Bald weihnachtet es richtig

Er is in mijn ogen geen land dat de Kerst zo innig voorbereidt als Duitsland. En toevallig ben ik daar nu een paar dagen op bezoek, vlak voor Kerstmis. Ik bezoek de oude Hanzestad Bremen, onder andere voor de expositie Die Firma Arp, waar meer dan driehonderd gipsen sculpturen zijn te zien van Hans Arp.

Weihnachtsmarkt in Bremen

In de weken voorafgaand aan Kerstmis heb ik al vaker Duitse steden bezocht en altijd trof ik dan dat typisch Duitse fenomeen van de Weihnachtsmarkt aan. Houten stalletjes, al of niet met echte ijspegels behangen, waar je allerlei snuisterijen kunt kopen, variërend van kerstversiering tot huishoudelijke artikelen. Maar vooral kan je je er verliezen in eten en drinken. Über allem liegt der wohlige Duft von frisch gebrannten Mandeln, Lebkuchen und Glühwein.

De Weihnachtsmarkt is uiteraard een commerciële aangelegenheid, maar het versterkt ook een gevoel van verwachting. Een gevoel dat zo goed bij Advent én bij Duitsland past. Duitsland is volgens mij de Virgo onder de landen en verwachting is een van de sterkste kenmerken van dit sterrenbeeld.

Vergeeft u me dit persoonlijke uitstapje in de astrologie, maar ik vind het leuk om te denken dat bepaalde landen karakteristieken hebben van een bepaald sterrenbeeld. Ik meen in Duitsland vooral een Maagd te herkennen, een figuur die uitkijkt naar een groots moment. Overigens ervaar ik de Maagd ook als iemand die alles tot in de puntjes – pünktlich – verzorgd wil hebben.

De mooiste cantate van de oer-Duitse componist Johann Sebastian Bach is voor mij Cantate BWV.140 – Wachet auf, ruft uns die Stimme. In het prachtige, vorstelijke openingskoor worden de kluge Jungfrauen (de wijze maagden) opgeroepen hun lamp te pakken en hun bruidegom tegemoet te snellen. Het feest gaat beginnen!

J.S. Bach, Cantata ‘Wachet auf’, The Amsterdam Baroque Orchestra & Choir, Conductor: Ton Koopman, 2010

Deze ‘wijze maagden’ komen voor in de Bijbelse gelijkenis van de wijze en dwaze maagden. De wijze maagden hadden eraan gedacht genoeg lampolie mee te nemen om ’s nachts hun bruidegom mee te begroeten. De dwaze maagden hadden hun zaakjes niet goed voor elkaar; ze hadden te weinig olie en hun lichtje brandde niet meer toen het erop aan kwam.

Hoe dan ook, ik laat me in ieder geval de komende dagen graag op sleeptouw nemen door de lichtjes, de saamhorigheid rond de glühwein-statafels, en de kraampjes met de viele Inspirationen für Geschenke und Mitbringsel zum Fest der Liebe.

Ik wens u een mooi Kerstfeest, een Fest der Liebe.

Afbeelding boven dit artikel: Weihnachtsmarkt Bremen, foto Michael Chehowsky

Helden

Het Verzetsmuseum heeft met de nieuwe expositie het woord ‘verzetsheld’ in een ander daglicht gesteld. Ik had er niet zo bij stil gestaan, maar het woord ‘held’ wordt tegenwoordig waarschijnlijk vooral geassocieerd met action heroes die, gehuld in strakke maillots, wapperende capes en zwarte maskers, door de lucht vliegen in hun spectaculaire gevecht tegen het Kwaad. Om het verzet uit die sfeer van spannend stripverhaal te halen en terug te brengen tot een menselijke daad met meerdere dimensies, is het waarschijnlijk een goede zet om de term ‘verzetsheld’ af te schaffen.

Overigens kwam ik deze actieheld tegen in museum Voorlinden toen ik onlangs de expositie van Giuseppe Penone bezocht. In de hal tussen de zalen voor tijdelijke tentoonstellingen en de vaste collectie waren medewerkers van het museum bezig met het ophangen van de zes-meter lange doeken van Jim Shaw voor het kunstwerk Not Since Superman Died. De hal veranderde in een coulissenlandschap van gebouwen en bomen in zachte kleuren met een opvallende zwart-wit stripheld die in dit landschap een dramatische strijd voert.

Not Since Superman Died, Jim Shaw, 2014, museum Voorlinden

We zien de held in pathetische poses, vechtend tegen boeien of uitgeput op de grond. De poses zijn ontleend aan klassieke meesterwerken. Het zijn beelden van heroïsch lijden en sterven uit onze (hoge en lage) cultuur. De wetenschap dat Shaw dit kunstwerk maakte toen de gezondheid van zijn vader achteruit ging, geeft dit werk een pregnante lading.

