De winkel van de poëzie

In de Haagse binnenstad, in een onaanzienlijk straatje, is een winkel die poëzie verkoopt. Het is speelgoedwinkel Mascot, waar al 58 jaar Toon van Montfort achter de toonbank staat. Je stapt hier binnen in een wereld van tijdloos speelgoed: trekpoppetjes, hartverwarmende knuffeldieren of net-echte miniatuurdieren, poppenfornuisjes, ingenieuze bouwpakketten, stelten, vliegers, rammelaars en tuimelaars en ouderwetse houten dieren op wieltjes.

Speelgoedwinkelbaas Van Montfort demonstreert de rups ‘Trollinchen’

Speelgoedwinkelbaas Van Montfort bepaalt zelf wat er in de winkel komt. Hij kent al zijn poppen, bouwdozen en knuffeldieren én hij kent zijn klanten. Hij verkoopt geen poppen die praten, lopen of een plasje doen, maar ‘poppen die luisteren, want daar heeft een kind behoefte aan.’

Zelf een groot liefhebber van speelgoed, geeft Van Montfort graag advies aan klanten die in deze verlokkelijke wereld ronddwalen en even vergeten wat ze als cadeautje voor neefje X kwamen kopen omdat ze weer kind zijn geworden in deze winkel.

En werkelijk, Mascot maakt het spelende kind in je wakker. Het speelgoed heeft een ambachtelijk karakter; al spelend bouw je een droomwereld waarin alles kan; de dieren zijn je vrienden, je bakt heerlijke koekjes in de poppenoven, je bouwt een blokkenkasteel en vliegt hoog boven de mensen met je vlieger of zelfgebouwde vliegtuig. Het is kortom een winkel vol poëzie, de poëzie van speelgoed.

Volgens Panamarenko, de kunstenaar over wie ik in maart mijn lezing zal houden, is de poëzie van speelgoed de echte kunst. Speelgoed doet je dromen over vliegen, zweven, varen op of onder water en dat doen de uitvindingen van Panamarenko ook. Hij bouwde een zeppelin waarmee hij Brigitte Bardot wilde ontvoeren, hij bouwde een onderzeebootje om naar Nova Zembla te varen, en hij bouwde een vliegend tapijt, aangedreven door veertig propellers.

Grote Plumbiet, Panamarenko, 1984. Foto: Syb’l_S.-pictures

De kunstwerken van Panamarenko zijn eigenlijk grote stukken speelgoed, die hij ambachtelijk vervaardigde van simpele materialen; hout, papier, ijzerdraad, piepschuim. Zijn ‘tuigen’ zijn handgemaakt; de schroeven en (las)naden zijn duidelijk zichtbaar. Het oogt simpel; een kind kan de was doen, bij wijze van spreken.

Panamarenko speelde ook met de wetten van de fysica en mechanica. Zo ontwierp hij een loodzware machine; de Grote Plumbiet, met vier draaiende trommels met magneten. Door die beweging ontstond er een sterk magnetische veld waarop een metalen plaat kon zweven. Dit ‘speelgoed’ diende als basis voor zijn onderzoek naar ruimteschepen, die volgens hem zich voortbewogen op de magnetische velden in de ruimte; ‘de kosmische autostrades’.

Het grappige is dat ik in speelgoedwinkel Mascot ook ooit een magisch moment heb meegemaakt dankzij magnetische velden (en de oude tovenaar Van Montfort). Bij het afrekenen van een cadeautje liet hij me een metalen tolletje zien. Hij bracht het tussen duim en wijsvinger aan het draaien op een rubberen plaatje. Toen tilde hij het plaatje langzaam op en trok het voorzichtig onder het tolletje vandaan. Als een kleine ufo bleef het tolletje in de lucht hangen. Ik was verbluft!

Na enige tijd de betovering te hebben vastgehouden, onthulde de baas het geheim. Onder het tolletje op de toonbank lag een opengeslagen krant. Daaronder stond een magnetisch plaatje. Van Montfort haalde een schetsje tevoorschijn waarop hij precies de magnetische velden had aangegeven waarop het tolletje zweefde. Een soort tekening die Panamarenko ook maakte van zijn studies voor vliegende schotels. Bekijk hier het filmpje van het zwevende tolletje.

Speelgoedwinkel Mascot, het zwevende tolletje. Bekijk het filmpje op het Man-van-Taalkanaal.

