Hi-Ha-Happening!

Panamarenko studeerde in 1960 af aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. In 1955 was hij als vijftienjarige al toegelaten, met de hakken over de sloot, aan dit instituut waar hij graag wilde studeren. Gaandeweg raakte hij echter teleurgesteld in de Academie. De lessen hadden niets van doen met wat hem echt interesseerde. ‘Er gebeurde van alles toen; de geluidsmuur werd doorbroken, transistors werden uitgevonden, er vlogen spoetniks door de lucht en de eerste kleurentelevisie kwam er, lasers, noem maar op. Maar in de Academie was het: ja da’s geen kunst, hè.’

Liever dan ‘blote vrouwen tekenen’ verdiepte hij zich in de natuurwetenschappen. Hij bestudeerde de wetten van de zwaartekracht en de voorwaartse beweging, maar hij verdiepte zich ook in het vliegen van insecten en vogels. Hij bouwde een bootje, een transistor, een flipperkast om geld mee te verdienen. Maar in lijn met de officiële kunstopvatting van die tijd, zag hij aanvankelijk deze geknutselde apparaten niet als kunst.

Affiche van de happening ‘De Première Van De Hersenexpansie In Kleuren!’, december 1966

Als Panamarenko van de kunstacademie afkomt weet hij één ding zeker; hij wil geen traditionele kunst maken. Met een aantal bevriende kunstenaars organiseert hij happenings in Antwerpen en andere steden. Hij maakt een krantje Happening News; beeld- en tekstcollages die hij zelf ontwerpt en vermenigvuldigt op zijn ultramoderne xeroxkopieermachine. De beelden en teksten zijn afkomstig uit zowel serieuze wetenschappelijke literatuur als uit populaire bronnen, zoals stripboeken en reclames.

De bedoeling van de happenings is om de geest van het publiek los te weken uit de geijkte opvattingen over wat kunst is. ‘Hersenexpansie’ noemt Panamarenko dat. Die hersenexpansie wordt bereikt door zoveel mogelijk indrukken tegelijk aan te bieden aan het publiek.

Happening ‘De Première Van De Hersenexpansie In Kleuren!, 16 december 1966

Op 16 december 1966 vindt in de Antwerpse galerie Wide White Space een happening plaats met de titel De Première Van De Hersenexpansie In Kleuren! Het publiek wordt gebombardeerd met indrukken; Panamarenko kookt een soepje van fietslampjes, zittend op een kooi waarin een toekan zit te krijsen. Aan het plafond bungelt een pop. Panamarenko blaast een varkensblaas op en gooit die door de ruimte. Er worden teksten voorgedragen en een meterslange sigaret wordt door een stofzuiger opgerookt.

In veel van deze happenings zitten al kiemen voor Panamarenko’s latere werk. Zo stelt hij, als happening, in 1968 een manifest op: Reservaat, Eksperimenteel Centrum voor Vrije Samenleving. Midden in de stad Antwerpen moet een reservaat ontstaan, een vrijplaats waar mensen helemaal zelfvoorzienend zijn. De bewoners wekken hun eigen energie op, bouwen hun eigen huizen en verbouwen zelf hun eten. Ze verplaatsen zich in zeppelins. Hier wordt de basis gelegd voor het kunstwerk waar Panamarenko in 1971 internationaal mee zal doorbreken; de zeppelin Aeromodeller.

Het is duidelijk; met deze hi-ha-happenings wil Panamarenko al bewerkstelligen wat hij in zijn latere werk ook nastreeft: vrijheid. De vrijheid om los te komen van conventies over wat kunst is, conventies over samenleven, conventies over hoe een mens zich voortbeweegt. Panamarenko maakt ons los!

De lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko gaat op 18 maart in première bij Instituut Helikon in Utrecht. Zie Agenda.

De kleine Panamarenko

Op 5 februari 1940 werd de Belgische kunstenaar/uitvinder Panamarenko geboren. Hij heette oorspronkelijk Henri, net als zijn vader: Henri Van Herwegen. Maar toen hij als jonge kunstenaar op een zelfgeknutseld transistortje de naam Ponomorenko hoorde, de naam van een Oost-Europese generaal, wist hij dat dát zijn kunstenaarsnaam moest worden: Panamarenko.

Over de jeugdjaren van Panamarenko verscheen in 2012 een leuk boek, De Kleine Panamarenko. Daarin staan jeugdherinneringen opgetekend die Panamarenko vertelde aan de kinderboekenschrijfster Brigitte Minne, uiteraard gekleurd door zijn ongebreidelde fantasie. De verhalen zijn grappig en ontroerend en roepen allerlei associaties op met kunstwerken die Panamarenko in zijn latere leven zal maken.

Panamarenko op een driewieler, ca. 1944

In het boek staan mooie ouderwetse familiefotootjes, met kartelrandjes. Er is een foto van de kleine Panamarenko op een driewielertje. Eén van de meest in het oog springende onderdelen van de lucht-‘tuigen’ die Panamarenko later zal ontwerpen, is dat die worden aangedreven door fietstrappers. De piloot brengt via fietspedalen het vliegtuig in beweging. Als kleuter beleefde de uitvinder dat gevoel al op zijn fietsje.

De kleine Panamarenko heeft veel tantes en ooms van moederskant en die komen vaak over de vloer. Zo was er Nonkel Achilles die klarinetten bouwde. Hij gaf aan zijn kleine neefje de onderdelen van een klarinet, maar die maakte er een sterrenkijker van. Van alle tantes was Tante Germaine de liefste; ze was ‘zo zacht als boter en te goed voor deze wereld’. Toen de familie er schande van sprak dat de kleine Panamarenko een kauw als huisgenoot mocht houden, was zij de enige die het voor hem opnam.

En dan was er nog tante Ida ‘die een slag van de molen had en in een instelling verbleef’. Tante Ida had een bloes met bruine en witte streepjes. Net als de streepjes die de kleine Panamarenko zag op de schilden van de Coloradokevers die de aardappeloogst in zijn vaders volkstuintje vernietigden. Panamarenko was gefascineerd door die diertjes en stelde zich voor dat er ook kevers waren met sterren op hun schild, tante Ida had immers ook een bloes met sterren.

Meikever, 1971, foto: Dirk Pauwels/ S.M.A.K. Gent

Vroeg in zijn carrière ontwerpt Panamarenko allerlei vliegtuigen die vliegen als insecten. In 1971 maakt hij, als een circusact, een prachtige Meikever met een schild met grote rode sterren. Onder het schild van de Meikever zit een elektromotortje met een schroef die de vleugels (met een spanwijdte van vijftig centimeter) in beweging brengt. Het beestje is via een snoer verbonden met een kistje waarin de batterij ligt en een paar nagemaakte bloemen ‘want een meikever moet toch eten.’

De kosmonaut uit ‘Reis naar de sterren’, tekening, 1985, Panamarenko

De sterren op de bloes van tante Ida komen terug op het schild van Panamarenko’s Meikever, maar ook op de helm die de kosmonaut draagt in zijn project Reis naar de sterren uit 1985. In een speciaal ruimtepak en met een gemotoriseerd rugzakje vliegt deze kosmonaut door ­het heelal. Op zijn witte helm staan vrolijke rode sterren, alsof hij in een circusact is gelanceerd uit een kanon.

Zo leeft de kleine Panamarenko voort in de kunstwerken die hij als volwassene maakt; speels, licht en vrolijk.

Op 18 maart is het zover. Dan gaat mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko in première in Utrecht. Zie Agenda.