Na Driekoningen

Driekoningen is een speciale dag in het nieuwe jaar. Tot die tijd ‘mag’ je elkaar nog volmondig een gelukkig nieuwjaar wensen. Tot die tijd blijft ook de kerstboom in vol ornaat in de kamer staan. Maar dan wordt de boom afgetuigd en in de versnipperaar gestopt. De dagen zijn nu weer gewoon grijs, zonder de belofte van een feest aan het eind van de rit.

Een van de aandoenlijkste afbeeldingen van de drie koningen is te zien in de kathedraal van Autun in Frankrijk. De koningen, de wijzen uit het oosten, kwamen op geleide van een ster naar Bethlehem om eer te bewijzen aan de pasgeboren Jezus, de ‘Koning der Joden’ volgens deze zieners. Op het beeld in Autun zijn de drie koningen te zien die na hun eerbetoon liggen te slapen. Met hun kronen nog op liggen ze lepeltje-lepeltje met z’n drieën op een bedbank onder een deken, die in prachtige ronde plooien over hen heen is gedrapeerd.

Kapiteel ‘Slaap van de drie koningen’, Gislebertus, 1130-1135

De achterste koning heeft zijn hand op de deken gelegd. Een engel raakt voorzichtig zijn hand aan, waardoor de koning zijn ogen wijd open doet. Met de andere hand wijst de engel naar een ster. Die ster zal de koningen weer de weg naar huis terug wijzen en zo kunnen ze vermijden dat ze eerst bij de wrede koning Herodes langs moeten, die snode plannen heeft om de pasgeboren ‘Koning der Joden’ te vermoorden.

Dit beeld, afkomstig van een kapiteel (bovenstuk) van een zuil in het hart van de kathedraal van Autun, is van een grote schoonheid. Het is prachtig gedetailleerd en het is naïef, zelfs grappig als een kindertekening, en vertederend in de doeltreffende uitbeelding van een episode uit het Kerstverhaal. Het is een van de vele topstukken van Romaanse beeldhouwkunst die de kathedraal rijk is. De naam van de beeldhouwer is bekend: Gislebertus. Hij liet zijn naam achter in een ander topstuk: Het Laatste Oordeel, boven de hoofdingang van de kerk.

‘Gislebertus hoc fecit’, inscriptie boven de ingang van de kathedraal van Autun

Hans Arp, de dichter en beeldhouwer in wiens werk ik me weer helemaal heb ondergedompeld voor mijn eerstvolgende lezing, schreef in 1962 het prachtige gedicht Gislebertus d’Autun over de beelden van de kathedraal van Autun. Het gedicht is een hommage aan Gislebertus en aan de kathedraal zelf, die voor Arp een tegenwicht vormt tegen de materialistische, destructieve kant van de mens.

In het titelverhaal van mijn boek Tot de verbeelding citeer ik al rijkelijk uit dit heerlijke gedicht, waarin Arp met een kinderlijke blik naar de kunst kijkt en met een scherpe tong de materialistische ‘supermens’ op zijn plaats zet. Hier volgen nog een paar citaten:

Kapiteel ‘Gevecht tussen mens en vogel’, Gislebertus, 1130-1135

De supermens wankelt
omdat hij zich realiseert
dat Gislebertus van Autun
dit gebouw van wonderen
heeft geschapen om hem te tarten.
Hij voelt zich eigenlijk niet super op zijn gemak,
die supermens, die plompverloren
voor de kathedraal van Autun staat.

Reuzenvogels die minuscule mensjes oppeuzelen
vlammen die adellijke dames verteren
ontelbare demonen gekroond met vlammen
duivels die met wijd open muil jodelen
hoofden van verdoemde zielen.

Kapitelen van engelen
proberen engel te vervoegen.
Ze engelen, ze superengelen.

Kapiteel ‘Judas wordt opgehangen’, Gislebertus, 1130-1135

Twee gevleugelde demonen zijn ijverig in de weer
om volgens de regels der kunst
een lid van de Judasbroederschap
op te hangen.
Ze hangen hem aan lange worsten
die uit hun duivelse koppen groeien.
Een arme drommel zonder ordentelijk beroep
is ook een vuurtje voor hun pijp.

Die twee forse engelen
die elk een kerktoren in hun hand hebben
willen zij de arme oude duivel in stukken hakken
die al zit te mauwen
voordat ze zijn begonnen?

Nee, ze wachten op een van die supermannen
een van die vertegenwoordigers in supervooruitgang
die misschien op een dag
voor de kathedraal van Autun zal staan.

Gislebertus is een kind van de hemel.
De schoonheid van zijn kristallijne draperieën
vind je alleen terug in de hemel.

Als de coronamaatregelen het toelaten, geef ik binnenkort een lezing met gedichten van Hans Arp, getiteld Arps Fluïdum. Op 30 januari voor besloten gezelschap en misschien in februari een openbare lezing. Let op de aankondigingen in de Agenda.

Balans

Deze laatste dagen van het jaar zijn altijd een mooi moment om de balans op te maken. Wat heeft het afgelopen jaar mij gebracht? Wat heb ik achter gelaten? 2020 was natuurlijk een jaar waarin veel niet kon. Reizen kon niet, ik moest lezingen cancellen en contacten met vrienden en familie moesten tot een minimum worden beperkt. Het was karigheid troef.

Maar ik heb het gevoel dat juist door die beperkingen de contacten die ik wél had zich hebben verdiept. In januari en februari gaf ik ‘auf Flügeln des Gesanges’ mijn laatste lezingen over Niki de Saint Phalle; ik zat er zo goed in dat ik mij helemaal had losgezongen van zenuwen en onzekerheid.

Toen brak Corona uit en ik werd overvallen door de impact van de pandemie. Maar er gebeurde ook iets moois; de weinige lezingen die ik in deze periode gaf kregen een bijzondere glans. Daar stond ik voor een publiek met mondkapjes en op anderhalve meter van elkaar, maar wat een warme ontvangst kregen de lezingen! Het live contact, het ‘in echte tijd’ delen van liefde en verwondering voor kunst was een heerlijke ervaring. Voor mij en voor het publiek.

Illustratie ‘Hans Arp’ van Peter Oosterhout uit het boek ‘Tot de verbeelding’

Ook het werken aan de publicatie van mijn boek Tot de verbeelding heeft mij veel goeds gebracht. Het was inspirerend om samen te (thuis)werken met een enthousiast team bestaande uit uitgever Louise Bos, illustrator Peter Oosterhout en vormgever Bart van den Tooren. Ik zag de toewijding en de liefde voor hun vak en voor de kunst. Het was een mooie samenwerking en ik ben trots op het resultaat.

Voor 2021 heb ik een voorzichtig perspectief; eind januari zal ik in besloten kring gedichten van Hans Arp voordragen. Ik ben weer in het rijke oeuvre van deze dichter/beeldhouwer gedoken en kwam een prachtig gedicht tegen waarin woordkunstenaar Arp de balans opmaakt. Niet van de persoonlijke activa en passiva van één jaar, maar zoals bij Arp te verwachten valt, van de geestelijke staat van de mens.

De mens heeft scheppende én vernietigende krachten en Arp brengt die in zijn onnavolgbare stijl – humoristisch en spiritueel – in balans in het gedicht Der Mensch ist ein Flötenbläser. Op het Man-van-Taalkanaal, mijn eigen Youtubekanaal, lees ik het gedicht voor in het Duits en in de Nederlandse vertaling. Hieronder staat het gedicht in de vertaling van mijn hand.

Ik wens u een mooi Nieuw Jaar met een uitgebalanceerde, liefdevolle blik op de scheppende en vernietigende krachten van ieder mens.

 

DE MENS IS EEN FLUITSPELER  – Hans Arp, 1955

De mens is een fluitspeler.

De mens is een lierspeler.

De mens is een tempelbouwer.

Maar de mens is ook een moordlustige smeder van zwaarden.

Kijk eens hoe met een degelijke koopmansgeest in de zangen van Homerus de uitkomsten van de slachtpartijen worden opgeteld.

De mens is een spin, dronken van schoonheid.

De mens is een verscheurende wolf, die Koekoek roept.

De mens is een boogschutter, die vingerhoedjes omlegt, een hopeloos verspijkerde moordenaar, een atoompaddenstoelenkweker met een ouderwets mutsje op, die alles wat tot nu toe is bereikt, inclusief wat hij zelf heeft bereikt, uiteindelijk in de schaduw zal stellen.

De mens is een woefwoefblaffende rechter, een vierdemachtswortel uit onvoldoende grond die ontelbare windhaantjes op zijn kop heeft, een Negerhut van Oom Tom, een vleugelpiano die met de benenwagen gaat.

Maar de mens is vooral de vleesgeworden verwerpelijke drukte, die voor eeuwig verleerd heeft na te denken en te bidden. Het beste is om ervandoor te gaan zodra je een mens ziet, en in de diepste en donkerste kloven van de aarde weg te kruipen.

Uit de acht openingen in zijn krullenbol stoot de mens onophoudelijk rookgordijnen uit, grijze mist, grauwe rook.

Onzin, fantasieën, razernij, dat is het doel dat hij nastreeft. Voor de mens is het natuurlijk te verlangen naar het onnatuurlijke. Omdat hij geen vleugels heeft, wil hij vleugels hebben en vliegen. De vleugels hebben hem te pakken. Hij voelt zich godgelijk, als hij met een vat benzine onder zijn kont door de lucht raast.

Maar de mens is ook een bezielde bloemknop.

Maar de mens is ook een dichter.

Maar de mens is ook een heilige, een regenboogkleurige engel.

Afbeelding boven dit blog: Blauwe fluitspeler uit ‘Het laatste Oordeel’ van Jeroen Bosch, ca. 1482

 

Voor Sinterklaasavond of onder de boom

O, zie eens de maan die daar schijnt door de bomen.

Kom, staakt uw geraas en let op allemaal!

