Object-taal

Hans Arp was beeldhouwer én dichter. Hij maakte een verbinding tussen de wereld van het woord en die van het beeld met behulp van de zogenaamde object-taal. Dit is een taalkundige techniek – een spelletje eigenlijk – waarbij hij twee woorden die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben samenvoegde. Bijvoorbeeld ‘navel’ en ‘fles’. Dat leverde het woord ‘navelfles’ op, maar Arp gaf dat woord ook in beeld weer. Hij maakte een litho van het nieuwe object; de navelfles.

Navelfles, litho, 1923

Op een heel natuurlijke en kinderlijke manier speelt Hans Arp met de taal. Hij boetseert als het ware nieuwe woorden. Deze speelse omgang met de taal was hem al komen aanwaaien toen hij opgroeide in een tweetalig huishouden. Geboren in het Elsässische Straatsburg, met een Duitse vader en een Franse moeder, kon Arp als kind al spelen met klanken en betekenissen van woorden in twee talen (of eigenlijk drie, als je het Elsässer dialect meerekent). ‘Ik ga met de woorden om als een kind met zijn bouwstenen. Ik betast ze en buig ze om, alsof het sculpturen zijn’, is een bekende uitspraak van Arp.

Dit principe past Hans Arp veelvuldig toe. Hij neemt twee woorden, betast ze, buigt ze om, plakt ze aan elkaar en er ontstaat een nieuw woord. Vervolgens maakt hij dat nieuwe woord zichtbaar als object in een litho, een reliëf of een sculptuur. Op een kinderlijk eenvoudige manier maakt Hans Arp de verbinding tussen taal en beeld, poëzie en sculptuur.

Zelfportret met navelmonocle, 1926

Het doet mij denken aan het kleine jongetje, vijf of zes  jaar oud, dat naast mij stond op een vogel-uitzichtspunt. Met zijn vaders verrekijker mocht hij even naar de vijver in de verte kijken. Hij zag niks, maar ‘Kijk daar’, riep zijn vader, ‘Tafeleenden!’ Daar moest het jongetje wel om lachen. Wat waren dat voor beesten? Zoiets als een badeend, maar dan voor op tafel? Of was het een tafel met zwemvliezen en een snavel? Maar is dat laatste niet een Eendtafel?

Object-taal (of taal-object?) roept verwondering op en heeft speelsheid en humor; de kenmerkende kwaliteiten van het werk van Hans Arp. In een foto uit 1926 poseert hij met een Navelmonocle. Het woord ‘navel’ geplakt aan ‘monocle’ levert een ‘navelmonocle’. Hans Arp geeft vervolgens zo’n navenmonocle ook vorm en – als rechtgeaarde Dadaïst – maakt het Zelfportret met navelmonocle.

Ook in zijn gipsen sculpturen vind je object-taal. Zo is er op de expositie Arp, A Petrified Forest de sculptuur Torso-Garbe te zien; Torso-Schoof (van korenschoof), een sculptuur die aan een torso doet denken, maar ook aan een korenschoof. Er is de Helm-Kopf, een hoofd (met neus?) als je het van opzij bekijkt, maar een helm als je ervoor staat.

Helm-Kopf, 1959, gips

Maar het meest verwonderlijk is de Muschel-Kopf. Van voren lijkt het een hoofd(doek), waar het gezicht uit is weggelaten. Maar loop je eromheen naar de achterkant, dan zie je hoe de vorm zich opent in twee helften als de schelpen van een mossel.

Muschel-Kopf, 1958, gips

Met zijn object-taal spreekt Hans Arp het kind in ons aan en roept hij ons op te spelen met taal om al boetserend nieuwe woorden en nieuwe objecten te laten ontstaan.

Op 28 juni geef ik mijn lezing Arps Fluïdum in de bibliotheek van museum Beelden aan Zee. Daarna kunnen de bezoekers de expositie ‘Arp, A Petrified Forest’ bezoeken. Informatie en reserveren: klik HIER

2 Comments

  1. Hans dankjewel weer voor je fascinerende verhaal over het creëeren van nieuwe woorden door woorden aan elkaar te plakken. De speelsheid ervan spreekt mij erg aan. Ik kijk al uit naar je volgende blog. Hartelijke groet van Jeannette Bennebroek

    • Hartelijk dank Jeannette


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *