De tweede Arpgolf

Naar het zich laat aanzien komt er een tweede golf gedichten en beelden van Hans Arp. Ik heb contact gelegd met het Diamanttheater uit Mariahoeve om deze zomer in de open lucht, bij het standbeeld Scrutant l’horizon (Turen naar de horizon), een aantal van Arps gedichten voor te dragen. Wie weet komt daar een mogelijkheid uit voort mijn lezing opnieuw te geven als de coronamaatregelen voor het theater worden versoepeld.

Bovendien ben ik gevraagd om in januari 2021 de opening van een expositie in Pulchri op te luisteren met een aantal gedichten van Hans Arp. Heel graag rakel ik mijn oude liefde voor Arp weer op. Ik ben in zijn omvangrijke poëtische oeuvre gedoken en hij weet me opnieuw te raken met zijn dromen, beelden en gedichten.

Arp gebruikt het begrip ‘Arpeiron’, een grappige verbastering van het filosofische ‘A-peiron’, het On-bepaalde, het On-gevormde, het On-begrensde. Het is een bron van oer-energie waar alles wat er is uit voortkomt en na het vergaan weer naar terugkeert. Volgens Arp kan de kunstenaar al dromend uit deze bron putten en zijn kunstwerken laten ‘groeien’.

In het museum van de Fondation Arp: Coupe chimérique, gips, 1947.

Het mooie is dat Arp die gedachte van Arpeiron ook doortrekt tot ‘de andere kant’ van kunst; die van de toeschouwer. Bij de oprichting in 1964 van de Fondation Arp, de stichting die het artistieke werk van Arp beheert, werd door Arp zelf de regel geformuleerd dat het publiek de kunst niet moet bekijken door ‘het filter van de cultuur’, maar onbevangen als een kind. Het On-bepaalde, het On-gevormde, het On-begrensde, kortom het Arpeiron, is dus niet alleen een bron van waaruit je schept, maar ook een bron van waaruit je waarneemt.

Met andere woorden; ook als toeschouwer draag je die oer-energie in je. Het waarnemen van kunst, of het waarnemen in het algemeen, is geen passief, consumptief proces. Het is een scheppende kracht. Dat is wat ik zo mooi vind aan het werk van Arp. Het doet een appèl op de scheppende kracht in de kunstenaar én in de kunstbeschouwer. Hoe kan ik niet verliefd worden op zo’n man?

Als er één ding is dat ik wil met al mijn lezingen en al mijn blogs, dan is het onbevangen naar kunst kijken, zo formuleer ik mijn ‘missie’ in mijn Arplezing. Ik nodig mijn gehoor uit hun waakverstand op een laag pitje te zetten en hun droomverstand wijd open. Dan kom je het dichtst bij de oer-energie; het Arpeiron.

Mijn boek Tot de verbeelding opent met drie blogs die ik over Arp schreef in de tijd dat ik werkte aan de lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten. Het is toeval dat dit de eerste blogs van het boek zijn – de onderwerpen zijn gerangschikt op alfabet – maar het is wel een mooi toeval dat Arp de toon voor mijn boek zet.

Illustratie van Peter Oosterhout voor het hoofdstuk ‘Arp’ in het boek ‘Tot de verbeelding’

Illustrator Peter Oosterhout heeft heel treffend mijn liefde en bewondering voor Arp in beeld gebracht. Met als uitgangspunt Arps bekende zelfportret, de foto ‘Hans Arp met navelmonocle’ uit 1927, zweeft daar het hoofd van Arp met vloeiende en natuurlijke vormen. Een muis, een vis met poten, een pauw (?) en nog een vogel zijn te ontdekken in het hoofd van Arp.

Met een groot, dromerig oog kijkt Arp ons aan, het andere oog gaat schuil achter de navelmonocle. Het ‘mannetje van Taal’ staat voor het hoofd in zijn Tot-de-verbeelding!-houding. Hij kijkt bewonderend op naar Arp. Het ronde schild in de hand van het mannetje vormt een mooi beeldrijm met de navelmonocle.

De tweede Arpgolf; hij komt eraan. Houd de agenda in de gaten!

 

 

2 Comments

  1. Na lange tijd weer jouw blog gelezen. Ik word er erg blij van Hans! En ben benieuwd naar je boek!
    hartelijke groet, Vera

    • Dankjewel Vera. Fijn dat mijn blog je blij maakt.


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.