Want dit is het blog dat je wist dat zou komen;

Een heus Sinterklaasgedicht van Man van Taal.

 

’t Gaat over mijn bloemlezing Tot de verbeelding,

Gebundelde blogs met een dringend appèl

Op u, lieve lezer(es) van deze mailing:

Gebruik uw verbeelding bij wat ik vertel.

 

Ik schrijf over Niki’s uitdagende Nana’s,

Waarmee zij de vrijheid van vrouwen bezong.

En over Picasso, die met zijn ‘mirada

Fuerte’ in mens’lijke zielen doordrong.

 

En als ik vertel over beelden en dromen

Die door de poëet Hans Jean Arp zijn gemaakt,

Laat dan uw verbeelding maar rijkelijk stromen

En vind een bewustzijn dat droomt en niet waakt.

Illustratie van Peter Oosterhout uit het boek ‘Tot de verbeelding’

 

De handen van Rembrandt, die spreken van liefde,

Beschrijf ik zó dat je ze werkelijk voelt.

En wat heeft die Zadkine, die klankgaten kliefde

In al zijn sculpturen, daarmee toch bedoeld?

 

Beluister de ‘Sehnsucht’ van bloeiende linden

Die Mahler zo mooi op muziek heeft gezet.

Stijg op met de leeuw’rik die voor zijn beminde

Een jubelend lied zingt: ‘ma dame joliette.’

 

Dit boek is een dankbaar en handzaam cadeautje

voor Sinterklaasavond of onder de boom.

’t Is leuk voor je liefje, je moeder, je grootje,

’t Is leuk voor je tante en zelfs voor je oom.

 

Bestel hier de bloemlezing Tot de verbeelding,

Een bundel verhalen van Kunst en Natuur.

Dat kost u dan, inclusief geld voor verzending,

Slechts 19,50! Voorwaar niet te duur.

 

PS. Deze bundel met Ossip en Niki

Verschaft u het grootste betalingsgemak:

U koopt hem per giro of via een tikkie.

O, kom er eens kijken: Een paard op het dak!

Het hele verhaal

Behalve mijn lezing Mee naar huis in museum Beelden aan Zee, geef ik dit najaar nog een lezing: Het gevoel van hardsteen over de beeldhouwer Eugène Dodeigne. Omdat ik in deze lezing maar één kunstenaar als onderwerp heb, en niet 15 zoals in Mee naar huis, kan ik dieper op zijn leven en werk ingaan. Ik heb nu de tijd om ‘het hele verhaal’ van één kunstenaarsleven te vertellen, in plaats van vijftien gecomprimeerde kunstenaarslevens in één verhaal.

Ik laat zien hoe Eugène Dodeigne (1923-2015) verknocht was aan het landschap en de mensen van Noord-Frankrijk waar hij opgroeide en waar hij zijn leven lang gewoond en gewerkt heeft. Het weerbarstige klimaat, de lage luchten, de onopgesmukte levensstijl, je ziet het terug in de beelden die hij hakte in een van de hardste steensoorten die er zijn: Belgische hardsteen.

Kasseien in Noord-Frankrijk

Het is de steen van de kasseiweggetjes die door het licht-glooiende landschap lopen. Het is de steen waarin hij als dertienjarige al leerde hakken toen hij, in de leer bij zijn vader, grafornamenten maakte. Het is de steen die in de middeleeuwen de streek internationale roem bezorgde door de rijk geornamenteerde doopvonten die in de stad Doornik werden gemaakt en die werden geëxporteerd naar grote Franse en Engelse kathedralen.

De hardsteen die Dodeigne bij voorkeur gebruikte werd gewonnen in een groeve vlakbij zijn woonplaats, in het Belgische Zinnik, Soignies geheten in het Frans. ‘Monsieur Pierre de Soignies’, zoals Dodeigne ook wel werd genoemd, hakte zijn beelden heel ruw; de sporen van hamer en beitel en van andere gereedschappen zoals slijptol en pneumatische boor laten het stenige karakter van de beelden nog heel goed zien.

Eugène Dodeigne, ca. 1990. Fotograaf onbekend

De weerbarstigheid van het hakken in de harde steen is zichtbaar in de ruwe beelden. Dodeignes stijl van beeldhouwen wordt pierre éclatée genoemd. Dat betekent eigenlijk ‘ruwe steen’, de steen heeft de ruwe vorm waarin hij spontaan is afgebroken. Maar Dodeigne liet de steen springen (éclater = uitbarsten, springen, exploderen) zoals hij dat in zijn hoofd had.

De beelden zijn menselijke gestalten, vaak staand, soms liggend of geknield, die zich aan het oprichten zijn. Ze komen overeind, of streven daarnaar in ieder geval. In de ruwe oppervlakten van de menselijke gestalten wordt het licht op allerlei manieren weerkaatst en toont de figuur zich in kleurgradaties van zilverwit tot loodgrijs. Het is de lichtheid en de zwaarte van het leven in een geëxplodeerde steen.

