Being Panamarenko

Morgen, op 1 mei, geef ik in Den Haag mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko. Opnieuw begin ik mijn verhaal in het Panamarenkohuis in Antwerpen. Ik neem het publiek mee naar dit huis waar de kunstenaar/uitvinder meer dan dertig jaar gewoond heeft en waar hij het grootste deel van zijn ‘tuigen’ bedacht en ontwierp. Hier dompelen wij ons onder in de creatieve chaos waarmee Panamarenko zich omringde.

In het Panamarenkohuis, tussen al die materialen, ontwerpen en modellen, gereedschappen, schetsen en boeken, voel je de geest van Panamarenko. Je loopt als het ware met hem tussen de propellers, de accu’s, de zwemvliezen en duikpakken, de boeken over ufo’s en zeppelins, de opwindbare speelgoedfiguurtjes, de elektronische apparaten en niet te vergeten de vogelkooien van de zes papegaaien waar hij mee samenwoonde.

Proefneming met het vliegtuig U-Kontrol III, 1972

Aan de wanden hangen foto’s en affiches van zijn projecten, zoals de prachtige foto’s van de proefvlucht in 1972 met het vederlichte vliegtuigje U-Kontrol III in een vliegende storm. Of de foto van zijn onderwaterwandeling tussen de koralen op de Malediven, getooid in zijn eigen duikuitrusting Portuguese Man of War. Op een van de overvolle bureaus ligt een verkreukelde foto van een reis die hij in 1990 maakte naar Peru op zoek naar de zeldzame vogel Hoazin, een foto die eruit ziet als een plaatje uit een Kuifjestrip.

In het Panamarenkohuis: Propellers

Overal in het huis zwerven propellers; lichte, houten, handgemaakte voorwerpen die meteen associaties oproepen met zijn vliegmachines. In de werkplaats staat een halfgesloopte motorfiets tegen de muur. De motor gebruikte Panamarenko voor zijn vliegende rugzakje Hazerug. Met 60 pk op je rug ga je er immers als een haas vandoor. Een prachtig piepschuimen model voor zijn onderzeebootje PAHAMA ligt bovenop een stellingkast. Waar je ook kijkt, je ziet Panamarenko ‘aan het werk’.

Naarmate je langer in het huis ronddwaalt – en gelukkig krijg je bij een rondleiding van de gids ruim de tijd – raak je meer in de ban van die gekke uitvinder die ons met zijn machines vrij door de wereld laat bewegen. Hier, tussen de modellen en halffabrikaten van zijn ‘tuigen’, voel je zijn onbegrensde scheppingsdrift en aanstekelijke vrijheidsdrang. Je wordt als het ware zelf Panamarenko.

In het Panamarenkohuis: Piepschuimen model voor de onderzeeboot PAHAMA

Morgen neem ik mijn publiek weer mee op een reis door het hoofd van Panamarenko. We zullen weer even Panamarenko zijn, de man die los komt van alle beperkingen. Of het nu een zeppelin is om de wereld mee rond te reizen, een gemotoriseerd rugzakje waarmee je naar de sterren suist, of gewoon een bewegend ‘kieken’ dat vrij rondscharrelt op een plateautje, in het creatieve brein van Panamarenko is alles mogelijk. Met zijn beelden laat hij ons vrijheid ervaren. Dat is being Panamarenko.

Op zondag 1 mei kunt u even Panamarenko zijn. Ik geef dan twee keer de lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko.
Locatie: De Beeldhouwwerkplaats in Den Haag.
Aanvang: 11.00 uur en 14.00 uur, entree: €15,00
Reserveren via: agnese61@hotmail.com

 

Huis-tuin-en-keuken-verbeelding

Panamarenko hechtte eraan dat zijn ‘tuigen’ er verweerd en gebruikt uitzagen. Soms zette hij een nieuwe uitvinding een week in de regen om het een doorleefd uiterlijk te geven. Het gevolg is dat zijn uitvindingen er altijd uitzien alsof ze veel zijn gebruikt. Ze ogen heel gebruiksvriendelijk. Ze staan als het ware in het schuurtje te wachten tot je weer eens met ze op pad gaat. Ze hebben een hoog huis-tuin-en keukengehalte.

