De moeder van

Met de Panamarenkolezing en moederdag nog vers in het geheugen, plaats ik vandaag nog één keer een blog over Panamarenko, en wel over zijn moeder. Deze vrouw, Hortense, heeft een beslissende rol gespeeld in de carrière van haar zoon als kunstenaar. Zestig jaar lang woonde ze met hem samen, waarvan de laatste helft in de creatieve chaos in het huis aan de Biekorfstraat, het huidige Panamarenkohuis. Door haar voortdurende zorg kon Panamarenko zich helemaal wijden aan zijn fantastische uitvindingen.

Hortense was een volksvrouw, die aanvankelijk weinig moest weten van de artistieke aspiraties van haar enige zoon. Toen Panamarenko in 1955 was toegelaten aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, kwam hij uitgelaten thuis. ‘Ge moogt eens laten zien wat ge kunt’, zei zijn moeder, ‘Schilder maar een Bambi op die kale muur in de gang.’ En aldus geschiedde, op de muur in de gang keek Bambi je met grote ogen aan.

Panamarenko met zijn moeder, ca. 1980, foto: ARGOS

In 1970 verhuisde het gezin naar het huis aan de Biekorfstraat. Kort daarna overleed de vader van Panamarenko. De weduwe bleef nog 28 jaar met haar zoon in dit huis wonen, een huis dat zich steeds meer vulde met de materialen en gereedschappen die Panamarenko voor zijn tuigen nodig had. Ook kwamen er steeds meer dieren in huis; papegaaien, een toekan, een beo, een duif en een hond en al die dieren bewogen zich vrij door het huis. Temidden van die creatieve chaos bestierde Hortense het huishouden, ze kookte, deed de was, maakte (voor zover mogelijk) schoon.

Met een licht-ironische oogopslag bezag ze het werk van haar zoon. ‘Wanneer gaat ge nu eens iets schoons maken?’ vroeg ze hem vaak als hij weer een nieuwe uitvinding had gedaan. Maar toch hielp ze hem ook bij zijn eerste projecten; ze naaide het zeil voor het vliegtuigje Donderwolk en hielp mee met vlechten van rotan voor de kajuit van zijn zeppelin The Aeromodeller.

Hortense met een papegaai, foto in het Panamarenkohuis

Hoewel Hortense niet uit een kunstzinnig milieu kwam en haar familie haar kommer en kwel voorspelde met een ‘kunstenaar’ als zoon, is ze altijd achter haar zoon blijven staan. Ze accepteerde de gekte en anarchie die Panamarenko om zich heen verspreidde. In het Panamarenkohuis hangen mooie foto’s van Hortense in gesprek met een papegaai of van Hortense die een dutje doet op de bank met een van die vogels op haar schouder.

Ze ging zelfs mee in het avontuur van Panamarenko’s projecten als hij weer eens een proefneming deed. Op haar oude dag  (ze was al 71 jaar oud) liet ze zich nog duchtig door elkaar rammelen toen ze, met haar zoon aan het stuur, een proefritje maakte in een hovercraft. Op hoge leeftijd (92) kreeg ze Alzheimer en moest ze het huis aan de Biekorfstraat verlaten. Haar laatste jaren sleet ze in een ‘ouwmannekeshuis’ waar ze in 2002 overleed.

Het is volkomen terecht dat het pleintje vóór het Panamarenkohuis vernoemd is naar deze vrouw die altijd achter haar zoon is blijven staan en die met haar toewijding en trouwe zorg het mogelijk heeft gemaakt dat Panamarenko zich helemaal kon wijden aan zijn tuigen. Sinds 2020 bevindt zich in het hart van de volkswijk Seefhoek in Antwerpen-Noord het Hortensia Sillis-plein, genoemd naar de moeder die de basis vormde waarop Panamarenko kon schitteren.

Het Hortensia Sillis-plein in Antwerpen

Being Panamarenko

Morgen, op 1 mei, geef ik in Den Haag mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko. Opnieuw begin ik mijn verhaal in het Panamarenkohuis in Antwerpen. Ik neem het publiek mee naar dit huis waar de kunstenaar/uitvinder meer dan dertig jaar gewoond heeft en waar hij het grootste deel van zijn ‘tuigen’ bedacht en ontwierp. Hier dompelen wij ons onder in de creatieve chaos waarmee Panamarenko zich omringde.

In het Panamarenkohuis, tussen al die materialen, ontwerpen en modellen, gereedschappen, schetsen en boeken, voel je de geest van Panamarenko. Je loopt als het ware met hem tussen de propellers, de accu’s, de zwemvliezen en duikpakken, de boeken over ufo’s en zeppelins, de opwindbare speelgoedfiguurtjes, de elektronische apparaten en niet te vergeten de vogelkooien van de zes papegaaien waar hij mee samenwoonde.

Proefneming met het vliegtuig U-Kontrol III, 1972

Aan de wanden hangen foto’s en affiches van zijn projecten, zoals de prachtige foto’s van de proefvlucht in 1972 met het vederlichte vliegtuigje U-Kontrol III in een vliegende storm. Of de foto van zijn onderwaterwandeling tussen de koralen op de Malediven, getooid in zijn eigen duikuitrusting Portuguese Man of War. Op een van de overvolle bureaus ligt een verkreukelde foto van een reis die hij in 1990 maakte naar Peru op zoek naar de zeldzame vogel Hoazin, een foto die eruit ziet als een plaatje uit een Kuifjestrip.

In het Panamarenkohuis: Propellers

Overal in het huis zwerven propellers; lichte, houten, handgemaakte voorwerpen die meteen associaties oproepen met zijn vliegmachines. In de werkplaats staat een halfgesloopte motorfiets tegen de muur. De motor gebruikte Panamarenko voor zijn vliegende rugzakje Hazerug. Met 60 pk op je rug ga je er immers als een haas vandoor. Een prachtig piepschuimen model voor zijn onderzeebootje PAHAMA ligt bovenop een stellingkast. Waar je ook kijkt, je ziet Panamarenko ‘aan het werk’.

Naarmate je langer in het huis ronddwaalt – en gelukkig krijg je bij een rondleiding van de gids ruim de tijd – raak je meer in de ban van die gekke uitvinder die ons met zijn machines vrij door de wereld laat bewegen. Hier, tussen de modellen en halffabrikaten van zijn ‘tuigen’, voel je zijn onbegrensde scheppingsdrift en aanstekelijke vrijheidsdrang. Je wordt als het ware zelf Panamarenko.

In het Panamarenkohuis: Piepschuimen model voor de onderzeeboot PAHAMA

Morgen neem ik mijn publiek weer mee op een reis door het hoofd van Panamarenko. We zullen weer even Panamarenko zijn, de man die los komt van alle beperkingen. Of het nu een zeppelin is om de wereld mee rond te reizen, een gemotoriseerd rugzakje waarmee je naar de sterren suist, of gewoon een bewegend ‘kieken’ dat vrij rondscharrelt op een plateautje, in het creatieve brein van Panamarenko is alles mogelijk. Met zijn beelden laat hij ons vrijheid ervaren. Dat is being Panamarenko.

Op zondag 1 mei kunt u even Panamarenko zijn. Ik geef dan twee keer de lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko.
Locatie: De Beeldhouwwerkplaats in Den Haag.
Aanvang: 11.00 uur en 14.00 uur, entree: €15,00
Reserveren via: agnese61@hotmail.com

 

Huis-tuin-en-keuken-verbeelding

Panamarenko hechtte eraan dat zijn ‘tuigen’ er verweerd en gebruikt uitzagen. Soms zette hij een nieuwe uitvinding een week in de regen om het een doorleefd uiterlijk te geven. Het gevolg is dat zijn uitvindingen er altijd uitzien alsof ze veel zijn gebruikt. Ze ogen heel gebruiksvriendelijk. Ze staan als het ware in het schuurtje te wachten tot je weer eens met ze op pad gaat. Ze hebben een hoog huis-tuin-en keukengehalte.

Donderwolk, 1970-1971, Panamarenko

De materialen die Panamarenko gebruikte zijn ook heel erg ‘huis, tuin en keuken’. Plakband, ijzerdraad, fietsonderdelen, zeildoek en superlicht balsahout, dat is waar hij zijn vlieg-, vaar- en voertuigen van maakte. Simpele materialen, die overal verkrijgbaar zijn. Makkelijk bij het repareren. En ook weer een manier om uit te drukken dat zijn machines toegankelijk en gebruiksvriendelijk zijn.

Er is een leuk videofragment van Panamarenko die rondloopt op de expositie Panamarenko Universum die het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen in 2015 aan hem wijdde. Samen met de conservator bekijkt hij zijn kunstwerken waarvan hij er sommige jaren niet heeft gezien. Ze staan even stil bij de Donderwolk, een vliegtuigje uit 1970 met een groot, zwart zeildoek dat als een donderwolk boven de piloot hangt. De conservator wijst Panamarenko bezorgd op een paar stiksels die los zijn gegaan, maar Panamarenko wuift het probleem achteloos weg: ‘Dat is makkelijk te repareren.’

Het zeildoek van dit vliegtuigje is door Panamarenko’s moeder zelf nog op de naaimachine in elkaar gezet. Het heeft dus letterlijk een huis-tuin-en-keukenoorsprong. Tegelijk werkt dit vliegtuigje enorm op de verbeelding; je zou er zó in willen stappen en een vlucht willen maken boven de stad en omstreken. De alledaagsheid van het materiaal en de staat van verwering maken dit kunstwerk nog toegankelijker.

Panamarenko bij de Donderwolk op de expositie ‘Panamarenko Universum’, M HKA, 2015
Aan de wandel met de Ordis Cerebrum van Theo Jansen in het Kunstmuseum, Den Haag, 2021

Dat alledaagse materialen en technieken een kunstwerk toegankelijk maken, zie ik ook terug in de Strandbeesten van Theo Jansen, die op dit moment te bewonderen zijn in het Kunstmuseum in Den Haag. Theo Jansen werkt met pvc-buis. Hiermee maakt hij bewegende wezens, die enorm tot de verbeelding spreken. Als wonderlijke, veelpotige dieren trippelen zijn beesten zelfstandig over het strand, met wuivende zeilen op hun rug.

Alle beesten hebben een skelet van pvc-buizen, die met plakband of tie-wraps aan elkaar zijn gezet. Het gebruik van zulke eenvoudige huis-tuin-en-keukenmaterialen versterkt de verbluffende uitwerking die deze kunstwerken hebben. Je ervaart die staketsels van pvc-buis als goedmoedige, aaibare beesten, zeker als je zelf even met zo’n dier hebt gewandeld, wat in een van de zalen van het museum is toegestaan. Na wat trekken en duwen komt het dier tot leven en loopt hij als een grote lobbes met je mee.

De kunstwerken van Panamarenko en Theo Jansen zijn heel verschillend, maar de zeggingskracht en de toegankelijkheid van hun werk berusten voor een belangrijk deel op het gebruik van gewone materialen. Je voelt bij wijze van spreken hoe je zelf op je naaimachine, of in de schuur met een paar meter pvc-buis een vliegtuig of een wandelend beest kan maken. Een vliegtuig of een beest waar je dol op bent en waar je vaak mee speelt. De verbeelding aan de macht met huis-tuin-en-keukenmateriaal!

Op 1 mei geef ik in Den Haag TWEE KEER mijn lezing ‘Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko’ Zie Agenda

De Arlikoop

Bijna alle projecten die Panamarenko (1940-2019) ondernam hebben hun oorsprong in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. In de periode daarvóór, de zestiger jaren, toen hij in Antwerpen op de Academie voor Schone Kunsten zat, had hij zich verdiept in de natuurwetenschappen. Fysica, aerodynamica, chemie, biologie, al die exacte wetenschappen gaven hem meer inspiratie dan de kunstzinnige vorming die hij op de academie kreeg.

Dankzij de kennis die hij had opgedaan door zelfstudie in de natuurwetenschappen borrelden in zijn hoofd allerlei plannen en projecten op voor vliegtuigen, vaartuigen en voertuigen. Zo rond 1970, toen hij zich ging manifesteren als kunstenaar die ‘tuigen’ maakte, ontplofte zijn brein als het ware van de vele ideeën die hij had. Hij maakte allerlei ontwerpschetsen voor uitvindingen, waarvan hij sommige pas tientallen jaren later zou realiseren.

Automaat Alluminaut, tekening van Panamarenko, 1970

Een van de ontwerpen die hij in 1970 op papier zette was voor een robotje; een ‘mannetje’ met een bol hoofd en lange armen en benen. In het hoofd zit één groot oog, waarmee de robot alles registreert. Op het achterhoofd zit een serie relais, die de bewegingen van het robotje aansturen. De vorm van dit mannetje doet denken aan een zogenaamde koppoter, de manier waarop vierjarigen een mens tekenen; een ronde kop met alleen maar armen en benen.

Panamarenko noemt het mannetje Automaat Alluminaut, een verwijzing naar de film Jason and the Argonauts uit 1963. Hij tekent het robotje dat met zijn handen een been beetpakt van een grote versie van zichzelf. Het probleem met dit robotje voor Panamarenko is dat hij geen idee heeft waar het voor zou kunnen dienen. Bij zijn andere uitvindingen is het duidelijk; je kunt ermee vrij over de wereld reizen, maar wat kun je met het robotje? Dit ontwerp blijft dan ook lange tijd op de tekentafel liggen.

De Arlikoop, Panamarenko, 2004

Tot het moment dat Panamarenko, in zijn atelier op de Furkapas hoog in de Zwitserse Alpen, zijn Archaeopterixkes gaat maken, bewegende robots in de vorm van de oervogel Archaeopteryx. Deze ‘kiekskes’ geven hem veel voldoening, terwijl ze niets anders hoeven te doen dan ‘wat rondlopen en gewoon kieken te zijn…’ Hij pakt zijn oude project weer op en bedenkt dat hij ‘dit robotteke wel eens de bergen van de Furkapas zou kunnen laten beklimmen.’ In 2004 is er dan een echte versie van de robot: de Arlikoop.

De Arlikoop op de Noordpool, Panamarenko, 2004

De oorsprong van de naam Arlikoop ligt in Panamarenko’s jeugd. In een interview in plat Antwerps vertelt hij hoe hij als kind op school in ‘algemeen beschaafd karton-Nederlands’ liedjes moest zingen. In één van die liederen kwam de passage voor: ‘Wij zijn jong, de aard’ ligt open’. Panamarenko en zijn klasgenoten verbasterden dat tot: ‘Wij zijn jong, de arlikopen’.

Panamarenko gaat met zijn Arlikoop geen bergen beklimmen, maar hij reist ermee naar de Noordpool, ‘op zoek naar Frankenstein.’ In het felle licht van de eindeloze sneeuwvlaktes maakt hij prachtige foto’s van de robot. En zo heeft de Arlikoop toch een functie: hij voedt de fantasie. Hij geeft je het kinderlijke gevoel van een trouwe kameraad tijdens een avontuur in barre omstandigheden. Een heel belangrijke functie, zou ik denken.

Op 1 mei geef ik in Den Haag mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko. Informatie en reserveren: zie Agenda

Foto boven dit artikel: Panamarenko bij de Arlikoop, Deweer Gallery, 2018

 

Het echte ding

Vorige week bezocht ik de expositie Calder Now in de Kunsthal in Rotterdam. Ik hou erg van het werk van Alexander Calder, de kunstenaar die leefde van 1898 tot 1976. Zijn mobiles en stabiles zijn verrukkelijke, en in mijn ogen speelse objecten, die getuigen van een kinderlijke blik op de werkelijkheid.

Ik verwachtte dan ook veel verwantschappen te ontdekken tussen het werk van Calder en dat van Panamarenko, die zijn leven lang een spelend kind is gebleven. Op de expositie werd ik inderdaad bekoord door de ‘ijle’ mobiles, die qua materiaalkeuze vaak helemaal niet zo ijl en licht zijn. Calder werkt vaak met metalen platen, stenen, zware ijzeren staven, maar het ijle zit hem in de subtiele verhoudingen waardoor de kunstwerken gewichtloos lijken te zweven.

Birthday Cake, Alexander Calder, 1956

Ondanks mijn bewondering voor beide kunstenaars voelde ik geen onderlinge verwantschap. Het meest ‘Panamarenkoëske’ werk van Calder was de Birthday Cake, uit 1956. Van een conservenblik, versierd met ijzerdraad en één dikke kaars, heeft Calder hier een verjaardagstaart gemaakt. Dit kunstwerk heeft de humor en het zelf-geknutselde van Panamarenko’s kunst. De andere werken van Calder, hoe mooi ook, hebben een stuk minder die lichtheid en gewoonheid. Het zijn kunstvoorwerpen.

Panamarenko verzette zich tegen de status die de kunst zich volgens hem had aangemeten: ‘Het zijn altijd afbeeldingen, bewegende of stille met of zonder kleur in steen, metaal of verf. Het is nooit het echte, de echte gebeurtenis of het echte ding, het is niet zodanig schoonheid dat hier gezocht wordt, hier wordt kunst beoefend.’

‘Het echte ding’ was voor Panamarenko heel belangrijk en zijn uitvindingen hebben dan ook een hoog ‘echte ding’-gehalte. Je herkent de onderdelen van de racefiets in veel van zijn lucht-tuigen; een krom stuur, een puntzadel en trappers met toeclips. Zijn zeppelin The Aeromodeller is van aan elkaar geplakte stroken kunststof gemaakt, de cabine die eronder hangt is van gevlochten rotan. De vele Archaeopterixen (bewegende vogelskeletten) die hij maakte, zijn grote stukken speelgoed van triplex en ijzerdraad.

The Aeromodeller, Panamarenko, 1971

Op de expositie Calder Now worden dwarsverbanden gelegd met het werk van eigentijdse kunstenaars, die beïnvloed zouden zijn door Calder. En daar kwam ik wel een echt ding tegen. De installatie Pionier I van Carsten Nicolai uit 2011 bestaat uit een grote parachute, die eens in de twintig minuten met veel geraas door een windmachine wordt opgeblazen. Als een wilde, bewegende, verticale kwal hangt de parachute aan de touwen te rukken die hem verbinden met de windmachine.

Panamarenko maakte het vlieg-‘tuig’ 00.PZ Paradox, dat bestond uit een parachute die werd aangedreven door propellers die onder de parachute op een cabine waren gemonteerd. Hij maakte een prachtige tekening van dit ontwerp en testte de parachute – die hij bij de legerdump had gekocht – ook daadwerkelijk uit in zijn atelier. Dat moet ongeveer gegaan zijn zoals het nu in de Kunsthal toegaat met Pionier I. Het verschil is dat de parachute bij Panamarenko (onderdeel van) een echt díng is waarmee we kunnen vliegen.

links: Pionier I, Carsten Nicolai, 2011 en rechts: OO.PZ Paradox, Panamarenko, tekening, 1975

Omdat het ‘ding-achtige’ van de parachute in de installatie van Carsten Nicolai nog zo herkenbaar was, kwam dit kunstwerk voor mij het dichtst bij de fantastische wereld van Panamarenko, waarin we met speels gemak wegvliegen dankzij zijn échte dingen. Gewoon hangend aan een parachute of op een kekke luchtfiets.

Op 1 mei geef ik in Den Haag de lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko. Zie Agenda.

Afbeelding boven dit artikel: Untitled (Mobile du Garage), Alexander Calder, 1954

De lezing is Los!

Eergisteren, op vrijdag 18 maart, was de première van mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko bij Instituut Helikon in Utrecht. Wat was het heerlijk om na een uitstel van drie maanden weer voor een publiek te staan en mijn lezing over de kunstenaar/uitvinder Panamarenko te lanceren. Het publiek van Helikon, de organisatie die lezingen geeft in de ruimtes van het Instituto Cervantes, reageerde enthousiast; er werd gelachen en bij bepaalde dia’s klonken er zelfs aahh’s en oohh’s. Kortom, we kregen vleugels.

Ik had deze lezing vorige zomer gemaakt in opdracht van Heleen Rippen, directeur en programmeur van Helikon Utrecht. De lezing maakte deel uit van een reeks lezingen die gepland stonden voor de periode rond Kerst 2021 met als thema Vleugels krijgen! En Panamarenko’s kunst past daar op een vederlichte en aanstekelijke manier in. Zijn geestige en speelse ‘tuigen’ laten je dromen van onbekommerd vliegen, zweven of varen. Of ze laten je met grote sprongen door de Alpen huppelen.

Panamarenkolezing : Vogels in het Panamarenkohuis. Foto: Frits de Jong

Ik nam mijn publiek mee op een reis door het leven en werk van Panamarenko. Ik liet zien hoe hij in Antwerpen leefde in een creatieve chaos, bevolkt door papegaaien, een beo, een duif en een toekan.

Toen hij in 1972 zijn fantastische zeppelin The Aeromodeller op de Documenta in Kassel ten toon stelde, verblufte hij daarmee het publiek. En ook in de lezing ontlokte de dia van de zeppelin kreten van bewondering aan het publiek, net als de ijle vliegtuigjes Grote Quadru Flip-Flop (met insectenvleugels) en IJsvogel (met vogelvleugels).

Panamarenkolezing: Alpenwandeling met vliegende rugzak Foto: Frits de Jong

Er werd gelachen bij de vliegende rugzakjes die Panamarenko in een atelier hoog in de Alpen ontwierp en waarmee hij – zo willen de promotiefoto’s ons doen geloven – jodelend over de berghellingen sprong.

Ik vertelde hoe Panamarenko het vlieg-tuig Brazil maakte; twee opvouwbare vleugels, die je na een forse aanloop uitklapt zodat je vrij kunt wegvliegen. De naam van deze uitvinding had Panamarenko ontleend aan een science-fiction film waarin de held met machtige vleugelslagen de vrijheid tegemoet vliegt. Deze droom van vrijheid vertaalt Panamarenko in zijn geestige uitvinding Brazil; neem een aanloop tot je veertig kilometer per uur loopt en sla dan je vleugels uit. Je bent vrij!

Panamarenkolezing: Vliegen met de held uit de film Brazil Foto: Frits de Jong
Panamarenkolezing: Portuguese Man of War Foto: Frits de Jong

In de lezing nam ik mijn publiek ook mee het water in. Ik vertelde over het verrukkelijke duikbootje PAHAMA, waarmee Panamarenko vanuit Antwerpen naar Spitsbergen en Nova Zembla zou reizen. Een Kuifje-avontuur. En ik liet het ‘Kuifje-avontuur’ zien van de wandeling over de zeebodem, waar je ontspannen kunt rondlopen met een reisgids in je hand, dankzij de duikhelm Portuguese Man of War.

Gaandeweg werd in de lezing steeds duidelijker dat het er niet toe doet of de uitvindingen van Panamarenko echt werken of niet. Ze betoveren je met hun poëzie, ze spreken tot de verbeelding. Je stapt op een van zijn luchtfietsen en vliegt weg – in je hoofd! Je zet de duikhelm op en wandelt tussen de koralen – in je verbeelding! Je huppelt met grote sprongen door de Alpen dankzij Panamarenko’s vliegende rugzakjes.

Panamarenko geeft vleugels, Panamarenko maakt je los.

De volgende Panamarenkolezing vindt plaats op zondag 1 mei in Den Haag. Zie Agenda.

 

Magnetische schoenen

In de periode van zijn happenings, eind zestiger jaren, treedt Panamarenko op met een fantastische uitvinding: Magnetische schoenen. Dankzij deze magnetische schoenen kan hij op zijn kop langs een metalen plafond lopen. ‘Ik dacht: dat kan ik dan tenminste toch al. Dat was een begin, al een beetje zoals vliegen.’

Uithangbord van schoenwinkel ‘Goliatje’

Panamarenko maakt de magnetische schoenen in 1966. Zijn moeder had in die tijd een schoenenwinkeltje, Goliatje geheten. Het uithangbord was een enorme laars met het woord ‘Goliatje’ erop, een laars die nu in het Panamarenkohuis staat. In het winkeltje van zijn moeder vindt Panamarenko een paar oerdegelijke militaire bottines. Op de zolen van deze stappers monteert hij elektromagneten, afkomstig van machines die hij in een legerdump heeft gevonden.

In een rugzakje draagt hij de loodbatterijen die de elektromagneten moeten voeden. Als hij afwisselend de linker- of de rechterschoen aanzet, kan hij langs een stalen plafond lopen. Hij schaft nog een legerjasje aan en militaire pet waarop hij zijn naam plakt. In dit kostuum geeft hij in 1967 een performance in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. Hij wandelt langs een stalen plafond door handmatig de stroom in en uit te schakelen in een van beide schoenen.

De happening wordt in hetzelfde jaar nog een keer herhaald voor de Vlaamse televisiezender BRT. We zien hoe Panamarenko, gehuld in zijn kostuum, in een metalen stellingkast hangt die wordt gekanteld tot hij op zijn kop hangt. Dan demonstreert hij de passen. Een keurige verslaggever, in pak en met stropdas, interviewt de kunstenaar terwijl hij daar hangt. Panamarenko, toch een beetje geïmponeerd door de officiële setting, probeert in beschaafd Nederlands de interviewer uit te leggen hoe het spektakel werkt. Maar dan maakt hij een fout in de bediening en hij valt naar beneden. Gelukkig ligt er een matrasje, zodat hij zich niet bezeert.

Panamarenko demonstreert de Magnetische schoenen voor de BRT, 1967

De Magnetische schoenen zijn het eerste technische experiment van Panamarenko en dragen al alle elementen in zich die zijn werk kenmerken. Er is humor, die heel serieus genomen wordt (ook door de BRT!). Het materiaal, schoenen met magneten, is heel gewoon, het zijn dingen die je bij de legerdump haalt en zelf in elkaar knutselt. Er is het experiment met de zwaartekracht. En er is al een fascinatie voor magnetisme.

Demonstratie door Panamarenko van een metalen plaat zwevend boven een magnetisch veld, 1973

Later zal Panamarenko eindeloos experimenteren met magnetisme. Hij bouwt apparaten die sterke magnetische velden opwekken. Boven die apparaten kan hij metalen platen laten zweven. Ook deze apparaten demonstreert hij voor de BRT. De proefnemingen zijn onderdeel van zijn project Reis naar de sterren, waarin hij met vliegende schotels de ruimte in gaat. Volgens Panamarenko zijn in de ruimte magnetische velden aanwezig waarop de vliegende schotels zich voortbewegen. Hij noemt die velden de kosmische autostrades.

Maar hoe serieus Panamarenko deze natuurwetten ook onderzoekt, er is altijd een grote speelsheid in zijn uitvindingen. ‘Ik maak in feite alleen maar speelgoed, want dat is de echte kunst: de poëzie van een stuk speelgoed. Wat anderen de echte kunst noemen, lijkt te veel op kunst, dat is het probleem. De kunst is namelijk het enige vehikel waarvan men zou moeten proberen te allen tijde uit de invloedssfeer te blijven, niet te doen wat de macht of de machthebbers zeggen: dat is het wezenlijke aan kunst.’

De rebelse hippie die ludieke kunst maakt, het komt in al Panamarenko’s uitvindingen terug.

Vrijdag 18 maart geef ik de lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko. Zie Agenda

 

Hi-Ha-Happening!

Panamarenko studeerde in 1960 af aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. In 1955 was hij als vijftienjarige al toegelaten, met de hakken over de sloot, aan dit instituut waar hij graag wilde studeren. Gaandeweg raakte hij echter teleurgesteld in de Academie. De lessen hadden niets van doen met wat hem echt interesseerde. ‘Er gebeurde van alles toen; de geluidsmuur werd doorbroken, transistors werden uitgevonden, er vlogen spoetniks door de lucht en de eerste kleurentelevisie kwam er, lasers, noem maar op. Maar in de Academie was het: ja da’s geen kunst, hè.’

Liever dan ‘blote vrouwen tekenen’ verdiepte hij zich in de natuurwetenschappen. Hij bestudeerde de wetten van de zwaartekracht en de voorwaartse beweging, maar hij verdiepte zich ook in het vliegen van insecten en vogels. Hij bouwde een bootje, een transistor, een flipperkast om geld mee te verdienen. Maar in lijn met de officiële kunstopvatting van die tijd, zag hij aanvankelijk deze geknutselde apparaten niet als kunst.

Affiche van de happening ‘De Première Van De Hersenexpansie In Kleuren!’, december 1966

Als Panamarenko van de kunstacademie afkomt weet hij één ding zeker; hij wil geen traditionele kunst maken. Met een aantal bevriende kunstenaars organiseert hij happenings in Antwerpen en andere steden. Hij maakt een krantje Happening News; beeld- en tekstcollages die hij zelf ontwerpt en vermenigvuldigt op zijn ultramoderne xeroxkopieermachine. De beelden en teksten zijn afkomstig uit zowel serieuze wetenschappelijke literatuur als uit populaire bronnen, zoals stripboeken en reclames.

De bedoeling van de happenings is om de geest van het publiek los te weken uit de geijkte opvattingen over wat kunst is. ‘Hersenexpansie’ noemt Panamarenko dat. Die hersenexpansie wordt bereikt door zoveel mogelijk indrukken tegelijk aan te bieden aan het publiek.

Happening ‘De Première Van De Hersenexpansie In Kleuren!, 16 december 1966

Op 16 december 1966 vindt in de Antwerpse galerie Wide White Space een happening plaats met de titel De Première Van De Hersenexpansie In Kleuren! Het publiek wordt gebombardeerd met indrukken; Panamarenko kookt een soepje van fietslampjes, zittend op een kooi waarin een toekan zit te krijsen. Aan het plafond bungelt een pop. Panamarenko blaast een varkensblaas op en gooit die door de ruimte. Er worden teksten voorgedragen en een meterslange sigaret wordt door een stofzuiger opgerookt.

In veel van deze happenings zitten al kiemen voor Panamarenko’s latere werk. Zo stelt hij, als happening, in 1968 een manifest op: Reservaat, Eksperimenteel Centrum voor Vrije Samenleving. Midden in de stad Antwerpen moet een reservaat ontstaan, een vrijplaats waar mensen helemaal zelfvoorzienend zijn. De bewoners wekken hun eigen energie op, bouwen hun eigen huizen en verbouwen zelf hun eten. Ze verplaatsen zich in zeppelins. Hier wordt de basis gelegd voor het kunstwerk waar Panamarenko in 1971 internationaal mee zal doorbreken; de zeppelin Aeromodeller.

Het is duidelijk; met deze hi-ha-happenings wil Panamarenko al bewerkstelligen wat hij in zijn latere werk ook nastreeft: vrijheid. De vrijheid om los te komen van conventies over wat kunst is, conventies over samenleven, conventies over hoe een mens zich voortbeweegt. Panamarenko maakt ons los!

De lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko gaat op 18 maart in première bij Instituut Helikon in Utrecht. Zie Agenda.

De kleine Panamarenko

Op 5 februari 1940 werd de Belgische kunstenaar/uitvinder Panamarenko geboren. Hij heette oorspronkelijk Henri, net als zijn vader: Henri Van Herwegen. Maar toen hij als jonge kunstenaar op een zelfgeknutseld transistortje de naam Ponomorenko hoorde, de naam van een Oost-Europese generaal, wist hij dat dát zijn kunstenaarsnaam moest worden: Panamarenko.

Over de jeugdjaren van Panamarenko verscheen in 2012 een leuk boek, De Kleine Panamarenko. Daarin staan jeugdherinneringen opgetekend die Panamarenko vertelde aan de kinderboekenschrijfster Brigitte Minne, uiteraard gekleurd door zijn ongebreidelde fantasie. De verhalen zijn grappig en ontroerend en roepen allerlei associaties op met kunstwerken die Panamarenko in zijn latere leven zal maken.

Panamarenko op een driewieler, ca. 1944

In het boek staan mooie ouderwetse familiefotootjes, met kartelrandjes. Er is een foto van de kleine Panamarenko op een driewielertje. Eén van de meest in het oog springende onderdelen van de lucht-‘tuigen’ die Panamarenko later zal ontwerpen, is dat die worden aangedreven door fietstrappers. De piloot brengt via fietspedalen het vliegtuig in beweging. Als kleuter beleefde de uitvinder dat gevoel al op zijn fietsje.

De kleine Panamarenko heeft veel tantes en ooms van moederskant en die komen vaak over de vloer. Zo was er Nonkel Achilles die klarinetten bouwde. Hij gaf aan zijn kleine neefje de onderdelen van een klarinet, maar die maakte er een sterrenkijker van. Van alle tantes was Tante Germaine de liefste; ze was ‘zo zacht als boter en te goed voor deze wereld’. Toen de familie er schande van sprak dat de kleine Panamarenko een kauw als huisgenoot mocht houden, was zij de enige die het voor hem opnam.

En dan was er nog tante Ida ‘die een slag van de molen had en in een instelling verbleef’. Tante Ida had een bloes met bruine en witte streepjes. Net als de streepjes die de kleine Panamarenko zag op de schilden van de Coloradokevers die de aardappeloogst in zijn vaders volkstuintje vernietigden. Panamarenko was gefascineerd door die diertjes en stelde zich voor dat er ook kevers waren met sterren op hun schild, tante Ida had immers ook een bloes met sterren.

Meikever, 1971, foto: Dirk Pauwels/ S.M.A.K. Gent

Vroeg in zijn carrière ontwerpt Panamarenko allerlei vliegtuigen die vliegen als insecten. In 1971 maakt hij, als een circusact, een prachtige Meikever met een schild met grote rode sterren. Onder het schild van de Meikever zit een elektromotortje met een schroef die de vleugels (met een spanwijdte van vijftig centimeter) in beweging brengt. Het beestje is via een snoer verbonden met een kistje waarin de batterij ligt en een paar nagemaakte bloemen ‘want een meikever moet toch eten.’

De kosmonaut uit ‘Reis naar de sterren’, tekening, 1985, Panamarenko

De sterren op de bloes van tante Ida komen terug op het schild van Panamarenko’s Meikever, maar ook op de helm die de kosmonaut draagt in zijn project Reis naar de sterren uit 1985. In een speciaal ruimtepak en met een gemotoriseerd rugzakje vliegt deze kosmonaut door ­het heelal. Op zijn witte helm staan vrolijke rode sterren, alsof hij in een circusact is gelanceerd uit een kanon.