Nu ik de termen ‘held’ en ‘meesterwerk’ in één adem heb genoemd, wil ik even stilstaan bij de acties van klimaatactivisten die recentelijk plaatsvonden in de musea. Gewapend met lijm en aardappel- of tomatenpuree belagen deze activisten meesterwerken in de musea (achter glas!) en vestigen de aandacht op de urgentie van de klimaatproblemen. In het Mauritshuis moest Vermeers Meisje met de parel het ontgelden, het ‘gezicht’ van het museum.

Vier van de vijf beroemde kunstwerken hierboven zijn doelwit geweest van klimaatactivisme. V.l.n.r Meisje met de parel, Vincent van Gogh, Mona Lisa, Caravaggio’s Jongen en Botticelli’s Venus

In andere musea waren het ook de beeldbepalende kunstwerken (achter glas) waarmee de activisten aandacht willen vestigen op de vernieling van de natuur. De Mona Lisa kreeg taart over zich heen (wat de toeristen er niet van weerhield selfies te blijven maken), Van Gogh tomatenpuree en bij Botticelli en DaVinci lijmden de activisten zich vast.

Ik zou zeker ook geschokt zijn geweest als ik van deze actie getuige was geweest. In een tempel met de oude Meesters, gedempt licht en gedempte stemmen lijmt opeens iemand zich vast aan het meesterwerk! Maar een schok teweegbrengen is wat de activisten willen. ‘Hoe voelt het om er bovenop te staan als iets moois en kostbaars ogenschijnlijk vernietigd wordt?’ riep een van de activisten in het Mauritshuis. Zo urgent is de klimaatcrisis volgens hun. We staan er met onze neus bovenop, het is verschrikkelijk, zeggen ze, maar we zien het niet.

Klimaatactie bij Vermeers Meisje met de parel. Beeld: NOSNieuws

Voor mij hebben deze daden iets heldhaftigs. Je weet dat je er de hele (kunst-)wereld mee over je heen krijgt, maar je kiest zorgvuldig je doel (een ‘meesterwerk’), de formulering van je actieleuzen en je actievorm. Heel belangrijk is dat het er niet om gaat het kunstwerk zelf schade te berokkenen. De activisten kiezen gecanoniseerde kunstwerken achter glas voor het optimale effect.

De ‘actiehelden’ van het Meisje hadden hun actievorm toegespitst op het kunstwerk. De één zou zich met de rechterzijkant van zijn hoofd aan het glas vastplakken terwijl de ander tomatenpuree over zijn linkerschouder gooide. Zo zou de activist als een Siamese tweeling vergroeid zijn met het Meisje, met een alarmerende rode kleur op de voorgrond. In de chaos van het moment pakte het iets minder theatraal uit, maar de impact van deze ‘performance’ was er niet minder om.

Ik ben geen voorstander van vandalisme, maar kunst is er niet om ons in slaap te sussen. Kunst moet ons juist gevoeliger maken, wakkerder, weerbaarder. Helderder.

De frames van Trenkwalder

Op de expositie Tuin der Lusten in museum Beelden aan Zee zijn behalve de grote sculpturen van de Oostenrijkse kunstenaar Elmar Trenkwalder ook prachtige keramieken ‘schilderijlijsten’ te zien. Deze kunstwerken hebben de toevoeging ‘B’ aan de titel met WVZ (Werkverzeichnis), omdat achter de weelderige lijsten een getekende afbeelding zichtbaar wordt. De lijsten vormen één organisch geheel met de afbeeldingen; het frame versterkt als het ware de afbeelding en leidt je het kunstwerk binnen. Een mooie vorm van framing.

WVZ 131 -B, Elmar Trenkwalder, 2021

U kent misschien het begrip framing uit de debatwereld. Het houdt in dat je je woorden zodanig kiest dat je het gevoel/de gevoeligheden van je gehoor in een bepaalde richting stuurt. Een boeiend verschijnsel voor mij als Man van Taal. Politici zijn zeer bedreven in het gebruiken van frames om hun electoraat (nog sterker) aan zich te binden. Dat kan op een positieve of op een negatieve manier.

Onder populisten is het gebruik van het woord ‘weer’, in de zin van ‘opnieuw’, heel courant. Overal in Europa horen we hoe oude waarden weer hersteld zullen worden. De Brexit-campagne kwam pas goed op gang toen de slogan Take back control werd gelanceerd: Neem de controle weer over. En we zien nog dagelijks hoe krachtig Make America great again werkt.

Er zijn ook voorbeelden van positieve framing. In de Trouw-rubriek Framing laat debatspecialist Hans de Bruijn regelmatig positieve frames zien, die niet gebaseerd zijn op rancune, maar op hoop. Zo citeert hij Barack Obama die in een debat met een rechtse Republikein het recht op sociale zekerheid verdedigt. Mensen hebben keihard gewerkt voor sociale zekerheid, zegt Obama. Hiermee haalt hij het beeld van de luie uitkeringstrekker onderuit.