In de loop van zijn leven heeft Dodeigne deze figuren ontwikkeld. Ze zijn gegroeid onder zijn handen in het Noord-Franse landschap. Ze werden steeds beweeglijker, zijn gestalten. Aanvankelijk staan ze stil, in hun lange ruwgeplooide gewaden. Maar vanaf de negentiger jaren komt er steeds meer beweging in de beelden; ze draaien en buigen opwaarts, tegen de zwaartekracht in.

Dodeigne liet zich inspireren door de dansers van La Compagnie des Ballets du Nord. Hij schetste in ruwe houtskooltekeningen hoe de mens (de danser) zich altijd weer opricht. Dat zie je terug in zijn beelden. Dodeignes beelden zijn monumenten voor de veerkracht van de mens. Hij stáát, ondanks alle slagen die het leven hem toebrengt. De figuren zijn krachtig en gevoelig tegelijk.

Force et Tendresse, Eugène Dodeigne, 1999

Een van de laatste sculpturen van Dodeigne heet Force et Tendresse, Kracht en Tederheid. Het zijn twee tegengestelde krachten die tegelijk gevisualiseerd zijn. Het zijn de twee krachten waarmee Dodeigne zijn sculpturen maakte. Dat is het verhaal dat ik vertel in mijn lezing Het gevoel van hardsteen, het ‘hele verhaal’ van de prachtige gestalten van Eugène Dodeigne.

Lezing Het gevoel van hardsteen op 28 en 29 november in LOOkatie364 in Mariahoeve, Den Haag. Drie keer de lezing met maximaal 20 mensen per keer. Informatie en reserveren: zie Agenda

Afbeelding boven dit artikel: Bondues, de woonplaats van Eugène Dodeigne

Promenade

Wandelingen, zo noem ik mijn lezingen graag. Als ik een lezing geef, wandel ik met mijn gehoor door het leven van een kunstenaar en ontdek hoe in verschillende periodes bepaalde kunstwerken ontstaan. Zo ontrolt zich in mijn lezing het verhaal van een kunstenaar.

Mijn nieuwste lezing Mee naar huis heeft een ander uitgangspunt. Dit keer gaat het niet om één kunstenaar, maar om 76 kunstwerken die samen de expositie EIGEN+BEELD vormen. In mijn lezing pik ik er vijftien uit. Bij elk van die kunstwerken vertel ik wat meer over het leven en werk van de kunstenaar. Vaak citeer ik wat hij of zij zelf over de kunst of over zichzelf heeft gezegd.

Expositie EIGEN+BEELD, museum Beelden aan Zee

Het principe van de wandeling is er in de lezing Mee naar huis nog steeds; ik wandel nu van het ene kunstwerk naar de andere en neem bij ieder kunstwerk een zijpad naar het leven van de kunstenaar. Dan keren we weer terug en gaat de promenade verder, naar het volgende kunstwerk. De promenade wordt steeds meer gekleurd door de voorgaande kunstwerken.

Dat is wat de Russische componist Modest Moessorgski doet in zijn muziekstuk De schilderijententoonstelling uit 1874. In deze oorspronkelijk voor piano geschreven compositie horen we hoe een bezoeker, c.q. Moessorgski zelf, door een schilderijententoonstelling loopt. De bezoeker heeft een eigen muzikaal thema, de Promenade, dat telkens onderbroken wordt door de thema’s van de diverse schilderijen. Als de bezoeker daarna verder loopt is het Promenade-thema van karakter veranderd.

Portret van Modest Moessorgski, Ilja Repin, 1881

Moessorgski baseerde het stuk op een bezoek dat hij bracht aan een expositie gewijd aan zijn kort daarvoor plotseling overleden vriend Viktor Hartman, schilder en decor- en kostuumontwerper voor opera en ballet. In de uitvoering door pianist Jevgeni Kissin komt de bezoeker opgewekt, een beetje haastig en nieuwsgierig de expositie binnen, zoals te horen is in Promenade I. Na het eerste kunstwerk – een houten notenkraker in de vorm van een Gnoom – klinkt Promenade II droevig. Is de componist plotseling getroffen door het overlijden van zijn vriend?

Als hij het prachtige, zware, in kadans schommelende schilderij De Ossenwagen heeft bekeken, loopt de bezoeker lichtvoetig, bijna zwevend verder. Na het schilderij De Romeinse catacomben klinkt de Promenade vervormd, alsof de bezoeker huiverend verder loopt ‘met de doden in een dode taal’, zoals Moessorgski zelf in de kantlijn van dit deel noteerde.

Het laatste kunstwerk van de schilderijententoonstelling is een apotheose, door pianist Kissin weergaloos gespeeld. De grote poort van Kiev heet dit kunstwerk. Het was een triomfboog voor Czaar Alexander II die een moordaanslag had overleefd. Kissin laat de poort oprijzen in machtig, breed klavierleeuwspel. De poort welft zich over de bezoeker heen, een devote processie klinkt en enorme klokken gaan luiden. In het klokgelui hoor je de Promenade. De bezoeker en het kunstwerk zijn één geworden, de bezoeker gaat op in het verhaal van het kunstwerk.