Zo leeft de kleine Panamarenko voort in de kunstwerken die hij als volwassene maakt; speels, licht en vrolijk.

Op 18 maart is het zover. Dan gaat mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko in première in Utrecht. Zie Agenda.

De winkel van de poëzie

In de Haagse binnenstad, in een onaanzienlijk straatje, is een winkel die poëzie verkoopt. Het is speelgoedwinkel Mascot, waar al 58 jaar Toon van Montfort achter de toonbank staat. Je stapt hier binnen in een wereld van tijdloos speelgoed: trekpoppetjes, hartverwarmende knuffeldieren of net-echte miniatuurdieren, poppenfornuisjes, ingenieuze bouwpakketten, stelten, vliegers, rammelaars en tuimelaars en ouderwetse houten dieren op wieltjes.

Speelgoedwinkelbaas Van Montfort demonstreert de rups ‘Trollinchen’

Speelgoedwinkelbaas Van Montfort bepaalt zelf wat er in de winkel komt. Hij kent al zijn poppen, bouwdozen en knuffeldieren én hij kent zijn klanten. Hij verkoopt geen poppen die praten, lopen of een plasje doen, maar ‘poppen die luisteren, want daar heeft een kind behoefte aan.’

Zelf een groot liefhebber van speelgoed, geeft Van Montfort graag advies aan klanten die in deze verlokkelijke wereld ronddwalen en even vergeten wat ze als cadeautje voor neefje X kwamen kopen omdat ze weer kind zijn geworden in deze winkel.

En werkelijk, Mascot maakt het spelende kind in je wakker. Het speelgoed heeft een ambachtelijk karakter; al spelend bouw je een droomwereld waarin alles kan; de dieren zijn je vrienden, je bakt heerlijke koekjes in de poppenoven, je bouwt een blokkenkasteel en vliegt hoog boven de mensen met je vlieger of zelfgebouwde vliegtuig. Het is kortom een winkel vol poëzie, de poëzie van speelgoed.

Volgens Panamarenko, de kunstenaar over wie ik in maart mijn lezing zal houden, is de poëzie van speelgoed de echte kunst. Speelgoed doet je dromen over vliegen, zweven, varen op of onder water en dat doen de uitvindingen van Panamarenko ook. Hij bouwde een zeppelin waarmee hij Brigitte Bardot wilde ontvoeren, hij bouwde een onderzeebootje om naar Nova Zembla te varen, en hij bouwde een vliegend tapijt, aangedreven door veertig propellers.

Grote Plumbiet, Panamarenko, 1984. Foto: Syb’l_S.-pictures

De kunstwerken van Panamarenko zijn eigenlijk grote stukken speelgoed, die hij ambachtelijk vervaardigde van simpele materialen; hout, papier, ijzerdraad, piepschuim. Zijn ‘tuigen’ zijn handgemaakt; de schroeven en (las)naden zijn duidelijk zichtbaar. Het oogt simpel; een kind kan de was doen, bij wijze van spreken.

Panamarenko speelde ook met de wetten van de fysica en mechanica. Zo ontwierp hij een loodzware machine; de Grote Plumbiet, met vier draaiende trommels met magneten. Door die beweging ontstond er een sterk magnetische veld waarop een metalen plaat kon zweven. Dit ‘speelgoed’ diende als basis voor zijn onderzoek naar ruimteschepen, die volgens hem zich voortbewogen op de magnetische velden in de ruimte; ‘de kosmische autostrades’.

Het grappige is dat ik in speelgoedwinkel Mascot ook ooit een magisch moment heb meegemaakt dankzij magnetische velden (en de oude tovenaar Van Montfort). Bij het afrekenen van een cadeautje liet hij me een metalen tolletje zien. Hij bracht het tussen duim en wijsvinger aan het draaien op een rubberen plaatje. Toen tilde hij het plaatje langzaam op en trok het voorzichtig onder het tolletje vandaan. Als een kleine ufo bleef het tolletje in de lucht hangen. Ik was verbluft!

Na enige tijd de betovering te hebben vastgehouden, onthulde de baas het geheim. Onder het tolletje op de toonbank lag een opengeslagen krant. Daaronder stond een magnetisch plaatje. Van Montfort haalde een schetsje tevoorschijn waarop hij precies de magnetische velden had aangegeven waarop het tolletje zweefde. Een soort tekening die Panamarenko ook maakte van zijn studies voor vliegende schotels. Bekijk hier het filmpje van het zwevende tolletje.

Speelgoedwinkel Mascot, het zwevende tolletje. Bekijk het filmpje op het Man-van-Taalkanaal.

Helaas, die prachtige winkel van de poëzie, Mascot, sluit binnenkort voorgoed zijn deuren. Toon van Montfort gaat met pensioen. Als u nog iets van de magie van deze winkel wilt meemaken, spoed u dan naar de Korte Houtstraat in Den Haag. En kom dit voorjaar naar mijn lezing voor een heerlijke dosis poëzie van het speelgoed van Panamarenko.

De lezing ‘Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko’ is op 18 maart in Utrecht. Zie Agenda