
De judaspenning duikt vaak op in het werk van Jan Mankes. De plant met de zilveren, ovalen zaaddozen moet hem erg hebben aangesproken. In gedroogde vorm bungelen de doorschijnende schijven in een sierlijke boog aan de stengel. De teerheid, de transparantie en de zilverachtige glans van de ‘penningen’ passen goed bij de gevoeligheid en de verstilling in de schilderijen van Jan Mankes.

Aan het begin van zijn carrière lijkt Mankes het accent te leggen op het ijle en transparante van de zaaddoosjes. In het schilderij Dood vogeltje met judaspenning uit 1911 zien we een dode waterral. Het beestje ligt op zijn zij in een lichte omgeving. Het heeft de karakteristieke grote poten en snavel van een waterral en in het grijs van de buik en de keel heeft Mankes allerlei nuances grijs, geel en wit aangebracht. Aan het donkere, gebandeerde achterlijf is nog net het driehoekige witte staartje te zien. Boven de kop met het vredig gesloten oog hangen ijle, bijna onzichtbare judaspenningzaden. De schijfjes lijken zelfs voor het beestje langs naar beneden te dwarrelen, alsof de vogel vrij in de ruimte zweeft met om zijn kop een zilverwitte confetti van judaspenning.

Het tere stilleven Slaoliefles met gemberpot en takje judaspenning uit 1911 laat de judaspenningen ook bewegen, ook al zitten ze nog vast aan de tak. We zien de zaaddozen op twee manieren: óf recht van voren als een puntige ovaal gevuld met gelen en witten, óf van opzij als platte streepjes; één diagonaal, één horizontaal en twee verticaal. Het takje waaraan ze hangen lijkt op te gaan in de geometrie van het geplooide achterdoek, de schijfjes ‘bewegen’ als noten op een notenbalk over het doek.

In latere schilderijen ligt het accent meer op de lichtgevende kwaliteit van de zilveren schijfjes. Jan Mankes geeft zijn stillevens nu een donkere achtergrond, zoals Japans wierookvat (Koro) met judaspenning uit 1915. De zaaddozen hebben nog steeds hun beweeglijke karakter, maar ze hebben nu meer body. De schijfjes die opborrelen uit de koro laten allemaal hun ‘volle’ kant zien. Het zijn als het ware lichtelijk afgeplatte maantjes die stralen in de nachtelijke wolkenhemel.

Nog stralender wit is de judaspenning op een ander schilderij uit 1915: Kruikje met judaspenning, reigersneb en boekje. In het diepe zwart van de omgeving krijgen de schijven een zilveren glans. De beweeglijke compositie van ronde, witte vormen aan de bovenkant krijgt onder in het schilderij een strak lineair antwoord van de reigersneb en het boekje. Een glanzend, bol kruikje met vloeiende bruine en gele nuances verbindt de twee witte composities in wit.
Of ze nu als ijle confetti in een lichte omgeving dwarrelen, of als zilveren volle maantjes aan een zwarte hemel staan, de schijfjes van de judaspenning zijn bij Jan Mankes licht en stralend aanwezig. Ze bieden troost bij een dood vogeltje, muziek in een stilleven of licht in de duisternis.
Op 18 mei geef ik mijn lezing Jan Mankes dichtbij in Amsterdam en op 4 juni in Den Haag. Informatie en reserveren, zie Agenda.
2 reacties
Dag Hans, weer een fijn verhaal bij de schilderijen van Mankes. Je laatste zin over troost, muziek en licht die deze Judaspenningen in de schilderijen van Mankes kunnen oproepen hebben me geraakt.
Dankjewel Jeannette