Donderwolk, 1970-1971, Panamarenko

De materialen die Panamarenko gebruikte zijn ook heel erg ‘huis, tuin en keuken’. Plakband, ijzerdraad, fietsonderdelen, zeildoek en superlicht balsahout, dat is waar hij zijn vlieg-, vaar- en voertuigen van maakte. Simpele materialen, die overal verkrijgbaar zijn. Makkelijk bij het repareren. En ook weer een manier om uit te drukken dat zijn machines toegankelijk en gebruiksvriendelijk zijn.

Er is een leuk videofragment van Panamarenko die rondloopt op de expositie Panamarenko Universum die het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen in 2015 aan hem wijdde. Samen met de conservator bekijkt hij zijn kunstwerken waarvan hij er sommige jaren niet heeft gezien. Ze staan even stil bij de Donderwolk, een vliegtuigje uit 1970 met een groot, zwart zeildoek dat als een donderwolk boven de piloot hangt. De conservator wijst Panamarenko bezorgd op een paar stiksels die los zijn gegaan, maar Panamarenko wuift het probleem achteloos weg: ‘Dat is makkelijk te repareren.’

Het zeildoek van dit vliegtuigje is door Panamarenko’s moeder zelf nog op de naaimachine in elkaar gezet. Het heeft dus letterlijk een huis-tuin-en-keukenoorsprong. Tegelijk werkt dit vliegtuigje enorm op de verbeelding; je zou er zó in willen stappen en een vlucht willen maken boven de stad en omstreken. De alledaagsheid van het materiaal en de staat van verwering maken dit kunstwerk nog toegankelijker.

Panamarenko bij de Donderwolk op de expositie ‘Panamarenko Universum’, M HKA, 2015
Aan de wandel met de Ordis Cerebrum van Theo Jansen in het Kunstmuseum, Den Haag, 2021

Dat alledaagse materialen en technieken een kunstwerk toegankelijk maken, zie ik ook terug in de Strandbeesten van Theo Jansen, die op dit moment te bewonderen zijn in het Kunstmuseum in Den Haag. Theo Jansen werkt met pvc-buis. Hiermee maakt hij bewegende wezens, die enorm tot de verbeelding spreken. Als wonderlijke, veelpotige dieren trippelen zijn beesten zelfstandig over het strand, met wuivende zeilen op hun rug.

Alle beesten hebben een skelet van pvc-buizen, die met plakband of tie-wraps aan elkaar zijn gezet. Het gebruik van zulke eenvoudige huis-tuin-en-keukenmaterialen versterkt de verbluffende uitwerking die deze kunstwerken hebben. Je ervaart die staketsels van pvc-buis als goedmoedige, aaibare beesten, zeker als je zelf even met zo’n dier hebt gewandeld, wat in een van de zalen van het museum is toegestaan. Na wat trekken en duwen komt het dier tot leven en loopt hij als een grote lobbes met je mee.

De kunstwerken van Panamarenko en Theo Jansen zijn heel verschillend, maar de zeggingskracht en de toegankelijkheid van hun werk berusten voor een belangrijk deel op het gebruik van gewone materialen. Je voelt bij wijze van spreken hoe je zelf op je naaimachine, of in de schuur met een paar meter pvc-buis een vliegtuig of een wandelend beest kan maken. Een vliegtuig of een beest waar je dol op bent en waar je vaak mee speelt. De verbeelding aan de macht met huis-tuin-en-keukenmateriaal!

