
In de schilderijen en tekeningen van Raveel komt heel vaak een karretje voor. Het is een vierkante bak met aan weerszijden een fietswiel. Aan de achterzijde zit een handvat, zodat het karretje geduwd kan worden. Het wordt dan ook een stootkar genoemd in Machelen-aan-de-Leie.


Het is een van de alledaagse gebruiksvoorwerpen die Raveel afbeeldt in zijn werk. Het karretje staat bij Raveel meestal in een tuin, al of niet in aanwezigheid van een ‘man’. Het werd waarschijnlijk gebruikt om in de tuin allerlei materialen en gereedschappen te vervoeren. Gewoon een praktisch voorwerp, simpel gemaakt van een paar planken, een metalen frame en twee oude fietswielen.
Raveel vond het belangrijk dat zijn werk ‘vervloeide’ met de omgeving, dat wil zeggen dat het schilderij opging in de omgeving. Dat probeerde hij te bewerkstelligen door spiegels en witte vierkanten toe te voegen aan de afbeelding. Zij doorbreken het afgebeelde en brengen de werkelijkheid van de toeschouwer ‘in’ het schilderij.
Mogelijk heeft het mobiele karakter van de stootkar hem daarom ook aangesproken. Het is een gebruiksvoorwerp dat kan bewegen. Het zou dus uit het kader van het schilderij kunnen rijden en zomaar voorbijkomen als je uit het raam kijkt (in Machelen-aan-de-Leie).

In het schilderij Zelfportret met karretje beeldt hij zichzelf af achter een groene fietskar. Op zijn borst hangt een spiegeltje en het wiel van de kar is een echt fietswiel dat aan het schilderij gemonteerd is.
De stootkar zelf is door Raveel ook tot kunstwerk getransformeerd. In 1968 maakt hij een Karretje om de hemel te vervoeren. Het is een gesloten, beschilderde kubus met fietswielen. Aan de bovenzijde is een spiegel gemonteerd, die de lucht en de wolken reflecteert. Aan de achterzijde zit een handvat en zien we nog net de punt van de schoen van Raveel. Zijn linkerhand zit op de zijkant van de kar.

Met dit karretje liep hij door Machelen en ‘vervoerde’ zo de hemel. De wolken bewogen mee.

Als Raveel in 1986 deelneemt aan de Chambres d’Amis in Gent (woonhuizen worden gedurende drie maanden opengesteld voor kunstenaars), ontwerpt hij een fietskartafeltje. Voor de salon, waar hij muurschilderingen en zelfs een stuk kippengaas heeft aangebracht, maakt hij een fietskarretje in een iets andere gedaante. De kubus is een open constructie van houten balken. Aan de buitenkant is het hout onbeschilderd maar aan de binnenzijde heeft Raveel zijn kenmerkende motieven en kleuren geschilderd.
Het karretje heeft aan vier zijden een fietswiel, de metalen ophanging van de wielen is ook beschilderd. Bovenop ligt een vierkante glazen plaat met een geslepen rand, die vrij uitzicht biedt op de beschilderde binnenkant van het karretje. Hier brengt Raveel dus eigenlijk de geschilderde omgeving (struikgewas, cirkelvormen) ín de woning.
In 1991 maakt Raveel Een karretje van de ruimte. Dit karretje is rondom bekleed met spiegels. Die spiegels zijn her en der beschilderd. Als het karretje wordt verreden, ‘beweegt’ de omgeving mee als in een caleidoscoop; fragmenten van de werkelijkheid vloeien hoekig in elkaar over. Dat er af en toe een lekke band valt te repareren, is een evidentie. Dat gebeurt dan ook door de ‘fietsenmaker’ van het museum.

Het Machelse stootkarretje is misschien wel hét symbool van Raveels streven om de gewone alledaagse werkelijkheid en de kunst met elkaar te verbinden.
Op 8 februari geef ik mijn lezing Het vierkant en de alledaagsheid in Amsterdam. Informatie en reserveren via: contact@cultuuropdeeilanden.nl
2 reacties
Dag Hans, weer een leuk en interessant verhaal over “de fiets” van Raveel stuurde je me. Erg origineel naast het allerlaagste vond ik Raveel zijn schilderijen. Je moet er maar op komen dacht ik.
Dankjewel Jeannette.