Helaas, die prachtige winkel van de poëzie, Mascot, sluit binnenkort voorgoed zijn deuren. Toon van Montfort gaat met pensioen. Als u nog iets van de magie van deze winkel wilt meemaken, spoed u dan naar de Korte Houtstraat in Den Haag. En kom dit voorjaar naar mijn lezing voor een heerlijke dosis poëzie van het speelgoed van Panamarenko.

De lezing ‘Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko’ is op 18 maart in Utrecht. Zie Agenda  

Go Gunay!

Het nieuwe kabinet heeft weer een eigen staatssecretaris van cultuur en media: Gunay Uslu. Eindelijk, na drie kabinetten zonder vergezichten (want ‘Als je visie zoekt moet je naar de oogarts’, aldus de premier), is er weer een bewindspersoon die gaat over de vergezichten die cultuur de maatschappij biedt.

Bij de tv-uitzending van de installatie van het nieuwe kabinet op 10 januari viel ik net in het moment dat de staatssecretarissen werden beëdigd, en mevrouw Uslu sprong er voor mij uit. Ze droeg een elegant kostuum (waarom gaan vrouwelijke bewindslieden bij de beëdiging eigenlijk ook niet gekleed in een jacquet?) en zei licht en zonder poeha: ‘Dat verklaar en beloof ik.’

Gunay Uslu wordt beëdigd als staatssecretaris van cultuur en media

Direct na haar aantreden moest zij al een harde noot kraken; het openbreken van de lockdown voor de cultuursector. Ze sleepte het maximaal haalbare eruit; de muziekscholen gaan weer open. Teleurstellend voor iedereen (ook voor mij) die ernaar smacht om weer naar een museum, theater of concert te kunnen gaan. Maar wél goed dat deze bewindsvrouw het voor elkaar heeft gekregen dat cultuureducatie weer kan plaatsvinden; dat is immers een belangrijk onderdeel van cultuurbeleving.

Gunay Uslu

Op haar eigen pagina van de website van de rijksoverheid staat een hoopgevend citaat: ‘Cultuur is samen maken, samen beleven. Dat hebben we zo moeten missen. Ik wil me inzetten voor herstel van de culturele en creatieve sector en samen met makers en instellingen werken aan een bloeiend cultureel leven.’ Go Gunay!

Dat zal niet meevallen in een land dat geregeerd wordt door crisisoplossingen bij een pandemie. Het zal ook niet meevallen in een land waar al drie kabinetten lang alles getoetst wordt aan het nut dat het heeft. Cultuur is een blinde vlek. Toen premier Rutte, vlak voor de beëdiging, de nieuwe staatssecretaris voorstelde aan de koning, was hij even kwijt welke beleidsterreinen zij ook alweer onder haar beheer kreeg: ‘Mevrouw Gunay Uslu. Staatssecretaris voor … uhm uhm … cultuur en media.’

Wat me ook voor deze staatssecretaris inneemt is dat zij zich via een lange weg heeft gevormd tot wat ze nu is. Via mavo, havo, lerarenopleiding Geschiedenis en een studie Kunstgeschiedenis kwam ze in de culturele wereld terecht. Ze was curator en conservator bij verschillende Amsterdamse musea, en voorzitter van de Raad van Toezicht van Eye Filmmuseum. Ze is dus echt aan de basis begonnen en dat geeft het ‘samen’ in haar credo ‘cultuur is samen maken, samen beleven’ een bijzonder perspectief.

Haar afstudeerrichting was Cultuurgeschiedenis van Europa, variant Beleid & Management. Op een grappige manier heeft ze laten zien hoe zij haar zakelijke en haar kunstzinnige kwaliteiten verenigt. Voor haar broer Atilay Uslu, oprichter van vakantieorganisatie Corendon, richtte ze een aantal hotels in. Bij het Corendon Village Hotel in Badhoevedorp liet ze in 2019 een Boeing 747 plaatsen. Gasten kunnen hier een rondleiding krijgen. Ik ben niet van het vliegen, maar als ik het wel was zou ik in dat hotel boeken.

Gunay Uslu met haar broer Atilay, na de installatie van een Boeing 747 bij het hotel

We hebben het moeten missen, het ‘samen maken, samen beleven’ van cultuur. Al langer dan de afgelopen twee pandemiejaren. Maar met iemand als Gunay Uslu als staatssecretaris is er weer kans op herstel. Go Gunay!

Mijn lezing ‘Arps Fluïdum’ in Pulchri Studio is uitgesteld tot juni 2022. Zie Agenda.

Getijden

Het begin van een nieuw jaar; een mooi moment om stil te staan bij de getijden. En wel in het bijzonder bij het prachtige getijdenboek Les Très Riches Heures du duc de Berry uit de vijftiende eeuw. Dit getijdenboek, dat ook wel de ‘koning van de verluchte manuscripten’ wordt genoemd, is beroemd door de adembenemend mooie verluchtingen van de gebroeders Van Limburg.

Een getijdenboek is eigenlijk een ‘light’ versie van het brevier, een gebedenboek dat in kloosters het ritme van de dag aangaf aan de hand van de kerkelijke gebeden. Veel vrome – en kunstzinnige – edellieden hadden in de middeleeuwen een of meerdere ‘huisversies’ van de gebedenboeken die waren verlucht met versieringen en illustraties.

Januari, uit Les Très Riches Heures du duc de Berry, omstreeks 1415, Chantilly, Musée Condé

Hertog Jan van Berry liet omstreeks 1415 drie miniatuurschilders, de gebroeders Van Limburg, een uitgebreide versie maken van een getijdenboek, rijkelijk geïllustreerd met schitterende miniaturen. Een kunstwerk dat nu nog verbaast en verrukt door de kleuren, de liefdevolle details en de accurate weergave van het dagelijks leven in de vijftiende eeuw.

De bekendste afbeeldingen uit het getijdenboek van de hertog zijn die van de kalendermaanden. Twaalf paginagrote (A4-formaat), weelderige gekleurde platen waarin de werkzaamheden worden getoond die in die maand plaatsvinden. Of, in het geval van de adel, de activiteiten waarmee de adel zich onledig hield. Boven de activiteiten spant zich de hemelboog, waar in een lapis-lazuliblauwe lucht de sterrenbeelden van de maand voorbijtrekken.

Januari speelt zich geheel binnenshuis af; de hertog geeft een drukbezocht banket in zijn kasteel. In een stralend blauwe mantel zit de hertog aan het banket. In de grote schouw achter hem brandt het haardvuur dat wordt afgeschermd door een rieten haardscherm. De gasten warmen hun handen aan het vuur. Naast de hertog staat een kamerheer die de gasten welkom heet met de woorden ‘aproche, aproche’. ‘Kom verder’, een mooi thema om het jaar binnen te komen, lijkt me.

Februari, uit Les Très Riches Heures du duc de Berry, omstreeks 1415, Chantilly, Musée Condé

Februari vind ik zo mogelijk nog fascinerender qua verhalende details. We zien een winters landschap, met gewone mensen die onder een grijze lucht ploeteren in de sneeuw. Het is koud! In kleine wolkjes komt de adem uit de mond van de man met de omslagdoek. In de sneeuw zijn voetstappen te zien. Links vooraan zit een gezelschap bij het haardvuur in de boerenhoeve. De vrouw vooraan heeft haar blauwe jurk iets opgeschort. Het duo daarachter is radicaler en heeft de kleding tot aan het middel opgetrokken. Achter hen staat het bed; dit duo zal voor nageslacht gaan zorgen en warmt ‘de apparatuur’ eerst even op, zo lijkt het.

De anatomische mens, uit Les Très Riches Heures du duc de Berry, omstreeks 1415, Chantilly, Musée Condé

Hertog Jan van Berry had een levendige belangstelling voor astrologie, zoals blijkt uit de sterrenbeelden die boven de kalendermaanden door de hemel draaien. De reeks afbeeldingen van kalendermaanden wordt afgesloten met een boeiende illustratie, De anatomische mens, waarin te zien is hoe verschillende onderdelen van het lichaam samenhangen met de tekens uit de dierenriem.

Op het (voor-)hoofd van de bevallige figuur in de mandorla zit de Ram, in haar nek ligt de Stier. Op elke schouder zit één van de Tweelingen, hoog in de borst de Kreeft en op het hart de Leeuw. De maag lijkt de regio te zijn van de Maagd en de ingewanden van de Weegschaal. De Schorpioen huist in de geslachtsdelen en dan dalen we af met de Boogschutter in de dijen, de Steenbok in de knieën, de Waterman in de kuiten en uiteindelijk de watervlugge Vissen onder de voeten.

De prachtige illustraties in dit rijke getijdenboek geven het ritme van het jaar weer. En op een ontroerende manier ontsluiten ze de wereld van de vijftiende-eeuwse mens.