
De Spaanse vertaling van ‘ik kijk’ is ‘miro’, met het accent op de eerste lettergreep. Miró, de kunstenaar die nu een expositie heeft in museum Beelden aan Zee, prikkelt je om heel goed te kijken. Ik kijk en zie hoe Miró assemblages maakt van alledaagse voorwerpen en zo op een speelse en vaak humoristische manier figuren creëert, bezielde wezens die verwantschap hebben met het menselijk lichaam.

Miró omringde zich in zijn atelier met allerlei materialen die hij vond op het strand of in zijn eigen inboedel. We zien lepels en vorken, een knijper, een opgevouwen servet, een half leeg geknepen tube, al of niet platgedrukt speelgoed, veel onbestemde machineonderdelen, ledematen van poppen, slakkenhuizen, kalebassen, stenen en boomstronken. Een terugkerend thema is het ei.
Doordat het merendeel van de sculpturen in brons is uitgevoerd, hebben de onderdelen een organische samenhang gekregen. Het is niet langer een stapeling van voorwerpen, maar het beeld is een wonderlijk surrealistisch wezen geworden. In het brons heeft Miró symbolische motieven gekerfd die het surrealisme versterken; een ster, een traan- of spoelvormige opening (een vrouwelijk geslachtsdeel), golvende patronen (haren).
Ik kijk naar de assemblages. Het zijn allemaal staande figuren. Ze hebben geen natuurlijke anatomie, ze bestaan vaak uit een massieve romp met daar bovenop een prominente ‘kop’. In de kop twee ogen en een streep als neus. Soms zit op die kop nog een voorwerp; een ‘vogel’.

Sommige figuren doen denken aan koppoters, de manier waarop peuters en kleuters het menselijk lichaam tekenen. Die associatie wordt versterkt doordat Miró deze beelden heeft beschilderd in felle primaire kleuren. Zoals het beeld Personnage uit 1967. Op hoge poten staat een felgeel gezicht dat ons met grote ogen aankijkt. Vanuit de kop schiet een lange, rode staak omhoog met vier sprieten aan het einde.
Ook Femme et oiseau uit 1967 heeft iets van een koppoter. Het is een klein wezen met een groot blauw hoofd en vier zwarte pootjes dat ‘zit’ op de grond. In één van de pootjes houdt ze een felgeel voorwerp vast. Schuin op haar hoofd staat een zwarte driehoekige vorm met een rood bolletje. Is dat de vogel? Of houdt ze die juist in haar hand?

Er zijn op de expositie ook een paar gemodelleerde sculpturen, zoals het overdonderende Couple d’amoureux aux jeux de fleurs d’amandier uit 1975. Dit liefdeskoppel met vloeiende vormen van kunsthars is beschilderd in de heldere primaire kleuren rood, geel en blauw. Ze dansen om elkaar heen en de dynamiek tussen de twee figuren wordt versterkt door de zwarte lijnen die zich om de ‘lijven’ heen slingeren.
Twee andere gebeeldhouwde figuurtjes – van een totaal andere orde, maar niet minder betoverend – zijn de Oiseau Lunaire en de Oiseau Solaire. Miró maakte deze twee bronzen beeldjes in 1945, waarbij hij zich liet inspireren door prehistorische figuren. Deze ‘primitieve’ wezentjes hebben dezelfde mysterieuze gelaagdheid als Miró’s geassembleerde figuren.
De sculpturen van Miró verwijzen naar een andere realiteit, een wereld waarin vormen bezield zijn, waar lichamen op een andere manier zijn opgebouwd en waar het leven zich in allerlei vormen en materialen manifesteert, van steen tot pollepel. Ik kijk naar de ‘bovenwerkelijke’ wereld van Miró en laat mij betoveren.
Afbeelding boven dit blog: ‘Couple d’amoureux aux jeux de fleurs d’amandier’, beschilderd kunsthars, 1975
4 reacties
Dankjewel Hans! Jouw blog geeft mij een verrijking en aanvulling bij het kijken naar de beelden van Miro!🙏👍
Leuk Benna! Dankjewel.
Alweer een verhaal om even bij stil te staan en tot me door te laten dringen van wat je schrijft en laat zien. Dankjewel Hans
Dankjewel Jeannette.