
Er is iets speciaals aan de blik van Jan Mankes. Op al zijn zelfportretten kijkt hij ons met zijn grote, donkere ogen onderzoekend aan. Zijn blik is niet streng of vorsend, maar eerder aftastend, vragend. Met deze expressie laat Mankes ook iets van zichzelf zien. Het is een peilende blik die tegelijkertijd iets blootgeeft van het innerlijk van de kunstenaar.

Meestal heeft Mankes het hoofd naar ons toegedraaid, zoals op het zelfportret dat hij maakte in 1909, toen hij twintig jaar oud was. Het lijkt alsof hij opzij kijkt van het doek dat voor hem staat en zijn onderwerp (zijn eigen gezicht) met grote aandacht bekijkt om het beter vast te kunnen leggen. Als toeschouwer voel je de zachte intensiteit van die onderzoekende blik, alsof jij het bent die de schilder tracht te doorgronden.
Soms is zijn blik wat ernstiger en is er een kleine frons tussen zijn wenkbrauwen, maar op de meeste schilderijen is de blik open, diepgravend – dat wel – en ontvangend. Het is bekend dat het Mankes niet ging om een realistische weergave van zijn onderwerp. Hij wilde met het ‘stoffelijke’ van zijn onderwerp iets geestelijks weergeven. In een van zijn brieven aan zijn Haagse mecenas Pauwels formuleert hij het als volgt: ‘Kunst is uiting geven aan geestelijk leven. Aangezien het zuiver geestelijke, het onnoembare niet te noemen is, neemt men stoffelijke dingen te baat als middel.’ Voor de uitdrukking van geestelijk leven heb je stoffelijke dingen nodig, aldus Mankes. Daarom bestudeerde hij ze zo intens.
Opvallend is dat Mankes zijn nek vaak iets verder lijkt uit te strekken om maar zo aandachtig mogelijk te kunnen kijken. Met zijn hele wezen wil hij het onderwerp opnemen, om het zo ‘wezenlijk’ mogelijk weer te geven. Er zijn een paar andere schilders in de kunstgeschiedenis waarbij me die uitgestrekte nek en aftastende blik ook opvallen.

Een van hen is Rafaël (1483-1520), de grote Renaissanceschilder van fijngevoelige en kleurrijke fresco’s en schilderijen. Hoewel het er op sommige altaarstukken heftig aan toe gaat, weet Rafael altijd een verstilling en tederheid in zijn werk te leggen. Daarmee biedt hij een opening naar iets dat achter het stoffelijke schuilgaat, zou je kunnen zeggen. Op zijn Zelfportret uit 1506, hij was 22 jaar oud, kijkt hij ons met een zachtaardige en open blik aan. Ook hij heeft het hoofd opzij gedraaid en de nek gestrekt, waardoor de kaaklijn, net als bij Mankes, heel geprononceerd is.

Een andere kunstenaar, met een ander karakter, die vaak zijn nek uitstak om zijn onderwerp goed te bekijken, was Rembrandt. Hij experimenteerde met allerlei expressies en schaduwwerkingen op zijn eigen gezicht om beter een gevoel te kunnen vastleggen. Een van de zelfportretten waarop Rembrandt zijn hoofd op een onderzoekende manier uitsteekt om de effecten van licht en schaduw op zijn gezicht beter te bestuderen is zijn Zelfportret uit 1629. De dan 23-jarige Rembrandt kijkt vanuit de schaduw die over het bovenste deel van zijn gezicht valt, met donkere ogen en open mond aandachtig naar zijn spiegelbeeld. En ook naar ons. De kaaklijn vangt het volle licht. En zijn ogen zuigen ons naar binnen.
Drie schilders aan het begin van hun carrière die ons reikhalzend aankijken. Ze zochten naar een manier om in het stoffelijke dat zij waarnamen ook iets geestelijks uit te drukken en vonden alle drie hun eigen manier. Mankes en Rafaël in de verstilling, Rembrandt in de uitgebalanceerde weergave van emoties.
Over de zelfportretten van Jan Mankes vertel ik meer in mijn lezing Jan Mankes dichtbij op maandag 21 april.
Goed nieuws: ik geef de lezing ook nog in Villa Ockenburgh in Den Haag op donderdag 5 juni!
Informatie en reserveren: zie Agenda
4 reacties
Wat je schrijft over de zelfportretten van de kunstenaars is wat jij er in waarneemt, het zijn jouw indrukken en interpretaties. Dat mag je niet verwarren met de intenties en zoektochten van de kunstenaars die misschien in het resultaat iets uitdrukken wat henzelf te boven gaat.
Beste Edel,
Dankjewel voor je reactie. Je hebt gelijk dat ik schrijf over mijn interpretaties en waarnemingen van kunst. Ik probeer dat in mijn woordkeus en opbouw van mijn stukken ook duidelijk te maken. Het is zeker niet mijn bedoeling om mijn visie als waarheid te poneren, maar op deze manier tracht ik mensen enthousiast te maken voor kunst.
Dankjewel weer Hans voor ook dit verhaal over Mankes met een vergelijking naar de zelfportretten van Rafael en Rembrandt. Voor mij zijn die blikken naast verstilling zoals jij schreef ook onderzoekend en wat melancholisch. Fijn vind ik het zoals ieder zijn eigen ervaring heeft bij het kijken naar kunst en dat te delen. Het prikkelt mij om beter te kijken.
Dankjewel Jeannette, voor je mooie commentaar.