Een frame is dus een kader voor je woorden waarmee je de ontvanger een bepaalde kant opstuurt. Ook bij schilderijlijsten zou je kunnen spreken van een zekere sturing. Er opent zich een venster naar een andere wereld. Zware, barokke lijsten zijn vaak bedoeld om de importantie van de geportretteerde of de afbeelding te benadrukken. Dat schept afstand.

Bij Trenkwalder overbrúggen de barokke vormen juist de afstand. Met humor en speelsheid leidt de lijst je de afbeelding binnen. Via de sensuele barokke vormen betreed je de ruimte ‘achter’ het frame; een lichte ruimte met mooie vergezichten.

Sommige van Trenkwalders tekeningen lijken geïdealiseerde barokke tuinen, met strakke symmetrische paden. Maar er zijn ook interieurs te zien met hoge gotische bogen die een sterke perspectivische werking hebben. De tekeningen doen denken aan de achtergronden van oude religieuze schilderijen waar zich achter de tronende Madonna of de Annunciatie-scene een sereen en ruimtelijk landschap of kerkinterieur ontvouwt.

WVZ 132 -B, Elmar Trenkwalder, 2012

De mooiste ‘lijst’ is voor mij WVZ 132 -B. Een architectonische vorm als een altaarstuk met drie bogen. In de bovenste boog is een tekening van een gesluierd gezicht te zien. In de linker en rechter boog zijn sierlijke symmetrische krullen getekend. Onderin zitten drie keramieken poortjes, waarvan het middelste een klein trapje heeft. Achter die poortjes zien we in ijle potloodlijnen een prachtig perspectief naar een lichte horizon.

WVZ 132 -B, detail van de poortjes en de linkerhand, Elmar Trenkwalder, 2012

Maar wat mij aan deze lijst het meest treft zijn de gespreide keramieken handjes, die links en rechts zich openen vanuit een pofmouw met een grappig gezichtje. Een fantastisch gebaar waarmee ik liefdevol word uitgenodigd het perspectief te betreden. Zo werken de frames van Trenkwalder; ze bieden hoop.

 

The world according to Arp

Op 6 oktober geef ik mijn lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten. Ik neem u dan mee naar de wereld van Hans Arp, de dichter en beeldhouwer die mij zo inspireert. In de wereld van Arp is de droom de werkelijkheid; zijn sculpturen en zijn gedichten hebben de schoonheid van dromen. Alles kan!

Ik bleef liggen en verroerde me niet en rook de geur van de eerste bloemen. Dromen lieten zich leiden door een parel. Ik hoorde de klacht van de nachtegaal. In de spiegel zag ik een giraf voorbijkomen met een muis op zijn kop. In de zomer hoorde ik in de verte het gebulder van een oorlog. Onder mijn raam spraken de buren over vrede, muziek, bedden, driehoeken, dieren.

Hoofd met drie onaangename voorwerpen, brons, 1930

Dit is een citaat uit het prozagedicht De grote vlieg, de knevel en de kleine mandoline dat Hans Arp schreef in 1951. Ik laat het horen in mijn lezing. In het gedicht wordt de dichter wakker met drie onaangename voorwerpen op zijn gezicht; een knevel, een grote vlieg en een kleine mandoline. Arp baseerde dit gedicht op een van zijn sculpturen, namelijk het bronzen beeld Hoofd met drie onaangename voorwerpen uit 1930. Dat is een vloeiende, plastische vorm met drie losse voorwerpen erop die eruit zien als een grote vlieg, een knevel en een kleine mandoline.

Vaak gebruikt Arp zijn beeldhouwkunst als uitgangspunt voor zijn poëzie. Hij noemde aanvankelijk zijn gedichten ook wel toelichtingen bij zijn sculpturen. Dat dien je niet letterlijk te nemen; zijn gedichten openbaren een poëtische droomwereld, waaruit ook zijn sculpturen voortkomen.

In de lezing laat ik u dwalen door het atelier van Hans Arp in Meudon, een voorstad van Parijs. Bij die wandeling tussen de gipsen sculpturen, de fluïde Rundplastiken die zo karakteristiek zijn voor Arp, laat ik u een gedeelte horen van het gedicht Mensen uit 1953.

In het gipsatelier van Hans Arp, Meudon, Frankrijk

Bescheiden grijsgeverfde stoelmensen
die niets anders willen zijn
dan stoelen waarop anderen gaan zitten

Wolkenmensen die zichzelf ter wereld brengen

Lange lange dunne draadmensen
van een witte onbeschreven draad
die op een spoel gerold
gemakkelijk in een broekzak meegenomen kunnen worden

Mensen die als een Arabische één
in een trein stappen
en als een Romeinse één
weer uitstappen

In de tuin van dit museum in Meudon staan de bronzen beelden van Hans Arp. Ook hier laat ik u dwalen tussen de poëtische beelden met een gedicht. Ik draag Schuilplaats van dromen voor, een gedicht uit 1961:

Concrétion humaine sur coupe, beeld in de tuin te Meudon, brons, 1935

In de diepe stilte van de Vogezen
ontmoette ik
grote zeilschepen zonder bemanning
die stil
door de wouden zeilden

Een orang die slechts
half was
wordt wakker met zijn ontbrekende deel
met de oetan
Klaarwakker klimt hij in een boom
en zingt: “Cacao, cacao, oh, cacao!”

Tedere eeuwigheden
schieten wortel in mij
Eindelijk eindelijk
kan ik tijd verliezen
eeuwigheidje voor eeuwigheidje
tijden lang
oneindige tijden

En ik sluit af met een beeld van Hans Arp dat in Den Haag staat: Scrutant l’horizon uit 1966, het jaar van zijn dood. Daarbij draag ik het heerlijke gedicht die große Firgelei voor, dat hij schreef in 1963, deels in het Duits, deels in de fantasietaal Firgel:

Scrutant l’horizon, 1966, Mariahoeve, Den Haag

knebs zabala dri di dri mn dri
sp sp tatagu

Hans Arp licht in het gedicht toe wat dat voor taal is:

die schöne firgelsprache
ist das verweilen das träumen
das sinnen und überspinnen
sind himmlische traumblumenlieder
also unsichtbare wolken

Das verweilen, das träumen, das sinnen und überspinnen; het er zijn, het dromen, het mijmeren, peinzen; dát is de Firgeltaal. En dat is ook de wereld volgens Arp. In de lezing neem ik u mee langs al deze poëtische beelden om ‘er te zijn, te dromen, te mijmeren en te peinzen.’

Ga mee op 6 oktober naar de wereld van Arp in de lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten. Informatie en reserveren: klik HIER

Leve de wolk!

Met de uitroep ‘Es lebe die Wolke’ rondde ik afgelopen zondag mijn lezing Arps Fluïdum af. Deze uitroep komt uit Die große Firgelei, Arps gedicht uit 1963 dat hij gedeeltelijk in de fantasietaal die Firgelsprache schreef. Het gedicht opent met de vraag aan het publiek of Firgel hen heeft verzekerd dat de dichter een wolk zal worden. Maar waarom ben ik dan nog geen wolk, vraagt de dichter zich af.

In het gedicht wordt de mooie Firgeltaal beschreven:

die schöne Firgelsprache
ist das verweilen das träumen
das sinnen und überspinnen
sind himmlische traumblumenlieder
also unsichtbare wolken

de mooie firgeltaal
is het er-zijn het dromen
het peinzen en mijmeren
zijn hemelse droombloemenliederen
onzichtbare wolken dus

Aha! De dichter is misschien al een wolk, maar het is een onzichtbare wolk, dus we kunnen het niet zien. Dadaïstische logica. Het gedicht Die große Firgelei eindigt met de volgende regels:

es lebe die wolke
und ganz besonderes
die wolke der engel
der göttlichen blume

leve de wolk
en speciaal
de engelenwolk
van de goddelijke bloem

Wolken komen heel vaak voorbij in Arps poëzie, bijna net zo vaak als dromen. De wolk staat voor vrijheid, inspiratie, openstaan voor kunst, voor het spirituele. Ook in het gedicht Schuilplaats van dromen uit 1961 passeert een wolk:

Een waterval
valt van zijn ladder
scheurt zijn bretels
en besluit van baan te veranderen
hij pelt zich af
en wordt wolk

Opnieuw een Dadaïstisch beeld; de waterval die een vaste baan heeft (de ladder) krijgt een ongeluk waarna hij een ferm besluit neemt. Hij trekt zijn oude kloffie uit – zijn bretels waren toch al stuk – en wordt wólk! Hij wordt vrij.

In het lange gedicht Gislebertus d’Autun, Arps hommage uit 1962 aan de middeleeuwse beeldhouwer Gislebertus die de beelden voor de kathedraal van Autun maakte, zien we droomwolken die afdalen uit en opstijgen naar het oneindige. Dit moeten wel engelenwolken zijn die de middeleeuwse beeldhouwer hebben geïnspireerd tot zijn prachtige beeldengroepen.

Wolkenschijven, Hans Arp, 1963, beschilderd hout

Ook in de sculpturen en de reliëfs van Arp zitten vaak wolkachtige vormen. Met het reliëf Wolkenschijven uit 1963 trakteert Hans Arp ons zelfs op plakjes wolk. Plakjes vrijheid, lekker voor op de dagelijkse boterham. Of gewoon tussendoor.

Met de lezing Arps Fluïdum net achter de rug en de zomer voor de boeg is de wolk een heerlijk thema. Languit in het gras naar de wolken kijken, of in je ligstoel op het strand. Staren naar de langzaam voorbijglijdende ‘wezens’ die veranderen van vorm, kleur, dichtheid. Kijk naar de vliegende krokodil, of de man met de grote neus. Of gewoon naar een prachtig volle witte wolk, die statig voorbijzeilt. En naar de windveren niet te vergeten, die lichte vegen in het blauw.

Wolken maken je vrij. Leve de wolk! Ik wens u een fijne zomer toe.

Der große Derdiedas

Toen ik in 2017 mijn eerste lezing over Hans Arp voorbereidde, ging ik op zoek naar zijn gedichten in het Duits. De Dadaïstische rijkdom van Arps poëzie, zoals bijvoorbeeld het gedicht uit 1920 dat begint met de fantastische regel Ich bin der große Derdiedas, komt het beste tot zijn recht in de originele taal. Op internet vond ik een antiquarische boekhandel, gespecialiseerd in Duitse kunstboeken, waar de Gesammelte Gedichte van Hans Arp te koop waren.

De boekhandel heet Die Schmiede, gelegen aan de kop van de Brouwersgracht in Amsterdam. Ik maakte een afspraak en ging naar Amsterdam om de boeken persoonlijk op te halen. Het winkeltje bevindt zich op de begane grond van een oud grachtenpand en ligt iets beneden straatniveau. De etalage is een venster met kleine ruitjes waarachter de pareltjes uit de collectie bescheiden zijn uitgestald.

Je betreedt hier een wereld waar de drukte van de stad gedempt wordt door de prachtige collectie antiquarische Duitse kunstboeken. Het vriendelijke echtpaar dat de winkel runt versterkt het gevoel dat je hier te gast bent bij liefhebbers van het Duitse culturele erfgoed die hun liefde graag met je delen.

De ‘Gesammelte Gedichte’ van Hans Arp in drie delen

Geïnspireerd door de bijzondere sfeer van liefde voor de kunst ging ik weer naar huis met de drie bundels Gesammelte Gedichte onder mijn arm. Ik vond in deze bundels de heerlijke gedichten die ik in mijn lezing voordraag, zoals Der große Derdiedas, Das Eierbrett, Weh unser guter Kaspar ist tot en Die große Firgelei, een titel die ik abusievelijk eerst las als Dás große Firgel-ei. Maar hoewel het bij Arp vaak over eieren gaat, gaat het in dit gedicht over het spel met de fantasietaal Firgel.

Originele uitgave van ‘Der Pyramidenrock’, Hans Arp, 1924

Toen het moment van de première van mijn eerste Arp-lezing naderde ging ik nog een keer bij Die Schmiede langs om er wat flyers achter te laten. Ik vertelde het echtpaar hoe dankbaar ik van de Gesammelte Gedichte gebruik had gemaakt en toen gebeurde er iets heel bijzonders.

De eigenaar gaf me een teken en trok de onderste la van een oude kast open. Hij nam er wat stapeltjes boeken uit en pakte toen een in vloeipapier verpakt boek. Hij opende het papier en het bleek de eerste druk van Hans Arps gedichtenbundel Der Pyramidenrock te zijn uit 1924, met het gedicht Ich bin der große Derdiedas in de originele opmaak. Ik was verbluft en ontroerd dat ik dit boek in mijn handen mocht houden.

Op het schutblad van deze eerste druk staat een portret van Hans Arp door Amadeo Modigliani en de cover heeft de Dadaïstische opmaak die zo goed de sfeer van die tijd aangeeft. Nadat ik het boek heel voorzichtig bekeken had, ging het weer terug in het vloeipapier in de onderste la. Het werd gekoesterd als een bijzonder bezit, niet als een product dat te gelde gemaakt moest worden.

‘Der Pyramidenrock’, links: schutblad met portret van Arp door Modigliani en rechts: gedicht ‘Ich bin der große Derdiedas’

Wat een prachtige gebeurtenis was dat, daar in dat verzonken winkeltje Die Schmiede! Een gebeurtenis helemaal in de geest van Hans Arp, die met zijn geestige en spirituele poëzie streed tegen de Überzermalmer, de mensen die met hun materialisme alles vermorzelen. Tegenover die vermorzelaars stelt Arp zijn große Firgelei, die eindigt met de uitroep waarmee ik ook mijn lezing op 26 juni afsluit: Es lebe die Wolke. Lang leve de wolk!

Op 26 juni geef ik mijn lezing Arps Fluïdum over de beeldende poëzie en poëtische beelden van Hans Arp in Pulchri Studio, Den Haag. Zie: Agenda.

Droomverstand

Over krap drie weken geef ik, ter afsluiting van de expositie OER, reflecties van Yke Prins, mijn lezing Arps Fluïdum. Een lezing met gedichten en beelden van Hans Arp, de Frans/Duitse beeldhouwer en dichter die leefde van 1886 tot 1966. Zijn werk, en vooral zijn manier van werken, vertonen een sterke zielsverwantschap met het werk(en) van Yke Prins.

The source, Yke Prins, inkt, 2017

In het mooie boek OER Reflecties, dat bij de expositie verscheen, spreekt Yke Prins in vijf open gesprekken met collega kunstenaars over haar werk en haar drijfveren. Opvallend is dat het er vaak over gaat hoe ze werkt zonder te denken. ‘Iets doemt op in samenspel met mijn handen’, zegt Prins.

