Aan het strand

Hans Arp was bevriend met de beeldhouwer en dichter Kurt Schwitters. Ze deelden een gevoel voor humor en geloofden in de collage als kunstwerk. Van Kurt Schwitters wordt verteld dat hij, fietsend door zijn woonplaats Hannover, alles opraapte wat hij maar vond: stukjes papier, kurken, touwtjes, buskaartjes. Al die materialen verwerkte hij in collages.

Schwitters noemde zijn kunst niet Dada, maar Merz. De naam was ontstaan uit een collage die hij gemaakt had van krantenknipsels. Daarin had hij in een advertentie de woorden ‘Kommerz- und Privatbank’ verknipt tot ‘merz’.

In 1920 brachten Arp en Schwitters een vakantie door op het Noordzee-eiland Sylt. Ook Arps (toen nog) verloofde Sophie Taeuber was mee. Zij schrijft in brieven aan haar zuster dat de mannen de hele dag enthousiast samenwerkten: ‘Es wird gedichtet, gemerzt und gearpt, den ganzen Tag.’

Arp en Schwitters struinden de stranden van het eiland af. Van het drijfhout dat ze daar vonden maakten ze collages, die Arp Dadaïstische namen gaf zoals Trousse d’un Da (= tas van een Da) of Trousse du naufragé (= tas van de schipbreukeling).

Trousse du naufragé, Jean Arp, 1920

Van sommige onderdelen in die collages is de herkomst nog te herkennen. We zien in Trousse du naufragé de steel van een  kwast (?) en een uitgeboord rond gat in een houten plankje. Voor Schwitters was die herkenbaarheid een belangrijk onderdeel van het kunstwerk; dit soort afgedankte gebruiksvoorwerpen konden worden samengevoegd tot een kunstwerk.

Arp was meer geïnteresseerd in de afgeronde vormen van de aangespoelde materialen, waaronder ook veel takken, wortels, boomstronken en stenen. Door die natuurlijke vormen te bestuderen en na te tekenen, kwam hij tot zijn oervorm: das bewegte Oval. Dat is niet een strak geometrisch ovaal, een uitgerekte cirkel zeg maar, maar een asymmetrisch ovaal vol in- en uitstulpingen; golvende vormen die als het ware telkens een andere gedaante kunnen aannemen.

De meest simpele ovalen bij Arp zijn de eivorm en de licht slingerende, schuinopgerichte 0-vorm. Die laatste noemt Arp ‘navel’. Het navelvormige bewegtes Oval komt in veel van zijn werken terug. In 1923 publiceert Arp in Schwitters’ tijdschrift Merz zeven litho’s, Arpaden genaamd. Een van die Arpaden heet ‘Een navel’. Hier is in een wit vlak een kleine, schuine, onregelmatige ovaal te zien. In een andere Arpade is een grote gehalveerde navel te zien: ‘De zee’.

Arpade 3, Een navel, en Arpade 2, De zee, Hans Arp, 1923

En dan zijn er ook nog de vakantiekiekjes van Arp aan zee. In de verte loopt Sophie in de branding en op de voorgrond poseert Arp als een Botticelli-achtige Venus en laat zijn navel zien. Zee en navel. Ik wens u een goede zomer.

 

6 Comments

  1. Leerzaam, met een glimlach. Mooi Hans!
    Voor jou ook een goede tijd toegewenst.

    • Dankjewel Vera.
      Bij Arp is een glimlach nooit ver weg.

    • Dat is een mooie wijsheid, Benna. Dankjewel.

  2. Hans, wat een mooie blog. Ik lees snel eens verder. Groeten Robin

    • Dankjewel Robin. Be my guest.


Laat een reactie achter op vera Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *