Danspaleis de Aubette

In 2020 dook op de TEFAF in Maastricht een kunstwerk op van Theo van Doesburg, een van de voormannen van De Stijl. Het zag eruit als een stuk karton, beschilderd met diagonale banen en heldere kleurvlakken. Maar een scherpzinnige medewerker van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam herkende in dit kunstwerk de opengevouwen maquette van de Feestzaal in de Aubette. Dit danspaleis in Straatsburg werd in 1928 door Theo van Doesburg, Hans Arp en Sophie Taeuber-Arp ingericht tot een van de modernste danstenten van die tijd.

Ontwerp voor de Feestzaal van de Aubette, beschilderd karton, Theo van Doesburg, 1926/1927

Theo van Doesburg heeft zich er lange tijd op laten voorstaan dat de Aubette zijn project was, maar het was oorspronkelijk een opdracht voor Sophie Taeuber-Arp en Hans Arp. Na de Eerste Wereldoorlog woonden zij in bij Arps moeder in Straatsburg. Op die manier konden ze het Franse staatsburgerschap verwerven om zich in Parijs te vestigen. In Straatsburg werden zij benaderd door de gebroeders Horn, twee ondernemers die van de Aubette, een oude, vervallen kazerne, een grote uitgaansgelegenheid wilden maken met meerdere danszalen, bars, een restaurant en een filmzaal. Sophie Taeuber en Hans Arp kregen de opdracht om het complex een moderne uitstraling te geven.

Composition abstraite désaxée, glas-in-lood venster voor woonhuis van André Horn, Sophie Taeuber, 1928

Omdat het project zo omvangrijk was én zo prestigieus – de Aubette moest de hipste tent van Straatsburg worden – vroeg het echtpaar Arp hun vriend Theo van Doesburg ook deel te nemen. Ze dichtten hem veel ervaring toe met het uitvoeren van dit soort grote opdrachten. Theo van Doesburg ontwierp een maquette voor het hart van het complex, de Feestzaal. Met een voor die tijd gedurfde vormgeving bekleedde hij het plafond en de wanden met grote, heldere kleurvlakken, geplaatst in diagonale banen.

Sophie Taeuber ontwierp de glas-in-lood vensters in het trappenhuis in haar geometrische stijl. Hans Arp beschilderde de danszaal in de kelder met zijn karakteristieke golvende vormen en zijn ‘oervorm’ das bewegte Oval.  Op de wand van de catacomben liet hij twee grote paddenstoelachtige vormen groeien.

Bij de opening in 1928 werd de Aubette door kunstliefhebbers de hemel in geprezen. Men noemde het ‘de Sixtijnse kapel van de avant-garde’. Maar het uitgaanspubliek van Straatsburg was niet gediend van al die nieuwlichterij. Het bezoek aan het danspaleis bleef ver achter bij de verwachtingen. Er werden vaasjes en lampjes in de zalen gezet om meer aan te sluiten op de smaak van het publiek. Toen ook dat niet hielp volgde een radicale ingreep; de muren werden overgeschilderd. De geometrische patronen verdwenen en ook de paddenstoelen en das bewegte Oval werden gezellig overgeschilderd.

Muurschilderingen in de kelder van de Aubette met paddenstoelen en das bewegte Oval, Hans Arp, 1928 (vernietigd)

Hans Arp was woedend. Met het inmiddels verworven Franse staatsburgerschap verhuisde hij in 1929 naar Parijs onder het uitspreken van de verwensing dat hij nooit meer een voet zou zetten in dat burgerlijke Straatsburg. Later draaide hij nog wel bij en heeft hij prachtige gedichten geschreven over de stad en de kathedraal.

De feestzaal van Theo van Doesburg is in de jaren negentig weer in oude avantgardistische luister hersteld. Maar de paddenstoelen in de catacomben van de Aubette zijn niet meer herrezen. Op een of andere manier past dat ook beter bij de specifieke kwaliteit van het werk van Arp; het is indringend én vluchtig tegelijk. Als een droom.

Op 6 oktober geef ik mijn lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten, over de poëtische beelden en de beeldende poëzie van Hans Arp. Informatie en reserveren, klik hier

The world according to Arp

Op 6 oktober geef ik mijn lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten. Ik neem u dan mee naar de wereld van Hans Arp, de dichter en beeldhouwer die mij zo inspireert. In de wereld van Arp is de droom de werkelijkheid; zijn sculpturen en zijn gedichten hebben de schoonheid van dromen. Alles kan!

Ik bleef liggen en verroerde me niet en rook de geur van de eerste bloemen. Dromen lieten zich leiden door een parel. Ik hoorde de klacht van de nachtegaal. In de spiegel zag ik een giraf voorbijkomen met een muis op zijn kop. In de zomer hoorde ik in de verte het gebulder van een oorlog. Onder mijn raam spraken de buren over vrede, muziek, bedden, driehoeken, dieren.

Hoofd met drie onaangename voorwerpen, brons, 1930

Dit is een citaat uit het prozagedicht De grote vlieg, de knevel en de kleine mandoline dat Hans Arp schreef in 1951. Ik laat het horen in mijn lezing. In het gedicht wordt de dichter wakker met drie onaangename voorwerpen op zijn gezicht; een knevel, een grote vlieg en een kleine mandoline. Arp baseerde dit gedicht op een van zijn sculpturen, namelijk het bronzen beeld Hoofd met drie onaangename voorwerpen uit 1930. Dat is een vloeiende, plastische vorm met drie losse voorwerpen erop die eruit zien als een grote vlieg, een knevel en een kleine mandoline.

Vaak gebruikt Arp zijn beeldhouwkunst als uitgangspunt voor zijn poëzie. Hij noemde aanvankelijk zijn gedichten ook wel toelichtingen bij zijn sculpturen. Dat dien je niet letterlijk te nemen; zijn gedichten openbaren een poëtische droomwereld, waaruit ook zijn sculpturen voortkomen.

In de lezing laat ik u dwalen door het atelier van Hans Arp in Meudon, een voorstad van Parijs. Bij die wandeling tussen de gipsen sculpturen, de fluïde Rundplastiken die zo karakteristiek zijn voor Arp, laat ik u een gedeelte horen van het gedicht Mensen uit 1953.

In het gipsatelier van Hans Arp, Meudon, Frankrijk

Bescheiden grijsgeverfde stoelmensen
die niets anders willen zijn
dan stoelen waarop anderen gaan zitten

Wolkenmensen die zichzelf ter wereld brengen

Lange lange dunne draadmensen
van een witte onbeschreven draad
die op een spoel gerold
gemakkelijk in een broekzak meegenomen kunnen worden

Mensen die als een Arabische één
in een trein stappen
en als een Romeinse één
weer uitstappen

In de tuin van dit museum in Meudon staan de bronzen beelden van Hans Arp. Ook hier laat ik u dwalen tussen de poëtische beelden met een gedicht. Ik draag Schuilplaats van dromen voor, een gedicht uit 1961:

Concrétion humaine sur coupe, beeld in de tuin te Meudon, brons, 1935

In de diepe stilte van de Vogezen
ontmoette ik
grote zeilschepen zonder bemanning
die stil
door de wouden zeilden

Een orang die slechts
half was
wordt wakker met zijn ontbrekende deel
met de oetan
Klaarwakker klimt hij in een boom
en zingt: “Cacao, cacao, oh, cacao!”

Tedere eeuwigheden
schieten wortel in mij
Eindelijk eindelijk
kan ik tijd verliezen
eeuwigheidje voor eeuwigheidje
tijden lang
oneindige tijden

En ik sluit af met een beeld van Hans Arp dat in Den Haag staat: Scrutant l’horizon uit 1966, het jaar van zijn dood. Daarbij draag ik het heerlijke gedicht die große Firgelei voor, dat hij schreef in 1963, deels in het Duits, deels in de fantasietaal Firgel:

Scrutant l’horizon, 1966, Mariahoeve, Den Haag

knebs zabala dri di dri mn dri
sp sp tatagu

Hans Arp licht in het gedicht toe wat dat voor taal is:

die schöne firgelsprache
ist das verweilen das träumen
das sinnen und überspinnen
sind himmlische traumblumenlieder
also unsichtbare wolken

Das verweilen, das träumen, das sinnen und überspinnen; het er zijn, het dromen, het mijmeren, peinzen; dát is de Firgeltaal. En dat is ook de wereld volgens Arp. In de lezing neem ik u mee langs al deze poëtische beelden om ‘er te zijn, te dromen, te mijmeren en te peinzen.’

