nieuw woord én een nieuw beeld.

links: Dromende ster, gips, 1958, en rechts: Melkwegtraan, gips, 1962

Een ander kunstwerk waarin twee verschillende begrippen op een poëtische manier aan elkaar zijn gekoppeld is de gipsen sculptuur Melkwegtraan uit 1962. Dit beeld doet mij denken aan de aangrijpende, ‘stamelende’ Sophie-gedichte die Arp tussen 1943 en 1945 schrijft om de dood van zijn vrouw Sophie Taeuber te verwerken. In een van die gedichten, vol herhalingen en tastende zinnen, staan deze woorden:

Die Meere sind Blumen.
Die Wolken sind Blumen.
Die Sterne sind Blumen,
die im Himmel blühen.
Der Mond ist eine Blume.
Der Mond ist aber auch eine große Träne.

In 1939, dus nog voor deze noodlottige gebeurtenis, maakt Arp een prachtige Ster. Met één van de stralen staat deze ster een beetje scheef op een sokkel. In het midden zit een opening die, net als de stralenkrans, de indruk wekt steeds van vorm te veranderen. Deze ster twinkelt. Twintig jaar later, als Arp internationaal doorbreekt, maakt hij een grotere versie van de Ster. Met zijn typerende mengeling van ernst en humor poseert hij achter die grote Ster.

links: Ster, gips, 1939, en rechts: Arp met Ster, 1958, foto Keystone
Het graf van Hans Arp, Sophie Taeuber en Marguerite Hagenbach in Locarno

Op het graf van Arp in Locarno ten slotte staat een bronzen versie van deze dynamische Ster. Hier werd Arp in 1966 begraven en een jaar later werden de stoffelijke resten van Sophie Taeuber in dit graf bijgezet. Ook Arps tweede vrouw, Marguerite Hagenbach, ligt hier begraven. Misschien zijn zij alledrie vanuit deze duiventil van de oneindigheid uitgevlogen als sterren, om hun plaats aan te nemen aan de hemel. Pure nacht.

Op 23 maart geef ik mijn lezing ‘Arps Fluïdum’ voor de leden van het Sculpture Network. Daarna zal ik de lezing nog een aantal malen geven gedurende de looptijd van de expositie ‘A Petrified Forest’ in museum Beelden aan Zee. Informatie en reserveren: zie Agenda

4 Comments

    • Mooi!! Ik kijk uit naar een lezing over Hans Arp.
      hartelijke groet, Pauline

      • Dankjewel Pauline

    • Dankjewel Benna


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *