Links, Rechts, Picasso

Op Youtube circuleren allerlei filmpjes over Picasso, variërend van serieuze biografische documentaires tot korte impressies van de meester aan het werk. Een van die korte filmpjes is ‘Picasso at Work’ waarin we Picasso zien schilderen, boetseren, graveren en poseren in de verschillende ateliers die hij vanaf de vijftiger jaren betrok.

Onder het scheurende geluid van elektrische gitaren, die een punkversie van ‘L’amour est un oiseau rebelle’ uit de opera Carmen van Bizet te gehore brengen, zien we Picasso in zijn fenomenale doeltreffende stijl met enkele penseelstreken een stier schilderen, een duif, een mythologische figuur, een vrouw, kortom de bekende figuren uit Picasso’s universum. Altijd met de kwast in zijn rechterhand en een sigarettenpeuk in zijn linkerhand.

Op één moment na: in een prachtig vijftiger-jaren fragment staat Picasso, gestoken in een existentialistische zwarte coltrui, aan een werktafel met in zijn handen een aardewerken fles. Meesterdraaier Jules Agard, bescheiden op het tweede plan achter zijn draaischijf, heeft deze vorm zojuist afgeleverd. Picasso houdt de vaas met beide handen vast en boetseert er met de línkerhand een duif van.

Die linkerhand intrigeert me. Op de foto uit 1946 die het affiche van de expositie ‘Picasso aan Zee’ siert, zit Picasso met een steenuiltje in zijn linkerhand. Het lijkt een wat ongemakkelijke pose, maar bij nadere bestudering zie je dat hij achterstevoren op een stoel zit, waarschijnlijk schrijlings, en zijn linker onderarm op de rugleuning laat rusten. Het levert een mooie compositie op.

Het beeld doet mij sterk denken aan het ‘Zelfportret met uil’ van Jan Mankes. Dit schilderij uit 1911 heeft dezelfde ingrediënten als  de foto; een schilder die ons met donkere ogen aankijkt, in zijn hand een uil en nog net in beeld een rugleuning van een stoel. De compositie is vergelijkbaar.

 

Er zijn veel paralellen tussen het schilderij en de foto: uil en man kijken ons aan, uil frontaal en lager dan de man, die zich naar ons toedraait. Mankes poseerde voor dit zelfportret voor een spiegel, dus de rechterhand waarmee hij de uil vasthoudt is eigenlijk de linker.

Het verschil is dat de uil van Jan Mankes een kerkuil is. Een kerkuil heeft een zachtmoediger uitstraling dan het felle steenuiltje en dat komt overeen met de veel zachtaardiger (en toch niet minder onderzoekende) blik van de schilder Mankes in vergelijking met Picasso’s priemende ogen.

Er zijn nog meer linkerhanden bij Picasso, zoals op het bord ‘Handen met vis’. In mijn lezing ‘Kijken als Picasso’ sta ik uitgebreid stil bij dit bord, dat Picasso in 1953 maakte. Opvallend is dat we twee linkerhanden zien. Een grote linkerhand, die een vis vasthoudt, en een kleine die zich op de vis legt. Een volwassene die aan een kind een vis laat zien, zou je denken.

Maar waarom met links? Misschien is de linkerhand, de hand waarmee Picasso de duif boetseerde, wel gevoeliger voor vormen, voor volumes. De vader laat dan het kind een vis vóelen. En niet zomaar een vis. Maar daarover meer in mijn lezing.

 

Afbeeldingen van boven naar beneden:
– Stills uit de compilatievideo ‘Picasso at work’
– Pablo Picasso en de Uil, 1946 by Michel Sima, (c) succession Picasso 2016, Michel Sima/Bridgeman Images
– Zelfportret met uil, Jan Mankes, 1911, Museum Arnhem
– Handen met vis, Pablo Picasso, 1953, Coll. Keramiekmuseum Princessehof, Leeuwarden

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.