
De maand maart is dit jaar explosief begonnen. In de eerste week vlogen de temperaturen omhoog naar bijna zomerse waarden. De wilde voorjaarsbloeiers knalden de grond uit. Ik bleef ze maar welkom heten.


Eerst waren er de blauwe bloempjes, opschietend in de nog kale aarde; de intens blauwe sterhyacint en de sneeuwroem met zijn stralend witte hartje. En meteen daarna dook het hartveroverende Maartse viooltje op. En oh! Daar is ook al het eerste Oosterse anemoontje!

Vrijwel tegelijkertijd kwamen de gelen op: de stralende sterretjes van het speenkruid ‘op een bedje’ van sappig groene, ronde blaadjes. En de heldergele bloemen van het klein hoefblad die vooral bloeien op grauwe, modderige oevers waar het land recent nog is omgewoeld. En in één adem waren daar de bosanemoontjes met hun zachtaardige roze-witte bloempjes. Het is bijna niet bij te houden. Je ziet dan ook regelmatig een hommel op apegapen op de stoep liggen; die hebben overuren gemaakt!



Maart is de enige maand die Roger Raveel opneemt in de titel van sommige van zijn schilderijen. Andere maanden in andere jaargetijden worden door hem niet gebruikt als titel. In 1962 schildert hij Een dag in de maand maart. Dit is een van de schilderijen in zijn abstracte periode waarin hij direct de invloed wil weergeven die de natuur op hem heeft.
Het is een staand doek met een brede verticale baan van vlekkerig grijs die iets naar links buigt. Aan weerszijden vormt een lichtblauwe band de grens met een witte zijkant. Een horizontaal donkergroen gestreept vlak en een witte gestreepte diagonaal lopen door het grijze vlak. Rechtsonder duikt een wit vierkant op, met een bruine rand en een zwarte vlek in het centrum.
Een jaar later, in 1963, maakt hij een iets figuratiever schilderij Mijn tuin in maart met bonenstaken. We zien opnieuw een grijs vlak, maar dan van boven begrensd door een geel-witte hoek. Er staan inderdaad bonenstaken, er ligt een poes en er staan paaltjes; twee kleine wit-zwarte en meer op de voorgrond een grote geel-witte paal, aan de rand van de groen gespikkelde hoek. Opvallend is de witte balk met rode randen die dwars door het beeld loopt. Hij steekt zelfs iets boven en onder het doek uit.
In hetzelfde jaar als Een dag in de maand maart, 1962, maakt Raveel ook het prachtige schilderij Maartse magie, een schilderij dat ik in mijn lezing laat zien. In een (braakliggend?) landje, dat grenst aan een groene begroeiing duikt ‘met een knal’ een wit vierkant op. Hier wordt duidelijk zichtbaar wat de magie is van maart; het nieuwe leven dat zich overrompelend manifesteert.

Dat aspect van het vierkant, het overrompelende, heb ik in mijn lezing niet zo duidelijk benoemd, hoewel het eigenlijk heel evident is. De dikke rand van het vierkant en zijn bewegende vorm (golvend) en houding (vaak op zijn kant) geven het een explosiviteit. En of het nou de dood is of het nieuwe leven (of allebei) die zich hier manifesteren, het vierkant tilt het alledaagse op een hoger niveau. In maart ziet Raveel hoe het ‘alles en niets’, zoals hij de witte, geometrische vorm omschreef, zich explosief manifesteert in de natuur. Welkom, wit vierkant.
4 reacties
Dank voor je blog over Maartse magie, Hans.
Wonder
Of er nog wonderen zijn
Hoe kun je zoiets vragen
Kijk naar mijn tuin van leeg naar. vol
In amper zeven dagen!
T. Hermans
Dankjewel Benna, voor het mooie gedicht
Hans weer bedankt voor je verhaal. Ik heb het later gelezen dan ik normaal doe. Fijn te starten met die bloemenpracht. Elk jaar weer verbazend om de natuur te zien ontwaken ook in mijn tuin.
Dankjewel Jeannette