De lijnen van De Hooch

Vorige week bezocht ik de prachtige expositie ‘Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer’. Ik trad als het ware uit de schaduw van Niki de Saint Phalle (die overigens, net als Vermeer, eerder een helder licht verspreidt dan een schaduw werpt) en dompelde mij onder in de warme, lichte binnenplaatsen en doorkijkjes van Pieter de Hooch (1629 – in of na 1679).

De schilderijen die De Hooch maakte in zijn Delftse periode zijn de mooiste en intiemste uit zijn oeuvre. Hij zet de toeschouwer neer in een kamer of een binnenplaats, de blik naar buiten gericht via een venster, een deur of een poort die openstaat. Door dat venster of door die deuropening stroomt een heerlijk licht naar binnen dat het hele interieur, de hele binnenplaats in een warme gloed laat baden.

Binnenkamer met een moeder die het haar van haar kind reinigt, ca. 1660-1661

Als toeschouwer wordt je nieuwsgierigheid naar de wereld daar buiten sterk geprikkeld doordat De Hooch vaak een figuur naar buiten laat kijken. Deze figuren kijken in de richting van het licht, soms letterlijk met gespitste oren, zoals het grappige hondje in het schilderij met de lange titel ‘Binnenkamer met een moeder die het haar van haar kind reinigt (ca. 1660-1661)’.

Binnenplaats van een huis in Delft, 1658, detail

In ‘Binnenplaats van een huis in Delft (1658)’ staat een jonge vrouw in de deuropening naar het licht toegewend. Zij is omgeven door het binnenvallende licht; de witte muur naast haar hoofd met het zwarte kapje licht fel op en de glanzend gepoetste tegelwand en de iets mattere, maar eveneens glanzende vloer weerkaatsen het licht om haar rode rok en voeten.

Rond 1660 verhuist De Hooch naar Amsterdam en dan is het gedaan met de typisch-Delftse binnenplaatsjes, maar toch creëert hij in het schilderij ‘De moeder (ca. 1661-1663)’ nog een prachtige intieme sfeer met opnieuw een verwachtingsvolle blik naar buiten door het kind in de deuropening.

De moeder, ca. 1661-1663

Die intimiteit, dat warme licht, de doorkijkjes; dat kende ik al van Pieter de Hooch, maar wat me dit keer vooral opviel is De Hoochs geraffineerde en idolate spel met lijnen. Hij speelt voortdurend met horizontale, verticale en diagonale lijnen die je oog door het schilderij leiden; de diepte in, naar de verte. Er is geen horizon in de schilderijen van De Hooch en toch word je door zijn lijnenspel geprikkeld verder te gaan, naar het licht.

Binnenplaats van een huis in Delft, 1658

Die weg naar het licht is niet rechtlijnig, er zijn allerlei ‘obstakels’, maar die maken het alleen maar aantrekkelijker om door het schilderij heen te bewegen. Als in een flipperkast, maar dan in een rustiger tempo, beweegt je oog heen en weer door het schilderij op weg naar het stralende einde.

Neem bijvoorbeeld het schilderij ‘Binnenplaats van een huis in Delft’ Het begint met een steenrood luik dat ostentatief vanaf de linkerzijkant het beeld in steekt. Dan krijg je die prominente boog, die zich naar het licht toe nog twee keer herhaalt. Met een onwaarschijnlijk rechte verticaal wordt de boog aan de rechterkant afgesneden. In de rechterhelft van het schilderij plaatst De Hooch twee figuren die de aandacht naar zich toe trekken. Maar de hele rechterhelft bestaat verder uit ‘slordige’, van boven naar beneden lopende diagonalen die allemaal uiteindelijk je oog naar de poort leiden.

Kaartspelers in een zonovergoten ruimte, 1658, detail

De Hooch lijkt ook dol te zijn op loodrechte verticalen die haarscherp het licht doorsnijden. Ik zag veel opengewerkte tuinhekjes, uit dunne latjes bestaand, waarachter het licht lonkt. In ‘Kaartspelers in een zonovergoten ruimte’ staat er zelfs zo’n constructie met fijne latjes voor het raam. En aan de linkerzijde hangt een lang verticaal gordijn van een transparant materiaal.

Op de expositie in Delft was ook een afbeelding te zien van hoe De Hooch zijn schilderijen opzette. Hij prikte een spijkertje in het verdwijnpunt en spande witgepoederde draadjes over het doek naar dat punt. Dan ‘tokkelde’ hij het draadje, zodat het een witte afdruk gaf op het doek. Langs die lijnen zette hij het perspectief op.

Perspectiefstudie van het schilderij ‘Binnenkamer…( ca. 1660-1661)’

In het schilderij met het hondje ligt het verdwijnpunt precies op de plek waar het binnenvallende licht het sterkst wordt weerkaatst op de glanzende, openstaande deur.
Ja! Naar het licht! Tot 16 februari te zien in museum De Prinsenhof, Delft.

Nog twee keer geef ik de lezing ‘ROND en ROND en ROND, de wereld van Niki de Saint Phalle’ in museum Beelden aan Zee: Op 26 januari en op 23 februari.
Op 18 februari geef ik een EXTRA LEZING in de bibliotheek Haagse Hout. Zie Agenda.

2 Comments

    • Dankjewel Frederike.


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.