Ze omschrijft haar grafische werk, dat ontstaat uit vallende druppels, als ‘…een heel fluïde proces waarbij handelingen elkaar opvolgen zonder denken. En dan gebeurt er van alles. Je bedenkt het niet van tevoren. Als het voltooid is ziet het er vaak uit alsof het zo heeft moeten zijn, alsof je altijd hebt geweten dat het zo zou zijn.’

Dat doet heel sterk denken aan Arps uitspraak: ‘Kunst is een vrucht die in mensen groeit.’ Het kunstwerk ontwikkelt zich onder de handen van de kunstenaar volgens een eigen logica. Dat is geen cerebrale, causale logica, maar het is de logica van de droom. ‘Alle kunstenaars zijn dromers’, aldus Arp, ‘Een kunstenaar beeldhouwt niet, een kunstenaar droomt.’

In Arps eigen sculpturen vloeien de vormen ‘vanzelf’ in elkaar over. Het is niet bedacht, maar de vormen ontstaan uit elkaar met een eigen (droom)logica. Er is vaak geen voor of achter in zijn sculpturen en soms zelfs geen onder of boven. Als in een droom bewegen de vormen vrij in de tijd en de ruimte.

Concrétion humaine sur coupe, Jean Arp, brons, 1935

Ook de poëzie van Arp heeft de logica van een droom. De beelden die hij oproept in zijn gedichten zijn ongerijmd als je ze probeert te vatten met je waakverstand, maar ze zijn prima te volgen als je je mee laat voeren met je ‘droomverstand’. Alles vloeit volstrekt logisch in elkaar over, zoals in een droom de ‘ongerijmde’ beelden soepel in elkaar overvloeien. Daarom roep ik aan het begin van mijn lezing Arps Fluïdum het publiek op om het waakverstand op de waakvlam te zetten en het droomverstand wijd open te draaien.

In Jours effeuillés, het gebundelde Franse werk van Jean Arp, staat een prachtige oproep om te dromen:

Het is pas goed als muziek, poëzie en kunstwerk één geheel vormen, zoals bij een weefsel de schering, de inslag en de draad. En wat altijd de voorrang heeft is de droom, het sprookje.

Laten we daarom dromen voorbij het lachen en huilen, de top en de afgrond, de atheïstenkliek, de grenzen, de gordijnen, de bezetenen van geld of macht. Laten we daarom dromen tot aan het transcendente licht.

Uit: L’ Arbre à Kakis, 1957

Zet uw droomverstand wijd open en kom naar de lezing Arps Fluïdum op 26 juni in Pulchri Studio. Na afloop kunt u de expositie OER, reflecties bezoeken onder leiding van Yke Prins. Informatie en reserveren: zie Agenda.

Afbeelding boven dit artikel: Silent Music, Yke Prins, corten staal, 2019. Foto: Wisse van de Guchte

Arp actueel

Ter gelegenheid van de expositie OER, reflecties van Yke Prins geef ik eind juni een speciale lezing over de Frans/Duitse kunstenaar Hans Arp (1886-1966). In deze lezing, Arps Fluïdum, zal het accent vooral komen te liggen op het vloeiende in Arps werk, in zijn sculpturen, in zijn gedichten. Maar ook de samenhang en vloeiende overgangen tussen het beeldhouwwerk en de poëzie van deze kunstenaar komen aan bod.

Droomdier, Hans Arp, gips, 1947

In 2016 heb ik ook al een lezing over Hans Arp gegeven, waar een mooie registratie van is gemaakt. Wat me toen vooral aansprak is de droomkwaliteit van Arps beelden en poëzie. Net als in een droom vloeien de vormen en betekenissen vanzelf in elkaar over. Onlogische overgangen misschien voor het waakverstand, maar volstrekt te volgen met je ‘droomverstand’. ‘Alle kunstenaars zijn dromers’ is een aforisme van Hans Arp, ‘Een kunstenaar beeldhouwt niet, of schildert niet, maar dróómt.’ Dromen is een scheppende activiteit.

Nu ik, ter voorbereiding van de lezing Arps Fluïdum, opnieuw in het werk van deze kunstenaar ben gedoken, viel me – naast de droomkwaliteit ervan – vooral de grote sociale bewogenheid op. Onder de soms esoterische beelden waar Arp zich van bedient, voel je een sterke drang om zich uit te spreken. Tegen de waanzin van oorlog, tegen het blinde geloof in techniek en vooruitgang, tegen materialisme en passiviteit.

Hans Arp, ca. 1925, fotograaf onbekend

Een gedicht dat me dit keer bijzonder trof, is het prozagedicht Le grand sadique à tout casser, te vertalen als: De grote, alles-vernietigende sadist. Arp schreef het in 1943, in het Frans. In dit prozagedicht drukte hij zijn woede en frustratie uit over de Tweede Wereldoorlog. Voor de tweede keer maakte hij een oorlog mee op wereldschaal, een oorlog die door een losgeslagen sadist was aangejaagd.