Ga mee op 6 oktober naar de wereld van Arp in de lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten. Informatie en reserveren: klik HIER

Nazomer in Straatsburg

Mijn liefde voor Hans Arp is in Straatsburg begonnen. In oktober 2001 was ik voor een korte vakantie in deze prachtige stad waar Franse en Duitse invloeden zo mooi vervlochten zijn. Het was een stralende nazomer en de stad baadde in het warme, verzadigde licht.

Glazen gevel van het Musée d’Art Moderne et Contemporain, Straatsburg. Foto: Edith Rodeghiero

Natuurlijk bezocht ik ook de musea van de stad; het Musée des Beaux-Arts, met de klassieke collectie, en het toen splinternieuwe Musée d’Art Moderne et Contemporain. Een open en licht gebouw, gelegen aan de Place Jean Hans Arp. Ik wist toen nog niet wie dat was en dat Straatsburg de geboortestad was van deze kunstenaar.

In het museum, met kunst vanaf 1870 tot heden, kwam ik langs een sculptuur van Jean Arp. Ik weet niet meer precies hoe het eruit zag, maar ik herinner me een gipsen beeld met ronde, vloeiende vormen. Ik dacht even dat het door een vrouwelijke kunstenaar was gemaakt met de voornaam Jean (spreek uit op z’n Engels, zoals Jean Harlow).

Portret van de Straatsburgse schilder Hans Jean Arp, Henri Beecke, omstreeks 1910

Maar verderop kwam ik een portret tegen van deze ‘Jean Arp’. Een schilderij van Henri Beecke, met de titel Portrait du peintre strasbourgeois Hans Jean Arp, vers 1910. Een portret dat me raakte door de zachtaardigheid die het uitstraalde. Een mooie, dromerige jongeman (Arp was hier 24 jaar oud) in een elegant kostuum staart in de verte. Ik begreep meteen dat dit de kunstenaar moest zijn die die zachtaardige, vloeiende sculptuur gemaakt had.

Toen ik mij later meer ging verdiepen in Arp, ontdekte ik hoe belangrijk de droom voor hem was. ‘Alle kunstenaars zijn dromers,’ aldus Arp. Een kunstenaar beeldhouwt niet, hij schildert niet, nee, een kunstenaar dróómt. Dromen is een scheppende kracht. De schilder Henri Beecke heeft op dit vroege portret de droom-kwaliteit van de dichter en beeldhouwer Hans Arp perfect gevangen.

Het werk van Arp heeft dan ook wat ik noem een ‘droomlogica’. In zijn sculpturen vloeien de vormen organisch in elkaar over met een logica die niet causaal is, maar volstrekt logisch als in een droom. En in zijn gedichten roepen woorden andere woorden op, associaties volgen elkaar op, beelden vloeien uit elkaar voort op een droomachtige manier. Het is niet causaal, het getuigt van een droomwereld.

La belle Strasbourgeoise, Nicolas de Largillière, 1703

Die souplesse in het dichten kon Hans Arp ontwikkelen doordat hij tweetalig werd opgevoed. Zijn vader was Duits, maar zijn moeder was een geboren en getogen Strasbourgeoise, Franstalig dus. Arp kreeg de twee talen met de paplepel ingegoten. ‘Ik ga met de woorden om als een kind met zijn bouwstenen. Ik betast ze en buig ze om, alsof het sculpturen zijn.’ Zo licht Hans Arp zijn poëzie toe; hij boetseert met de taal.

Of de familie van Arps moeder veel aanzien had in de achttiende eeuw weet ik niet, maar ik associeer haar (als in een droom?) met een ander portret dat ik zag in Straatsburg; La belle Strasbourgeoise. Een schilderij uit 1703 van Nicolas de Largillière, de portrettist van de Franse gegoede burgerij. Een onbekende dame is hier afgebeeld in traditioneel Straatsburgs gewaad uit de tijd van Lodewijk XIV. Met haar extravagante hoed maakt ze een onuitwisbare indruk.

In de gouden nazomer van oktober 2001 begon in Straatsburg mijn liefde voor Arp. Op 6 oktober aanstaande neem ik u mee in de droomwereld van deze kunstenaar met mijn lezing Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten. Informatie en reserveren: klik hier