Op 1 mei geef ik in Den Haag TWEE KEER mijn lezing ‘Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko’ Zie Agenda

De Arlikoop

Bijna alle projecten die Panamarenko (1940-2019) ondernam hebben hun oorsprong in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. In de periode daarvóór, de zestiger jaren, toen hij in Antwerpen op de Academie voor Schone Kunsten zat, had hij zich verdiept in de natuurwetenschappen. Fysica, aerodynamica, chemie, biologie, al die exacte wetenschappen gaven hem meer inspiratie dan de kunstzinnige vorming die hij op de academie kreeg.

Dankzij de kennis die hij had opgedaan door zelfstudie in de natuurwetenschappen borrelden in zijn hoofd allerlei plannen en projecten op voor vliegtuigen, vaartuigen en voertuigen. Zo rond 1970, toen hij zich ging manifesteren als kunstenaar die ‘tuigen’ maakte, ontplofte zijn brein als het ware van de vele ideeën die hij had. Hij maakte allerlei ontwerpschetsen voor uitvindingen, waarvan hij sommige pas tientallen jaren later zou realiseren.

Automaat Alluminaut, tekening van Panamarenko, 1970

Een van de ontwerpen die hij in 1970 op papier zette was voor een robotje; een ‘mannetje’ met een bol hoofd en lange armen en benen. In het hoofd zit één groot oog, waarmee de robot alles registreert. Op het achterhoofd zit een serie relais, die de bewegingen van het robotje aansturen. De vorm van dit mannetje doet denken aan een zogenaamde koppoter, de manier waarop vierjarigen een mens tekenen; een ronde kop met alleen maar armen en benen.

Panamarenko noemt het mannetje Automaat Alluminaut, een verwijzing naar de film Jason and the Argonauts uit 1963. Hij tekent het robotje dat met zijn handen een been beetpakt van een grote versie van zichzelf. Het probleem met dit robotje voor Panamarenko is dat hij geen idee heeft waar het voor zou kunnen dienen. Bij zijn andere uitvindingen is het duidelijk; je kunt ermee vrij over de wereld reizen, maar wat kun je met het robotje? Dit ontwerp blijft dan ook lange tijd op de tekentafel liggen.

De Arlikoop, Panamarenko, 2004

Tot het moment dat Panamarenko, in zijn atelier op de Furkapas hoog in de Zwitserse Alpen, zijn Archaeopterixkes gaat maken, bewegende robots in de vorm van de oervogel Archaeopteryx. Deze ‘kiekskes’ geven hem veel voldoening, terwijl ze niets anders hoeven te doen dan ‘wat rondlopen en gewoon kieken te zijn…’ Hij pakt zijn oude project weer op en bedenkt dat hij ‘dit robotteke wel eens de bergen van de Furkapas zou kunnen laten beklimmen.’ In 2004 is er dan een echte versie van de robot: de Arlikoop.

De Arlikoop op de Noordpool, Panamarenko, 2004

De oorsprong van de naam Arlikoop ligt in Panamarenko’s jeugd. In een interview in plat Antwerps vertelt hij hoe hij als kind op school in ‘algemeen beschaafd karton-Nederlands’ liedjes moest zingen. In één van die liederen kwam de passage voor: ‘Wij zijn jong, de aard’ ligt open’. Panamarenko en zijn klasgenoten verbasterden dat tot: ‘Wij zijn jong, de arlikopen’.

Panamarenko gaat met zijn Arlikoop geen bergen beklimmen, maar hij reist ermee naar de Noordpool, ‘op zoek naar Frankenstein.’ In het felle licht van de eindeloze sneeuwvlaktes maakt hij prachtige foto’s van de robot. En zo heeft de Arlikoop toch een functie: hij voedt de fantasie. Hij geeft je het kinderlijke gevoel van een trouwe kameraad tijdens een avontuur in barre omstandigheden. Een heel belangrijke functie, zou ik denken.

Op 1 mei geef ik in Den Haag mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko. Informatie en reserveren: zie Agenda

Foto boven dit artikel: Panamarenko bij de Arlikoop, Deweer Gallery, 2018