Huis-tuin-en-keuken-verbeelding

Panamarenko hechtte eraan dat zijn ‘tuigen’ er verweerd en gebruikt uitzagen. Soms zette hij een nieuwe uitvinding een week in de regen om het een doorleefd uiterlijk te geven. Het gevolg is dat zijn uitvindingen er altijd uitzien alsof ze veel zijn gebruikt. Ze ogen heel gebruiksvriendelijk. Ze staan als het ware in het schuurtje te wachten tot je weer eens met ze op pad gaat. Ze hebben een hoog huis-tuin-en keukengehalte.

Donderwolk, 1970-1971, Panamarenko

De materialen die Panamarenko gebruikte zijn ook heel erg ‘huis, tuin en keuken’. Plakband, ijzerdraad, fietsonderdelen, zeildoek en superlicht balsahout, dat is waar hij zijn vlieg-, vaar- en voertuigen van maakte. Simpele materialen, die overal verkrijgbaar zijn. Makkelijk bij het repareren. En ook weer een manier om uit te drukken dat zijn machines toegankelijk en gebruiksvriendelijk zijn.

Er is een leuk videofragment van Panamarenko die rondloopt op de expositie Panamarenko Universum die het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen in 2015 aan hem wijdde. Samen met de conservator bekijkt hij zijn kunstwerken waarvan hij er sommige jaren niet heeft gezien. Ze staan even stil bij de Donderwolk, een vliegtuigje uit 1970 met een groot, zwart zeildoek dat als een donderwolk boven de piloot hangt. De conservator wijst Panamarenko bezorgd op een paar stiksels die los zijn gegaan, maar Panamarenko wuift het probleem achteloos weg: ‘Dat is makkelijk te repareren.’

Het zeildoek van dit vliegtuigje is door Panamarenko’s moeder zelf nog op de naaimachine in elkaar gezet. Het heeft dus letterlijk een huis-tuin-en-keukenoorsprong. Tegelijk werkt dit vliegtuigje enorm op de verbeelding; je zou er zó in willen stappen en een vlucht willen maken boven de stad en omstreken. De alledaagsheid van het materiaal en de staat van verwering maken dit kunstwerk nog toegankelijker.

Panamarenko bij de Donderwolk op de expositie ‘Panamarenko Universum’, M HKA, 2015
Aan de wandel met de Ordis Cerebrum van Theo Jansen in het Kunstmuseum, Den Haag, 2021

Dat alledaagse materialen en technieken een kunstwerk toegankelijk maken, zie ik ook terug in de Strandbeesten van Theo Jansen, die op dit moment te bewonderen zijn in het Kunstmuseum in Den Haag. Theo Jansen werkt met pvc-buis. Hiermee maakt hij bewegende wezens, die enorm tot de verbeelding spreken. Als wonderlijke, veelpotige dieren trippelen zijn beesten zelfstandig over het strand, met wuivende zeilen op hun rug.

Alle beesten hebben een skelet van pvc-buizen, die met plakband of tie-wraps aan elkaar zijn gezet. Het gebruik van zulke eenvoudige huis-tuin-en-keukenmaterialen versterkt de verbluffende uitwerking die deze kunstwerken hebben. Je ervaart die staketsels van pvc-buis als goedmoedige, aaibare beesten, zeker als je zelf even met zo’n dier hebt gewandeld, wat in een van de zalen van het museum is toegestaan. Na wat trekken en duwen komt het dier tot leven en loopt hij als een grote lobbes met je mee.

De kunstwerken van Panamarenko en Theo Jansen zijn heel verschillend, maar de zeggingskracht en de toegankelijkheid van hun werk berusten voor een belangrijk deel op het gebruik van gewone materialen. Je voelt bij wijze van spreken hoe je zelf op je naaimachine, of in de schuur met een paar meter pvc-buis een vliegtuig of een wandelend beest kan maken. Een vliegtuig of een beest waar je dol op bent en waar je vaak mee speelt. De verbeelding aan de macht met huis-tuin-en-keukenmateriaal!

Op 1 mei geef ik in Den Haag TWEE KEER mijn lezing ‘Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko’ Zie Agenda

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.