Het hoeft misschien niet zo romantisch als bij Moessorgski, maar als ik u met mijn lezing kan meenemen op een wandeling door de kunst, waarbij de promenade gaandeweg van karakter verandert en zelf een kunstwerk wordt, ben ik heel gelukkig. Dat kunstwerk neemt u mee naar huis.

De eerste lezing Mee naar huis is op zondag 25 oktober in de bibliotheek van museum Beelden aan Zee. Informatie en reserveren: zie Agenda.

Woud van verhalen

De nieuwe expositie in museum Beelden aan Zee heet voluit EIGEN+BEELD, Moderne sculptuur museaal en particulier verzameld. Min of meer noodgedwongen door de coronabeperkingen dook het museum in zijn eigen depot en heeft daar de mooiste werken uit opgediept die nu in een prachtige opstelling een woud van verhalen vormen.

Veel van de kunstwerken zijn aan het museum geschonken door particuliere verzamelaars en de expositie is dan ook een ode aan deze ruimhartige kunstliefhebbers. Om te beginnen natuurlijk aan Theo en Lida Scholten, de stichters van museum Beelden aan Zee, die hun collectie hier in 1994 onderbrachten. Veel particuliere verzamelaars volgden hun voorbeeld en schonken werk aan het museum, waardoor het ‘gewone’ publiek kennis kan maken met de kunst en de verhalen die erin schuilgaan.

Expositie EIGEN+BEELD, museum Beelden aan Zee

In de mooie, lichte zaal van het museum staan ruim zeventig kunstwerken van evenzovele kunstenaars in een opstelling die op mij de indruk maakt van een bos. In clusters dicht bij elkaar, of juist verspreid in de ruimte, staan beelden van allerlei materialen en afmetingen. Veel beelden staan op hoge sokkels, waardoor het gevoel versterkt wordt van een woud waar je doorheen kunt dwalen.

Expositie EIGEN+BEELD in museum Beelden aan Zee

De expositie bestrijkt grofweg vijf cultuurperioden uit de recente Nederlandse geschiedenis, maar in de catalogus wordt de bezoeker uitgenodigd zelf aan het rubriceren te slaan. De opstelling is vrij en associatief; wandel door het bos en maak je eigen verhaal, lijkt de expositie te zeggen.

De vormgeving van de expositie – vormgeving die bepaalt welk gevoel je krijgt als je er rondloopt – is van Bart van den Tooren, die ook mijn boek Tot de verbeelding heeft vormgegeven. Op de tentoonstelling voel je de vrijheid om te kijken en je eigen verhalen te maken en die vrijheid zit ook in mijn boek. Ik zag zelfs dezelfde kleurschikking in de expositie; het geel van de sokkels en de panelen, geraffineerd door het grijs van de ruimte gestrooid, komt in mijn boek terug. Ik had het gevoel op de expositie in mijn boek te wandelen.

Boek Tot de verbeelding

Voor Tot de verbeelding heb ik ook de mooiste blogs uit mijn ‘depot’ opgediept en samengebracht in een bloemlezing waar je doorheen kunt dwalen. Ik schrijf over heel verschillende onderwerpen; van de bevrijdende Nana’s van Niki de Saint Phalle tot Rembrandts Handen en van de Sehnsucht van bloeiende linden tot een brutaal schrijvertje dat plat Haags spreekt. Ik hoop dat de lezer zelf zijn of haar verhalen maakt naar aanleiding van de onderwerpen die ik aandraag.

Over de expositie EIGEN+BEELD geef ik deze winter weer een lezing in museum Beelden aan Zee. De titel is Mee naar huis en de lezing gaat over de kunstwerken die je ‘mee naar huis neemt’ als je door het woud van verhalen hebt gedwaald. Door de coronabeperkingen zal de lezing onder andere omstandigheden plaatsvinden; ik zal spreken voor kleinere groepen en soms op andere locaties en tijden (zie Agenda). Maar de verhalen gaan door.

Mijn boek Tot de verbeelding is te koop via de pagina Boek van deze website en in de museumwinkel van Beelden aan Zee.

De verbeelding aan de macht

Mijn boek Tot de verbeelding is er! Ik ben apetrots. Vanaf vandaag is het boek te verkrijgen via de pagina ‘Boek’ op deze website. Ook via de museumshop van Beelden aan Zee en na afloop van mijn lezingen kunt u het boek kopen. Het boek is een bloemlezing van mijn mooiste blogs van de afgelopen zeven jaar. Blogs die tot de verbeelding spreken. Ik heb deze Man-van-Taalpareltjes opgedoken uit de zee van online teksten; de verbeelding aan de macht!

In januari ben ik begonnen met het maken van dit boek en van het begin af aan heb ik het gevoel gehad dat er een zegen op rustte. Iedereen die ik benaderde om eraan mee te werken reageerde enthousiast en zette zich met liefde en toewijding in voor het boek. Zo kreeg Tot de verbeelding zijn glans. Ik ben ze allen heel dankbaar.

Allereerst was daar Louise Bos, uitgever in hart en nieren. Ik vroeg haar mij te adviseren over het maken van een boek en met groot enthousiasme nam ze de rol van uitgever op zich. Ze was mijn belangrijkste sparring partner over de keuze, de redactie en de opmaak van de teksten. Ze maakte de planning, benaderde mensen uit haar netwerk, hield de begroting in de gaten en zag toe op de optimale uitvoering van het drukwerk. Ik voelde mij schipper naast God, met dien verstande dat we heel vrolijke en ontspannen overleggen voerden.

Over het hartverwarmende contact dat ik had met de Spaanse kunstenaar Juan Ripollés en zijn vrouw Pilar heb ik al eerder geschreven. Hun genereuze toestemming om Ripollés kunstwerk Guerrero te gebruiken voor de cover van mijn boek was ontroerend. Ik koester het certificaat dat Pilar mij stuurde met de beverige, maar speelse handtekening van de 88-jarige kunstenaar.

Illustratie van Peter Oosterhout bij het hoofdstuk ‘Hans Arp’

Illustrator Peter Oosterhout was mij aangeraden door een vriendin. Ik had zijn website bekeken en zocht hem vlak voor corona op in zijn woning in Amsterdam. De hele middag hebben we zitten praten. Ik vertelde over Ripollés’ ‘mannetje’ en over de kunstenaars die in mijn blogs aan de orde komen. Over de vogels uit mijn natuurblogs en over de onderwerpen uit het taal-hoofdstuk. Hij luisterde intens en maakte een mooie proeftekening.

Twee maanden later waren de tekeningen klaar. Ik was verrukt! De fijnzinnige tekeningen van Peter Oosterhout geven een prachtige extra lading geven aan de onderwerpen in het boek. Ze gunnen je een blik in de mysterieuze wereld van de kunst, de natuur en de taal; werelden waarin het ‘mannetje van taal’ zijn ontdekkingsreizen onderneemt.

Louise had ontwerper Bart van den Tooren benaderd om het boekontwerp voor zijn rekening te nemen. Heel eervol voor mij dat de man die de catalogi van museum Beelden aan Zee ontwerpt nu ook mijn boekje wilde maken. En wat is het mooi geworden; de kleurkeuze, het lettertype, de lay-out, het boek straalt!

Op de cover staat Ripollés’ mannetje heel mooi in reliëf in het dikke, bobbelige papier van het originele kunstwerk, dat boven mijn bank hangt. De textuur van het coverbeeld is perfect in de foto gevangen door mijn buurvrouw Marijke Aveling, die met haar subtiele foto’s het woord gevoelige plaat alle eer aan doet.

En dan was er nog de welwillendheid van museum Beelden aan Zee. Tot over hun oren zaten ze in de corona-sores toen Louise het plan indiende om het boek uit te geven als museumboek. Ze gingen er mee akkoord! De bloemlezing van mijn blogs gaat de geschiedenis in als een uitgave van museum Beelden aan Zee.

Dankzij deze crew is het boek geworden tot wat het nu is; een stralende oproep tot de verbeelding. Bestel het via de pagina ‘Boek’.

¿Guerror? ¡No: Guerrero!

Op het omslag van mijn boek – dat zeer binnenkort verschijnt – staat een kunstwerk waar ik erg aan ben gehecht. Het is een materie-ets (grabado matérico) van de Spaanse kunstenaar Juan Ripollés. In 1998 kocht ik dit kunstwerk in een galerie in Amsterdam. Ik had in de etalage een andere materie-ets van Ripollés gezien, maar toen ik dit mannetje zag met zijn gouden schild en zijn onbevangen optimisme, was ik verkocht.

De galeriehoudster zei dat de titel Guerror was en zo heb ik hem altijd genoemd. Ik koesterde mijn guerror en gaf hem een ereplaatsje boven de bank. Toen ik in 2015 begon als Man van Taal wist ik meteen: dit mannetje moet mijn beeldmerk worden. Hij is ondernemend, hij praat met een vurige tong en draagt de zon op zijn hoofd. En hoewel hij vervaarlijk met een mes zwaait, straalt hij toch eerder enthousiasme uit dan agressie.

De ‘Guerrero’ boven mijn bank. Foto: Berend van Dooren

Het lichaam van de Guerror is gemaakt van oud roest, heel sympathiek, en zijn beentjes zijn een hoefijzer. Hij is afgedrukt in door Ripollés zelfgemaakt dik papier met een bobbelige, oneffen textuur. Er zit beweging in het papier en daardoor komt het mannetje in zijn omgeving tot leven.

Om dit beeld als cover voor mijn boek te kunnen gebruiken heb ik in februari dit jaar contact gezocht met Juan Ripollés. De kunstenaar, geboren in 1932, is nog steeds actief, getuige de prachtige filmpjes die te zien zijn op zijn website ripolles.es. Als een oude hippie (hij draagt bloemen in zijn warrige grijze baard en een zelfgefabriceerd hoofddeksel met twee ‘antennes’) staat hij daar vrijwel naakt tegenover het lege doek om te voelen wat er ontstaat.

Op mijn verzoek om de ets te mogen gebruiken voor mijn boek kwam een ontroerend warmhartige reactie van Juan Ripollés en zijn vrouw Pilar Gimeno. Ze gaven me toestemming om het beeld gratis te gebruiken. Over die toestemming heb ik eerder geschreven in het blog Mijn Boek. Maar door het contact met Ripollés kreeg ik nog een cadeau, want nu pas hoorde ik hoe de kunstenaar zelf zijn mannetje noemde: Guerrero.

Als Man van Taal heb ik een verbazend slecht gevoel voor de Spaanse taal en aanvankelijk dacht ik dat guerrero misschien hetzelfde betekende als guerror maar dan in dialect. Maar wat bleek toen ik de vertaling opzocht: het mannetje is niet een guerror, een krijger, maar een guerrero, een stríjder. Een hemelsbreed verschil en gevoelsmatig voor mij ook veel meer kloppend met het onbevangen optimisme dat het figuurtje uitstraalt.

Het is geen bloeddorstige krijger, die zich gewapenderhand een weg door het leven baant, nee, het is een strijder, een mannetje dat ergens vóór strijdt. Deze guerrero strijdt voor de verbeelding. ‘Tot de verbeelding’ is zijn strijdkreet: gebruik je verbeelding, vertrouw op je verbeelding, ga het leven aan met verbeelding.

Een toepasselijker beeld had ik mij niet kunnen wensen als cover voor mijn boek. Over 10 dagen komt het boek ‘Tot de verbeelding’ uit. U krijgt van mij bericht!

De tweede Arpgolf

Naar het zich laat aanzien komt er een tweede golf gedichten en beelden van Hans Arp. Ik heb contact gelegd met het Diamanttheater uit Mariahoeve om deze zomer in de open lucht, bij het standbeeld Scrutant l’horizon (Turen naar de horizon), een aantal van Arps gedichten voor te dragen. Wie weet komt daar een mogelijkheid uit voort mijn lezing opnieuw te geven als de coronamaatregelen voor het theater worden versoepeld.

Bovendien ben ik gevraagd om in januari 2021 de opening van een expositie in Pulchri op te luisteren met een aantal gedichten van Hans Arp. Heel graag rakel ik mijn oude liefde voor Arp weer op. Ik ben in zijn omvangrijke poëtische oeuvre gedoken en hij weet me opnieuw te raken met zijn dromen, beelden en gedichten.

Arp gebruikt het begrip ‘Arpeiron’, een grappige verbastering van het filosofische ‘A-peiron’, het On-bepaalde, het On-gevormde, het On-begrensde. Het is een bron van oer-energie waar alles wat er is uit voortkomt en na het vergaan weer naar terugkeert. Volgens Arp kan de kunstenaar al dromend uit deze bron putten en zijn kunstwerken laten ‘groeien’.

In het museum van de Fondation Arp: Coupe chimérique, gips, 1947.

Het mooie is dat Arp die gedachte van Arpeiron ook doortrekt tot ‘de andere kant’ van kunst; die van de toeschouwer. Bij de oprichting in 1964 van de Fondation Arp, de stichting die het artistieke werk van Arp beheert, werd door Arp zelf de regel geformuleerd dat het publiek de kunst niet moet bekijken door ‘het filter van de cultuur’, maar onbevangen als een kind. Het On-bepaalde, het On-gevormde, het On-begrensde, kortom het Arpeiron, is dus niet alleen een bron van waaruit je schept, maar ook een bron van waaruit je waarneemt.

Met andere woorden; ook als toeschouwer draag je die oer-energie in je. Het waarnemen van kunst, of het waarnemen in het algemeen, is geen passief, consumptief proces. Het is een scheppende kracht. Dat is wat ik zo mooi vind aan het werk van Arp. Het doet een appèl op de scheppende kracht in de kunstenaar én in de kunstbeschouwer. Hoe kan ik niet verliefd worden op zo’n man?

Als er één ding is dat ik wil met al mijn lezingen en al mijn blogs, dan is het onbevangen naar kunst kijken, zo formuleer ik mijn ‘missie’ in mijn Arplezing. Ik nodig mijn gehoor uit hun waakverstand op een laag pitje te zetten en hun droomverstand wijd open. Dan kom je het dichtst bij de oer-energie; het Arpeiron.

Mijn boek Tot de verbeelding opent met drie blogs die ik over Arp schreef in de tijd dat ik werkte aan de lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten. Het is toeval dat dit de eerste blogs van het boek zijn – de onderwerpen zijn gerangschikt op alfabet – maar het is wel een mooi toeval dat Arp de toon voor mijn boek zet.

Illustratie van Peter Oosterhout voor het hoofdstuk ‘Arp’ in het boek ‘Tot de verbeelding’

Illustrator Peter Oosterhout heeft heel treffend mijn liefde en bewondering voor Arp in beeld gebracht. Met als uitgangspunt Arps bekende zelfportret, de foto ‘Hans Arp met navelmonocle’ uit 1927, zweeft daar het hoofd van Arp met vloeiende en natuurlijke vormen. Een muis, een vis met poten, een pauw (?) en nog een vogel zijn te ontdekken in het hoofd van Arp.

