Fragmenten

Een bekende uitspraak van Hans Arp is: ‘Ik ga met de woorden om als een kind met zijn bouwstenen. Ik betast ze en buig ze om alsof het sculpturen zijn.’ Arp boetseert als het ware met woorden, hij voegt ze samen, kneedt en buigt de woorden tot er nieuwe betekenissen ontstaan. Maar het omgekeerde gebeurt ook; hij breekt woorden in stukken en vormt uit de fragmenten weer nieuwe woorden.

Een mooi voorbeeld van dat opbreken en weer samenvoegen is te vinden in de dichtregel: Das Schnee- und Hagelwittchen fällt. Dat is te vertalen met: Het Sneeuw- en hagelwitje valt. ‘Sneeuwwitje’ wordt opengebroken en ‘sneeuw’ vormt nu een combinatie met ‘en hagel’. Dan wordt ‘-witje’ er weer aan vastgeplakt en zie je een soort vlinder (Koolwitje) voor je, die zich laat vallen.

Het gedicht (uit de bundel Der Pyramidenrock, 1924) gaat als volgt:

Das Schnee- und Hagelwittchen fällt
wie Fallsucht und von Fall zu Fall.
Es fällt weil es gefällig ist
und jedesmal mit lautem Knall.

Te vertalen met:

Het sneeuw- en hagelwitje valt
als vallende ziekte en van geval tot geval.
Het valt omdat het bevallig is
en telkens met een luide knal.

Het bevallige vlindertje valt alsof hij Fallsucht heeft; met veel energie, zou je kunnen zeggen. Hij laat zich vallen van geval tot geval (bloem naar bloem) met telkens een luide knal. Een echt Dadaïstisch gedicht.

Dat opbreken in fragmenten waaruit vervolgens weer nieuwe vormen ontstaan, doet Arp ook in beeldhouwwerken. Zijn gipsen sculpturen laten zich makkelijk verzagen en nieuwe elementen zijn vrij eenvoudig toe te voegen. Arp zegt daarover: ‘Een klein fragment van een van mijn sculpturen, waarin een ronding of een tegenstelling me aanspreekt, is vaak de kiem van een nieuw beeld. Ik versterk die ronding of die tegenstelling. Dit resulteert in nieuwe vormen.’

links: Wolkenherder, Hans Arp, 1953, foto: Ernst Scheidegger, rechts: Unesco-Entwurf, Hans Arp, 1953-1958

Zo heeft hij bijvoorbeeld in 1953 een deel van zijn sculptuur Wolkenherder afgezaagd om te onderzoeken of het een wandsculptuur kon worden voor het Unesco-gebouw in Parijs. Hij was al aan de Wolkenherder bezig, toen hij van de Unesco de opdracht voor een wandsculptuur. Hij verfde het gipsen fragment bronskleurig en hing het aan de wand van zijn atelier. Uiteindelijk koos hij voor een ander ontwerp voor het Unesco-gebouw, maar het is wel een illustratie van deze manier van werken.

In het beeld Scrutant l’horizon (De horizon afturend), een van de laatste beelden van Hans Arp, dat hij in 1965 maakte in opdracht van de Gemeente Den Haag, zie je hoe hij met afgesneden en ingesneden fragmenten van bestaande vormen weer een nieuw beeld laat ontstaan. Het verbluffende is dat als je ’s nachts om dit beeld heen loopt (zie filmpje), de uitgelichte vormen van dit beeld weer nieuwe fragmenten lijken, knoppen als het ware, waaruit opnieuw vormen kunnen groeien. Het beeld is niet statisch, het groeit!

Scrutant l’horizon, Hans Arp, 1965. Links overdag, rechts ’s nachts

Die oplichtende fragmenten in de duisternis zijn een mooie illustratie van hoe Arps werk, zijn sculpturen én zijn gedichten, voortdurend in beweging is. Uit vormen die hij heeft geschapen laat hij nieuwe vormen ontstaan. ‘Kunst is een vrucht die in mensen groeit’ zei Arp, en die groei, die beweging gaat altijd door.

Op 23 maart geef ik mijn lezing ‘Arps Fluïdum’ voor de leden van het Sculpture Network. Daarna zal ik de lezing nog een aantal malen geven gedurende de looptijd van de expositie ‘A Petrified Forest’ in museum Beelden aan Zee. Informatie en reserveren: zie Agenda

Pure nacht

De nacht, dromen, wolken, sterren, oneindigheid; het zijn begrippen die in de poëzie en de sculpturen van Hans Arp vaak opduiken. Zijn werk is ontstaan uit – en te verstaan met – de logica van dromen. In een droom vraag je je nooit af waarom gebeurtenissen elkaar opvolgen. Het is een realiteit waarin je je volstrekt vanzelfsprekend beweegt. Je volgt de stroom van gebeurtenissen.

Zo is het ook met de gedichten en beeldhouwwerken van Hans Arp. Ze ontwikkelen zich organisch, vloeiend, als een associatieve stroom. De ene vorm ontstaat uit de andere, woorden vloeien associatief voort uit andere woorden. Ze evolueren, niet lineair of vanuit een concept, maar als in een droom. Kunstenaars zijn dan ook dromers volgens Arp; ze beeldhouwen niet (of dichten, of schilderen), maar dromen. Dromen is een creatief proces.

In het gedicht Schuilplaats van dromen, dat ik in mijn lezing voordraag, staan deze prachtige regels:

De oneindigheid
daalt neer op de aarde.
De oneindigheid komt met blote voeten op deze aarde aan.

Vanuit de duiventil van de oneindigheid
vliegen de sterren uit
en nemen hun plaats in aan de hemel.
Pure nacht.

Sterren komen veel voor in het werk van Arp. In de gipsen sculptuur Dromende ster uit 1958 verenigt hij twee begrippen die belangrijk voor hem zijn: droom en ster. Dat aan-elkaar-koppelen van twee verschillende begrippen die samen weer een nieuw beeld vormen is een voorbeeld van de ‘object-spraak’ van Hans Arp. Hij plakt als het ware twee woorden aan elkaar en er ontstaat een nieuw woord én een nieuw beeld.

links: Dromende ster, gips, 1958, en rechts: Melkwegtraan, gips, 1962

Een ander kunstwerk waarin twee verschillende begrippen op een poëtische manier aan elkaar zijn gekoppeld is de gipsen sculptuur Melkwegtraan uit 1962. Dit beeld doet mij denken aan de aangrijpende, ‘stamelende’ Sophie-gedichte die Arp tussen 1943 en 1945 schrijft om de dood van zijn vrouw Sophie Taeuber te verwerken. In een van die gedichten, vol herhalingen en tastende zinnen, staan deze woorden:

Die Meere sind Blumen.
Die Wolken sind Blumen.
Die Sterne sind Blumen,
die im Himmel blühen.
Der Mond ist eine Blume.
Der Mond ist aber auch eine große Träne.

In 1939, dus nog voor deze noodlottige gebeurtenis, maakt Arp een prachtige Ster. Met één van de stralen staat deze ster een beetje scheef op een sokkel. In het midden zit een opening die, net als de stralenkrans, de indruk wekt steeds van vorm te veranderen. Deze ster twinkelt. Twintig jaar later, als Arp internationaal doorbreekt, maakt hij een grotere versie van de Ster. Met zijn typerende mengeling van ernst en humor poseert hij achter die grote Ster.

links: Ster, gips, 1939, en rechts: Arp met Ster, 1958, foto Keystone
Het graf van Hans Arp, Sophie Taeuber en Marguerite Hagenbach in Locarno

Op het graf van Arp in Locarno ten slotte staat een bronzen versie van deze dynamische Ster. Hier werd Arp in 1966 begraven en een jaar later werden de stoffelijke resten van Sophie Taeuber in dit graf bijgezet. Ook Arps tweede vrouw, Marguerite Hagenbach, ligt hier begraven. Misschien zijn zij alledrie vanuit deze duiventil van de oneindigheid uitgevlogen als sterren, om hun plaats aan te nemen aan de hemel. Pure nacht.

Op 23 maart geef ik mijn lezing ‘Arps Fluïdum’ voor de leden van het Sculpture Network. Daarna zal ik de lezing nog een aantal malen geven gedurende de looptijd van de expositie ‘A Petrified Forest’ in museum Beelden aan Zee. Informatie en reserveren: zie Agenda