Uil en droom

Hans Arp streefde ernaar beeldhouwwerken en gedichten te maken die niet de werkelijkheid afbeeldden. ‘Wir wollen nicht abbilden, wir wollen bilden’, is een bekende uitspraak van hem. Hij wilde geen áfbeelding maken van de werkelijkheid, bijvoorbeeld van een landschap, een model of een stilleven, maar hij wilde béelden maken, beelden die uit zichzelf ontstaan zonder iets af te beelden.

Arp noemde zijn kunst ook niet ‘abstract’, want abstracte kunst was volgens hem toch weer een afgeleide (een abstrahering) van de werkelijkheid. Liever sprak hij van concrete kunst; concrete sculpturen en concrete gedichten. Zijn gedichten willen niet ontroeren of verheffen of een andere emotie opwekken. Dat de gedichten en de beelden van Arp toch op je gevoel werken, heeft uitsluitend te maken met het kunstwerk zélf.

Songe de hibou, 1937, gips

Geen afspiegelingen van de werkelijkheid dus, in de kunst van Arp. Toch zitten zijn gedichten en beelden vol met toespelingen op bekende vormen en begrippen uit de werkelijkheid. Hij neemt de dingen die we kennen uit het dagelijks leven en speelt ermee, plaatst ze in een onverwachte context en laat ze associatief in elkaar overvloeien. Als in een droom.

Een mooi voorbeeld van een concreet kunstwerk dat speelt met iets bekends uit de werkelijkheid is de Songe de hibou (Droom van een uil), een gipsen sculptuur uit 1937. Dit beeld is een van de Rundplastiken die Hans Arp vanaf de dertiger jaren ging maken; vloeiende, organische vormen die een associatieve logica hebben waarmee ze uit zichzelf lijken te ontstaan. Opvallend aan de Songe de hibou is dat er te midden van alle gestroomlijnde vormen een scherpe knik zit.

Voor mij is de associatie met de Kerkuil snel gemaakt, gezien de titel. Zeker in dit jaargetijde, waarin ik elke dag even een kijkje neem op de webcams van Beleef de Lente. Op deze website van Vogelbescherming is te volgen hoe verschillende vogelsoorten nestelen, baltsen, paren, broeden en uiteindelijk hun jongen verzorgen. Veel vogels zijn overdag actief, maar niet de kerkuilen. Die slapen.

Kerkuilen

De kerkuil slaapt soms wel tweeëntwintig uur per dag. Als een prachtige, bruin-gespikkelde, bolle vorm zit hij dan op één poot en de gesloten ogen vormen samen met de snavel een schuin-oplopende knik in het witte ‘gezicht’. Ziedaar de Droom van een uil.

Waar droomt een uil van? Van de muizen die hij gaat vangen op zijn geruisloze vlucht? Van het grote gezin dat hij gaat stichten? Van het tegenstrijdige imago dat hij heeft, dom of juist wijs?

Maar misschien is de Songe de hibou van Hans Arp ook wel ónze droom van een uil. Net als in Arps gedicht De grote vlieg, de knevel en de kleine mandoline:


Dromen lieten zich leiden door een parel. Ik hoorde de klacht van de nachtegaal. In de spiegel zag ik een giraf voorbijkomen met een muis op zijn kop. In de zomer hoorde ik in de verte het gebulder van een oorlog. De buren spraken onder mijn venster over vrede, muziek, bedden, driehoeken, dieren.

(uit: Auch das ist nur eine Wolke, 1951)

De beelden die Arp oproept met zijn sculpturen en met zijn gedichten zijn gedroomde beelden. Gedroomd door mens en uil.

Op 28 mei en 28 juni geef ik weer mijn lezing Arps Fluïdum. Informatie en reserveren: zie Agenda

Wakker worden in een droom

Op 6 maart werd in museum Beelden aan Zee de expositie Arp: A Petrified Forest geopend. In de Zuidzaal zijn 22 gipsen sculpturen opgesteld van Hans Arp en bij de ingang van de zaal nog een bronzen beeld. Ik erheen natuurlijk! Voor Arp kun je mij midden in de nacht wakker maken. En zo werkte het ook nu weer; ik werd wakker in de droom van het werk van Arp.

Het woord ‘droom’ is ingepikt door de commercie, maar bij Arp betekent droom niet het ideaal (als in ‘droomhuis’ of ‘partner van je dromen’), maar het staat voor de associatieve logica waarmee zijn kunstwerken zich ontwikkelen. Als gebeurtenissen in een droom vloeien de vormen van zijn beelden in elkaar over, er is geen voor- of achterkant aan (de meeste van) zijn werken en soms zelfs geen boven- of onderkant. Zijn sculpturen bieden vanuit elke hoek waarin je ze bekijkt weer een ander beeld, een andere associatie.

Ganymed, 1954, gips

In A Petrified Forest kun je vrij tussen de sculpturen van Arp dwalen en ervaar je hoe ze, hoewel van gips, geenszins statisch zijn. De vormen vloeien voortdurend over in nieuwe welvingen, soms zie je een vorm opeens weer terug in een andere sculptuur en je komt bijna vanzelf in een vloeiende geestestoestand, de droomwerkelijkheid, waarin alles associatief in elkaar overgaat.

Voor Arp was dit de echte werkelijkheid. Niet de lineaire, causale ontwikkeling van dingen is werkelijk, maar de associatieve samenhang en het vervloeien van de dingen; de droom.

In mijn lezing Arps Fluïdum komen veel gedichten voor waarin de dichter wakker wordt in een droom. Het gedicht Wolkenherder – dat gaat over zijn sculptuur Kaboutervorm, die verrassend vader wordt van een reus; de Wolkenherder – begint met de woorden: Bij het wakker worden vond ik op mijn beeldhouwkrukje een kleine, speelse vorm, schrander en met een buikje …

Het gedicht De grote vlieg, de knevel en de kleine mandoline is gebaseerd op zijn sculptuur Hoofd met drie onaangename voorwerpen. De eerste regels zijn: Ik werd wakker uit een diepe, droomloze slaap met onaangename voorwerpen op mijn gezicht. Sophie zei dat het een grote vlieg was, een knevel en een kleine mandoline. …

Expositie ‘Arp: A Petrified Forest’, met foto van Arp in zijn tuin, 1949, fotograaf M. Sima

Aan de wand van de expositiezaal in het museum hangt een mooie foto uit 1949 van Hans Arp in de tuin van zijn woonhuis en atelier bij Parijs. Hij staat daar tussen zijn gipsen sculpturen als in een woud van beelden. Dit woonhuis/atelier is nu het museum van de Fondation Arp, waar je vrij kunt rondlopen en kunt (ver-)dwalen tussen de gipsen en bronzen beelden van Arp. In mijn lezing laat ik u ook dwalen door die tuin, terwijl ik het gedicht voordraag Schuilplaats van dromen:


Vergankelijk tapijt
tussen de mooiste kronen.
Schuilplaats van dromen.
Pleisterplaats van dromen.

Een orang die slechts
half was
wordt wakker met zijn ontbrekende deel
met de oetan.
Klaarwakker klimt hij in een boom
en zingt: “Cacao, cacao, oh, cacao!”

Ik eindig mijn lezing met het gedicht Die große Firgelei, waarin Arp gedeeltelijk een fantasietaal gebruikt; die Firgelsprache, een lichte, etherische taal. In het gedicht zegt hij:

die schöne firgelsprache
ist das verweilen das träumen
das sinnen und überspinnen
sind himmlische traumblumenlieder
also unsichtbare wolken

Te vertalen als:

De mooie Firgeltaal
is het er zijn, het dromen,
het peinzen en mijmeren,
zijn hemelse droombloemenliederen,
onzichtbare wolken dus

Wakker worden in de droomwerkelijkheid van Hans Arp is heerlijk. Het gebeurt in het museum en bij mijn lezing Arps Fluïdum. Op 28 juni geef ik de lezing in de bibliotheek van museum Beelden aan Zee. Boek HIER de tickets.