Met een groot, dromerig oog kijkt Arp ons aan, het andere oog gaat schuil achter de navelmonocle. Het ‘mannetje van Taal’ staat voor het hoofd in zijn Tot-de-verbeelding!-houding. Hij kijkt bewonderend op naar Arp. Het ronde schild in de hand van het mannetje vormt een mooi beeldrijm met de navelmonocle.

De tweede Arpgolf; hij komt eraan. Houd de agenda in de gaten!

 

 

Verbeelding, aan Zee

Het boek dat ik aan het maken ben, de bloemlezing van mijn blogs, krijgt de titel Tot de verbeelding. Het ‘titelverhaal’ is het blog Tot de verbeelding dat ik in 2018 schreef in de aanloop naar mijn lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten.

Hans Arp met navelmonocle, 1926

In dat blog stel ik dat Arp schrijft ‘tot de verbeelding’; zijn poëzie brengt een onophoudelijke stroom beelden op gang. Als in een droom vloeien de beelden uit elkaar voort. Arps poëzie is heel goed te volgen met je ‘droomverstand’ – dus níet met je analytische waakverstand. In mijn lezing nodig ik het publiek uit hun waakverstand op een laag pitje te zetten (de ‘waakvlam’) en hun droomverstand wijd open.

Arp jaagt als het ware je verbeelding aan met zijn prachtige, naïeve, vloeiende beelden. Ik streef ernaar om net als hij de verbeelding aan te wakkeren met de verhalen die ik vertel in mijn blogs en lezingen. Net als Arp spreek en schrijf ik tot de verbeelding.

Als voorbeeld van Arps tot de verbeelding geschreven poëzie citeer ik in het blog gedeeltes uit zijn gedicht Gislebertus d’Autun. Dit gedicht uit 1962 is een hommage van Arp aan de twaalfde-eeuwse beeldhouwer Gislebertus die de kathedraal van Autun in Frankrijk voorzag van schitterende beeldengroepen. Met zijn kenmerkende mix van humor, verwondering en spiritualiteit beschrijft Arp de wereldberoemde beelden die de kerk van binnen en van buiten sieren.

Een van de bekendste beelden van Gislebertus is de Eva. Dit beeld geldt als het mooiste romaanse beeld van een vrouwelijk naakt. Eva ligt op haar rechterzij, ze ondersteunt haar hoofd met haar rechterhand. Haar prachtige gezicht heeft een uitdrukking die het midden houdt tussen verleidelijkheid en onschuld. Haar ragfijn uitgekamde haar vergroot de bekoring die er van haar uitgaat. Bijna ongemerkt, ‘achter haar rug’, plukt ze de appel van een takje dat de slang haar met zijn klauw aanbiedt.

Eva, Gislebertus, rond 1130

Deze Eva, die ik ‘in levende lijve’ heb gezien toen ik in 2006 Autun bezocht, zag ik later terug in museum Beelden aan Zee. In de Zeezaal, de mooiste zaal van het museum, werd ik getroffen door de Sluimerende Venus van Jan Meefout. Het beeld ligt op een ereplaats de rustende godin waardig; achter haar opent zich het duin en zie je de eeuwig ruisende zee.

Sluimerende Venus, Jan Meefout, 1984

De gelijkenissen tussen Gislebertus’ Eva en Meefouts Venus zijn frappant. Ook Venus ligt bevallig op haar rechterzij, en net als bij Eva is haar bovenlijf een kwart slag gedraaid ten opzichte van haar benen. Venus heeft zich nog iets behaaglijker uitgestrekt, ze ligt plat op haar rug en heeft haar heupen naar ons toe gedraaid. Eva ligt op haar zij met haar borsten naar ons toegedraaid, terwijl haar benen (haar schaamstreek gaat schuil achter gebladerte) naar beneden zijn gedraaid.

En hoewel Venus haar ogen gesloten houdt, heeft ze toch een verleidelijk onschuldige bekoring. Haar haar is weelderig gedrapeerd over haar rechterarm die ze onder haar hoofd houdt. Opvallend is dat zij haar linkerhand niet op haar heup of in haar schoot laat rusten, maar achter haar rug houdt. Net als Eva!

Publiekslieveling Venus is zo populair dat ze het zelfs tot beeldmerk van het museum heeft geschopt; Meefouts Venus aan Zee heeft jarenlang de plastic tassen van de museumshop en de dienblaadjes van het museumcafé gesierd.

Venus ligt op een sokkel met zeezand, waar speelse vingers vaak verleidelijke kringen in tekenen. Geboren uit zonnegloren is ze, en een zucht van de ziedende zee. Ze droomt, Venus, ze droomt van de tijd dat wij weer terug zullen zijn in het museum om ons weer over te geven aan de Verbeelding, aan Zee.