Het gedicht De grote, alles-vernietigende sadist heeft voor Arps doen een ongewoon felle toon. Bij het lezen ervan resoneren in mij sterk de gevoelens van woede en onmacht die ik voel bij de gruwelijke beelden van de oorlog in Oekraïne. Arp schetst hoe een angstaanjagende, manische figuur, naakt en ingesmeerd met fosfor, voor een groot venster staat en alles wat hij maar vinden kan door het venster naar buiten te pletter gooit. Ik geef hieronder een eigen vertaling van het laatste deel van het gedicht:

Alles wat zijn bedienden aandragen, dood of levend, zoet of zout, zwaar of licht, smijt hij door het raam: sigaren, oorlogsschepen, flatgebouwen, spoorwegen, koffie verkeerd, sexappeals, huizen, paddenstoelen, etc. Het raam zit zo hoog dat de objecten door de val sinaasappelmarmelade worden, waar duizenden kindertjes als vliegen op af komen om te likken met hun kleine mondjes. De kindertjes klappen opgetogen met hun pootjes en roepen: ‘Marmelade, marmelade, marmelade’ naar het raam van de grote, alles-vernietigende sadist.
Onophoudelijk, met wilde armzwaaien, gooit hij piano’s, zeppelins, monumenten, diplomaten, etc. door het raam. Hij schuimbekt, hij zweet, hij knerst met zijn tanden en bedenkt dat hij zichzelf moet overtreffen en zijn reeds onvoorstelbare werk moet bekronen. Aangezien hij niets meer voor het grijpen heeft, rukt hij zijn witte haar uit, zijn handen, zijn voeten, smijt ze door het raam, en uiteindelijk werpt hij wat er nog over is van hemzelf door het raam onder het slaken van een angstaanjagende gil, en door zijn val verandert hij, net als alle andere voorwerpen, tot groot genoegen van de duizenden kindertjes, in sinaasappelmarmelade.

Dit gruwelgedicht zal ik niet voordragen op mijn lezing, maar de sterke sociale betrokkenheid van Hans Arp zal hopelijk doorklinken in andere gedichten van de lezing Arps Fluïdum op 26 juni.

De lezing Arps Fluïdum vindt plaats in Pulchri Studio in Den Haag. Na afloop is het mogelijk de expositie OER, reflecties te bezoeken onder leiding van Yke Prins.
Informatie en reserveren: zie Agenda.

 

Being Panamarenko

Morgen, op 1 mei, geef ik in Den Haag mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko. Opnieuw begin ik mijn verhaal in het Panamarenkohuis in Antwerpen. Ik neem het publiek mee naar dit huis waar de kunstenaar/uitvinder meer dan dertig jaar gewoond heeft en waar hij het grootste deel van zijn ‘tuigen’ bedacht en ontwierp. Hier dompelen wij ons onder in de creatieve chaos waarmee Panamarenko zich omringde.

In het Panamarenkohuis, tussen al die materialen, ontwerpen en modellen, gereedschappen, schetsen en boeken, voel je de geest van Panamarenko. Je loopt als het ware met hem tussen de propellers, de accu’s, de zwemvliezen en duikpakken, de boeken over ufo’s en zeppelins, de opwindbare speelgoedfiguurtjes, de elektronische apparaten en niet te vergeten de vogelkooien van de zes papegaaien waar hij mee samenwoonde.

Proefneming met het vliegtuig U-Kontrol III, 1972

Aan de wanden hangen foto’s en affiches van zijn projecten, zoals de prachtige foto’s van de proefvlucht in 1972 met het vederlichte vliegtuigje U-Kontrol III in een vliegende storm. Of de foto van zijn onderwaterwandeling tussen de koralen op de Malediven, getooid in zijn eigen duikuitrusting Portuguese Man of War. Op een van de overvolle bureaus ligt een verkreukelde foto van een reis die hij in 1990 maakte naar Peru op zoek naar de zeldzame vogel Hoazin, een foto die eruit ziet als een plaatje uit een Kuifjestrip.

In het Panamarenkohuis: Propellers

Overal in het huis zwerven propellers; lichte, houten, handgemaakte voorwerpen die meteen associaties oproepen met zijn vliegmachines. In de werkplaats staat een halfgesloopte motorfiets tegen de muur. De motor gebruikte Panamarenko voor zijn vliegende rugzakje Hazerug. Met 60 pk op je rug ga je er immers als een haas vandoor. Een prachtig piepschuimen model voor zijn onderzeebootje PAHAMA ligt bovenop een stellingkast. Waar je ook kijkt, je ziet Panamarenko ‘aan het werk’.

Naarmate je langer in het huis ronddwaalt – en gelukkig krijg je bij een rondleiding van de gids ruim de tijd – raak je meer in de ban van die gekke uitvinder die ons met zijn machines vrij door de wereld laat bewegen. Hier, tussen de modellen en halffabrikaten van zijn ‘tuigen’, voel je zijn onbegrensde scheppingsdrift en aanstekelijke vrijheidsdrang. Je wordt als het ware zelf Panamarenko.

In het Panamarenkohuis: Piepschuimen model voor de onderzeeboot PAHAMA

Morgen neem ik mijn publiek weer mee op een reis door het hoofd van Panamarenko. We zullen weer even Panamarenko zijn, de man die los komt van alle beperkingen. Of het nu een zeppelin is om de wereld mee rond te reizen, een gemotoriseerd rugzakje waarmee je naar de sterren suist, of gewoon een bewegend ‘kieken’ dat vrij rondscharrelt op een plateautje, in het creatieve brein van Panamarenko is alles mogelijk. Met zijn beelden laat hij ons vrijheid ervaren. Dat is being Panamarenko.

Op zondag 1 mei kunt u even Panamarenko zijn. Ik geef dan twee keer de lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko.
Locatie: De Beeldhouwwerkplaats in Den Haag.
Aanvang: 11.00 uur en 14.00 uur, entree: €15,00
Reserveren via: agnese61@hotmail.com

 

De Arlikoop

Bijna alle projecten die Panamarenko (1940-2019) ondernam hebben hun oorsprong in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. In de periode daarvóór, de zestiger jaren, toen hij in Antwerpen op de Academie voor Schone Kunsten zat, had hij zich verdiept in de natuurwetenschappen. Fysica, aerodynamica, chemie, biologie, al die exacte wetenschappen gaven hem meer inspiratie dan de kunstzinnige vorming die hij op de academie kreeg.

Dankzij de kennis die hij had opgedaan door zelfstudie in de natuurwetenschappen borrelden in zijn hoofd allerlei plannen en projecten op voor vliegtuigen, vaartuigen en voertuigen. Zo rond 1970, toen hij zich ging manifesteren als kunstenaar die ‘tuigen’ maakte, ontplofte zijn brein als het ware van de vele ideeën die hij had. Hij maakte allerlei ontwerpschetsen voor uitvindingen, waarvan hij sommige pas tientallen jaren later zou realiseren.

Automaat Alluminaut, tekening van Panamarenko, 1970

Een van de ontwerpen die hij in 1970 op papier zette was voor een robotje; een ‘mannetje’ met een bol hoofd en lange armen en benen. In het hoofd zit één groot oog, waarmee de robot alles registreert. Op het achterhoofd zit een serie relais, die de bewegingen van het robotje aansturen. De vorm van dit mannetje doet denken aan een zogenaamde koppoter, de manier waarop vierjarigen een mens tekenen; een ronde kop met alleen maar armen en benen.

Panamarenko noemt het mannetje Automaat Alluminaut, een verwijzing naar de film Jason and the Argonauts uit 1963. Hij tekent het robotje dat met zijn handen een been beetpakt van een grote versie van zichzelf. Het probleem met dit robotje voor Panamarenko is dat hij geen idee heeft waar het voor zou kunnen dienen. Bij zijn andere uitvindingen is het duidelijk; je kunt ermee vrij over de wereld reizen, maar wat kun je met het robotje? Dit ontwerp blijft dan ook lange tijd op de tekentafel liggen.

De Arlikoop, Panamarenko, 2004

Tot het moment dat Panamarenko, in zijn atelier op de Furkapas hoog in de Zwitserse Alpen, zijn Archaeopterixkes gaat maken, bewegende robots in de vorm van de oervogel Archaeopteryx. Deze ‘kiekskes’ geven hem veel voldoening, terwijl ze niets anders hoeven te doen dan ‘wat rondlopen en gewoon kieken te zijn…’ Hij pakt zijn oude project weer op en bedenkt dat hij ‘dit robotteke wel eens de bergen van de Furkapas zou kunnen laten beklimmen.’ In 2004 is er dan een echte versie van de robot: de Arlikoop.

De Arlikoop op de Noordpool, Panamarenko, 2004

De oorsprong van de naam Arlikoop ligt in Panamarenko’s jeugd. In een interview in plat Antwerps vertelt hij hoe hij als kind op school in ‘algemeen beschaafd karton-Nederlands’ liedjes moest zingen. In één van die liederen kwam de passage voor: ‘Wij zijn jong, de aard’ ligt open’. Panamarenko en zijn klasgenoten verbasterden dat tot: ‘Wij zijn jong, de arlikopen’.

Panamarenko gaat met zijn Arlikoop geen bergen beklimmen, maar hij reist ermee naar de Noordpool, ‘op zoek naar Frankenstein.’ In het felle licht van de eindeloze sneeuwvlaktes maakt hij prachtige foto’s van de robot. En zo heeft de Arlikoop toch een functie: hij voedt de fantasie. Hij geeft je het kinderlijke gevoel van een trouwe kameraad tijdens een avontuur in barre omstandigheden. Een heel belangrijke functie, zou ik denken.

Op 1 mei geef ik in Den Haag mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko. Informatie en reserveren: zie Agenda

Foto boven dit artikel: Panamarenko bij de Arlikoop, Deweer Gallery, 2018