Middelheim

Kunst, natuur en taal, dat zijn de onderwerpen die mij inspireren. Die inspiratiebronnen zijn in het Middelheimmuseum in Antwerpen  alle drie rijkelijk vertegenwoordigd. In dit beeldenpark zijn cul- en natuur in een voortdurende dialoog met elkaar verwikkeld. Ik liep er vandaag rond met ogen en oren op steeltjes. De lage septemberzon zorgde voor een dramatisch contrast tussen fel belichte oppervlaktes en lange, donkere schaduwen.

Aan de buitenzijde van het park is een open grasvlakte. Daar staat ‘The passage of the hours’ van Pedro Cabrita Reis uit 2004. Uit de verte ziet het eruit als het ietwat mistroostige skelet van een groot gebouw. De zwarte metalen balken vormen een regelmatig patroon van vierkanten met hier en daar (nog) een raam. Afgebrokkelde bakstenen muurresten leunen tegen de balken aan. Eenmaal  in de hoge constructie maakt het gevoel van mistroostigheid plaats voor een gevoel van – of meer een herinnering aan – omhulling. De zwarte lijnen ‘schetsen’ een ruimte en de muurdelen werken als steunberen.  Alsof ik in de ruïne van een oude kathedraal ben.

Achter de bomen strekt zich het beeldenpark uit met glooiende gazons, waterpartijen en pergola’s. Hier werd ik getroffen door de fel oplichtende beeldengroep van Bernhard Heiliger:  ‘In betrekking staande figuren’ uit  1954. Twee naar elkaar reikende figuren, gestileerd volgens de esthetiek van de vijftiger jaren. Maar wat staan ze daar prachtig wit tegen de donkere achtergrond van het geboomte. De zon valt precies evenwijdig op de rug van de ene figuur, waardoor de schaduwen van de twee figuren versmelten. Meer kunnen ze niet in betrekking staan.

Onder de bomen trekt een flonkering mijn aandacht. Er staat een enorme constructie van dunne metalen buizen die met kleine bollen aan elkaar verbonden zijn. Het is ‘Firmament III’ uit 2009 van Antony Gormley. Als een Atomium in duizendvoud hangt daar een grillig en dichtgeweven spinnenweb in een grote open schoenendoos.  Ondanks de duizenden vertakkingen is het een open en lichte structuur  en heel geraffineerd vangt hij het zonlicht temidden van donkere eiken.

Er zijn in Middelheim ook “oude bekenden” die ik graag opzoek. Op het gras voor het Braampaviljoen staat ‘De Hond’ van Alexander Calder uit 1958. Hoog op de poten staat hij daar, met een kek staartje en een fier opgerichte kop.  Het zwart van deze ‘stabile’ steekt fraai af tegen het wit van het sierlijke paviljoen. Anders dan bij de Caldertentoonstelling in het Gemeentemuseum, durf ik deze hond wel te aaien. In Middelheim mag dat.

Bij mijn vorige bezoek aan het park maakte het werk van Eugène Dodeigne diepe indruk op me. Nu ik opnieuw oog in oog sta met zijn beeldengroep ‘Drie Staanden’ uit 1978 word ik weer geraakt door de emotionele kracht van zijn werk. Drie levensgrote, ruwgehouwen zuilen staan naar elkaar toegewend. Het zijn figuren zonder details, maar in hun houding drukken ze een grote melancholie uit. Ze laten hoofd en schouders hangen, ze lijken te rouwen. Het zijn pleurants. De verticaal verlopende groeven in het blauwe hardsteen  roepen associaties op met mantels die ze om zich heen trekken, alsof ze zichzelf troosten.

Cul- en natuur, wat hebben ze veel te zeggen. En wat doen ze dat mooi in Middelheim. Ik had een heerlijke dag.

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.