She entered a state of fluidity

Op het moment dat dit blog verschijnt bevind ik mij tussen twee lezingen. Ik ga van Arps Fluïdum naar de wandelende lezing Beelden en bomen. Ik beweeg mij van de fluïde vormen van Arp naar de wandeling langs de kunstwerken in het lommerrijke, honderdjarige Arboretum in Doorn.

She entered a state of fluidity, Fleur van den Berg, 2022. Te zien op de expositie ´Beelden en bomen´, Nationaal Bomenmuseum Gimborn, Doorn

Het eerste beeld dat we tijdens deze rondwandeling aandoen is de sculptuur She entered a state of fluidity van Fleur van den Berg. We zien een vloeiende vorm, een vrouwenfiguur die zich opricht vanuit de lage begroeiing. Haar bovenlichaam is extreem ver achterover gebogen; haar buik en borst zijn open naar de omgeving.

Vanuit haar schouders vloeit een golvende stroom naar beneden die associaties oproept met haren, maar ook met water. De stroom wordt breder naar onderen toe en aan de basis van het beeld omhult de stroom de voeten van de vrouw. Ze rijst als het ware op uit de stroom, maar via het horizontale deel gaat haar lichaam er weer in over.

Fleur van den Berg geeft een paar kernwoorden bij dit beeld: ‘Transformatie, overgave, onderdeel worden van een groter geheel, meebewegen.’  Op een wonderlijke manier vind ik die kernwoorden goed aansluiten bij het werk van Hans Arp. Zijn beelden vragen ook om ‘meebewegen’, hol gaat vloeiend over in bol en vanuit elke hoek bieden de beelden een ander aanzicht. Ze ondergaan als het ware voortdurend transformaties naar andere gedaantes.

Menschlich mondhaft geisterhaft, Hans Arp, 1960, brons. Te zien op de expositie ´Arp, A Petrified Forest´ in museum Beelden aan Zee

In mijn lezing over Hans Arp heb ik het over de ‘droomkwaliteit’ van zijn werk. Zijn beelden en gedichten ontwikkelen zich associatief als in een droom. De vormen en de woorden vloeien in elkaar over met een eigen logica die niet causaal is, maar poëtisch als in een droom. Ik nodig het publiek dan ook uit de sculpturen en de poëzie van Arp te ervaren met hun ‘droomverstand’, dat wil zeggen mee te bewegen met de stroom aan associatieve vormen en klanken. Go with the flow.

Het meebewegen, de overgave zie je letterlijk in het beeld She entered a state of fluidity van Fleur van den Berg. Maar je kunt het ook overdrachtelijk opvatten; overgave als een grondhouding bij het kijken naar kunst. Dat gaat niet vanzelf, want we zijn gewend om iets wat we zien meteen te beoordelen: mooi of niet mooi. En dat is oké, een oordeel, een eerste indruk hoort bij hoe we de wereld beschouwen.

Voor veel mensen houdt het hiermee op, maar je kunt ook het oordeel even apart zetten, even in een jampotje doen als het ware, en vervolgens naar het kunstwerk kijken met overgave. Je kunt je overgeven aan alles wat er gebeurt in het beeld en in de omgeving van het beeld. Wat zie je als je eromheen loopt? Hoe valt het licht erop? Welke associaties en herinneringen roept het op? Hoe is de interactie tussen het beeld en de omgeving? Als je het beeld met overgave ervaart, wordt de beleving ervan veel rijker. De beleving wordt bovendien vloeiender en minder vastomlijnd.

Ik nodig het publiek van de wandelende lezing uit om met overgave de beelden van de expositie te bekijken. Doe je oordeel even in een jampotje en kijk wat er gebeurt bij de sculpturen. En misschien kom je dan in a state of fluidity.

Op vrijdag 12 juli geef ik mijn wandelende lezing ‘Beelden en bomen’ in het Nationaal Bomenmuseum Gimborn in Doorn. Aanvang 11.00 uur.
Reserveren
: klik HIER

 

 

Object-taal

Hans Arp was beeldhouwer én dichter. Hij maakte een verbinding tussen de wereld van het woord en die van het beeld met behulp van de zogenaamde object-taal. Dit is een taalkundige techniek – een spelletje eigenlijk – waarbij hij twee woorden die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben samenvoegde. Bijvoorbeeld ‘navel’ en ‘fles’. Dat leverde het woord ‘navelfles’ op, maar Arp gaf dat woord ook in beeld weer. Hij maakte een litho van het nieuwe object; de navelfles.

Navelfles, litho, 1923

Op een heel natuurlijke en kinderlijke manier speelt Hans Arp met de taal. Hij boetseert als het ware nieuwe woorden. Deze speelse omgang met de taal was hem al komen aanwaaien toen hij opgroeide in een tweetalig huishouden. Geboren in het Elsässische Straatsburg, met een Duitse vader en een Franse moeder, kon Arp als kind al spelen met klanken en betekenissen van woorden in twee talen (of eigenlijk drie, als je het Elsässer dialect meerekent). ‘Ik ga met de woorden om als een kind met zijn bouwstenen. Ik betast ze en buig ze om, alsof het sculpturen zijn’, is een bekende uitspraak van Arp.

Dit principe past Hans Arp veelvuldig toe. Hij neemt twee woorden, betast ze, buigt ze om, plakt ze aan elkaar en er ontstaat een nieuw woord. Vervolgens maakt hij dat nieuwe woord zichtbaar als object in een litho, een reliëf of een sculptuur. Op een kinderlijk eenvoudige manier maakt Hans Arp de verbinding tussen taal en beeld, poëzie en sculptuur.

Zelfportret met navelmonocle, 1926

Het doet mij denken aan het kleine jongetje, vijf of zes  jaar oud, dat naast mij stond op een vogel-uitzichtspunt. Met zijn vaders verrekijker mocht hij even naar de vijver in de verte kijken. Hij zag niks, maar ‘Kijk daar’, riep zijn vader, ‘Tafeleenden!’ Daar moest het jongetje wel om lachen. Wat waren dat voor beesten? Zoiets als een badeend, maar dan voor op tafel? Of was het een tafel met zwemvliezen en een snavel? Maar is dat laatste niet een Eendtafel?

Object-taal (of taal-object?) roept verwondering op en heeft speelsheid en humor; de kenmerkende kwaliteiten van het werk van Hans Arp. In een foto uit 1926 poseert hij met een Navelmonocle. Het woord ‘navel’ geplakt aan ‘monocle’ levert een ‘navelmonocle’. Hans Arp geeft vervolgens zo’n navenmonocle ook vorm en – als rechtgeaarde Dadaïst – maakt het Zelfportret met navelmonocle.

Ook in zijn gipsen sculpturen vind je object-taal. Zo is er op de expositie Arp, A Petrified Forest de sculptuur Torso-Garbe te zien; Torso-Schoof (van korenschoof), een sculptuur die aan een torso doet denken, maar ook aan een korenschoof. Er is de Helm-Kopf, een hoofd (met neus?) als je het van opzij bekijkt, maar een helm als je ervoor staat.

Helm-Kopf, 1959, gips

Maar het meest verwonderlijk is de Muschel-Kopf. Van voren lijkt het een hoofd(doek), waar het gezicht uit is weggelaten. Maar loop je eromheen naar de achterkant, dan zie je hoe de vorm zich opent in twee helften als de schelpen van een mossel.

Muschel-Kopf, 1958, gips

Met zijn object-taal spreekt Hans Arp het kind in ons aan en roept hij ons op te spelen met taal om al boetserend nieuwe woorden en nieuwe objecten te laten ontstaan.

Op 28 juni geef ik mijn lezing Arps Fluïdum in de bibliotheek van museum Beelden aan Zee. Daarna kunnen de bezoekers de expositie ‘Arp, A Petrified Forest’ bezoeken. Informatie en reserveren: klik HIER