Oopjen voor het volk

Hoe heette toch ook al weer dat Nederlandse tenniswonder waar we een maand of twee geleden massaal warm voor liepen? Mimi? Kiki! Kiki hoe? Hoewel nog nooit iemand van haar had gehoord, lag de naam toen op ieders lippen; ze wón en ze was zo gewóón. De nationale trots klotste hoog tegen de dijken op.

Na twee maanden, in deze ontluikende komkommertijd, wordt het tijd voor een nieuwe boost voor onze nationale trots. Ze heet Oopjen. Een vertegenwoordigster van de Gouden Eeuw, die wordt gelanceerd als een Bekende Nederlander. Oopjen is van ons, wat die vuige Fransen ook mogen beweren. Het is ónze Gouden Eeuw. Tachtig miljoen betalen we voor haar portret. En nog eens tachtig voor Marten, die andere versgelanceerde BN’er. Komt dat zien.

Vanachter een vergeelde laag vernis staren ze je aan; ‘de Kim Kardashian en Kanye West van de zeventiende eeuw’, zoals ze in het promotiefilmpje van het Rijksmuseum worden genoemd. Beroemd omdat ze beroemd zijn. Je ziet twee twintigers, schatrijk, maar er gaat niets van ze uit. Geen spanning, geen wilskracht, geen drama. Lusteloos staan ze daar, terend op het geld van hun familie, hij pafferig en zij bleekzuchtig.

Waarom moeten we ons verdringen in de Eregalerij van het Rijksmuseum om een glimpjen van Oopjen op te vangen? Omdat er voor dit setje schilderijen een bedrag van 160 miljoen is neergeteld en het dus wel topkunst moet zijn? Het Rijks noemt de schilderijen meesterwerken, maar het is vooral de Glorie van de Gouden Eeuw waar de nadruk op wordt gelegd. Opium voor het volk, zou ik denken.

In mijn onderzoek naar de achtergronden van de Braziliaanse kunstenaars die nu in Museum Beelden aan Zee en op het Lange Voorhout exposeren, kwam ik herhaaldelijk het begrip ‘fetisjering van kunst’ tegen. Kunst als begerenswaardig symbool van goede smaak, van welstand, van rijkdom. Degene die daar het felst tegen ageert is Marcelo Cidade, op het Lange Voorhout vertegenwoordigd met de installatie ‘Espaço Entre’ (Tussenruimte) waar de activistische leuzen van de rolluiken afspatten.

In Museum Beelden aan Zee is zijn confronterende ‘glasschietwerk’ te zien met de ingewikkelde titel ‘Tempo suspendo de um estado provisorio’ (Opgeschorte tijd van een voorlopige staat). Het kunstwerk ziet eruit als een kapotte glasruit. Het is een plaat van kogelvrij glas waar op geschoten is.  In een diagonaal zitten drie sterren van kogelinslagen in het dikke glas. Het is een vrijstaande plaat, gevat in een sokkel van cement en gestabiliseerd met een houten wig. Je kunt er omheen lopen.

Het kunstwerk is een verwijzing naar de ‘cavaletes de cristal’, de glazen ezels die Lina Bo Bardi in de zestiger jaren ontwierp voor het eveneens door haar ontworpen Museu de Arte Moderne in São Paolo. De klassieke meesterwerken van het museum werden “vrij zwevend in de ruimte” op deze ezels geëxposeerd en de bezoeker zweefde tussen de meesterwerken door.

Cidade schiet op deze fetisjering van de kunst. Zijn kunst is confronterend en agressief, maar er valt meer aan te beleven dan aan de Marten-en Oopjen-vermarkting van een periode uit onze glorieuze geschiedenis.

 

Afbeeldingen van boven naar beneden:
– Rijksmuseum, portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit, Rembrandt, 1634
– Espaço Entre (detail), Marcelo Cidade, 2016
-Tempo suspendo de um estado provisório, Marcelo Cidade, 2011

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.