Making plans

Er is in het dagblad Trouw een rubriek, getiteld De zin van … . Daarin vertellen min of meer bekende Nederlanders welke uitdrukking of welke zin hun leven betekenis geeft. Zoals het gaat bij dit soort rubrieken, vroeg ik me af wat voor mij die zin zou zijn. En het antwoord weet ik eigenlijk wel, het is de oneliner: Life is what happens to you when you sit around making plans. Door mij geïnterpreteerd als: Het leven is wat er gebeurt terwijl je allerlei plannen zit te maken.

In mijn herinnering heb ik deze oneliner ooit opgetekend uit de mond van jazzmusicus Branford Marsalis in een interview zo’n twintig jaar geleden. De ‘originele’ zin blijkt iets anders te zijn nu ik hem gegoogeld heb: Life is what happens to you, while you’re busy making other plans. Deze zin is afkomstig uit de song Beautiful boy van John Lennon. In dit lied uit 1980 zingt Lennon over de liefde voor zijn zoontje Sean en verjaagt hij de monsters onder het bed van het kind.

Het mooie van deze uitdrukking is voor mij dat er eigenlijk twee gebeurtenissen in plaatsvinden; je maakt plannen, je wilt dingen voor elkaar krijgen en ondertussen gebeurt er van alles om je heen, waardoor het anders uitpakt. Dat is wat het leven is; plannen maken én je uiteenzetten met wat er gebeurt. Dat vraagt om doorzettingsvermogen en om gelijkmoedigheid.

De afgelopen twee coronajaren heb ik, zoals heel veel mensen, goed kunnen oefenen met dit motto. In een geïntensiveerde vorm heb ik kunnen ervaren wat ‘Life is’, zou je kunnen zeggen. Allerlei plannen moesten worden bij-, uit- of afgesteld door de beperkende maatregelen. Maar plannen maken is zo’n essentieel onderdeel van leven dat het altijd doorgaat.

En dat is mooi; het is menselijk om te dromen, vooruit te denken, een ideaal na te streven. We maken plannen voor een nieuwe werkproject, een nieuwe lezing, een vakantie, een sociale activiteit. We hebben goede voornemens, we wensen elkaar gezondheid, geluk, liefde. En tegelijk moeten we de tering naar de nering zetten als er andere dingen gebeuren.

Foto’s: Berend van Dooren

Mijn plannen voor het nieuwe jaar zijn om in ieder geval de lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko te geven. Panamarenko, de kunstenaar/uitvinder over wie ik de afgelopen maanden al veel blogs heb geschreven. Met zijn fantastische machines laat hij ons vliegen, zweven, zwemmen en  hink-stap-springen door de ruimte. Of in ieder geval dromen daarvan.

Ook heb ik met beeldend kunstenaar Yke Prins het plan om in januari 2022 opnieuw een lezing te geven met poëzie van Hans Arp: Arps Fluïdum. Deze lezing zal Prins’ expositie Oer, Reflecties omlijsten in Pulchri Studio Den Haag. Na de lezing is – coronamaatregelen in acht nemend – een bezoek aan de expositie onder leiding van de kunstenaar mogelijk.

Ik wens u een goed nieuwjaar toe. Een jaar waarin u en ik doorgaan met plannen maken en waarin het ons lukt gelijkmoedig te blijven onder dat wat er gebeurt terwijl we plannen zitten te maken.

In de Agenda en in mijn Nieuwsbrief houd ik u op de hoogte over de lezingen.

Oom Drosselmeiers Kerst

Van alle tradities die de Kerst aankleven, is in Nederland het ballet De Notenkraker een van de jongste. Vanaf 1996 wordt tijdens de feestdagen dit sprookje van een meisje, Marie, en haar pop/droomprins over ons uitgestrooid. Zelf heb ik nooit een live uitvoering van het ballet van Tsjaikovski bezocht, maar ik koester een (video!-)opname van de versie uit 1991 van de Britse choreograaf Mark Morris. Morris’ ballet The Hard Nut is niet suikerzoet, zoals veel Notenkrakerballetten, maar tangy (= bitterzoet) zoals een goede Engelse marmelade betaamt.

Drosselmeier, tekening van Charles Burns voor The Hard Nut

Voor de vormgeving liet Morris zich inspireren door de comics van de Amerikaanse striptekenaar Charles Burns. De strips en graphic novels van deze cartoonist zijn duister en unheimisch. Voor The Hard Nut ontwierp Burns decors en kostuums die de gedroomde wereld van Marie een sinister nachtmerriekantje geven. Maar Morris stopt zoveel humor, dansplezier en genialiteit in zijn ballet, dat het bittere en het zoete heerlijk met elkaar in evenwicht zijn.

De humor van Morris zit in zijn onconventionele rolverdelingen en de energieke, sprankelende choreografieën die levenslust en gein uitstralen en die – zoals in een goede comedy – je op bepaalde momenten ontroeren en bij de strot grijpen.

Sommige vrouwelijke karakters – Marie’s moeder, met drankprobleem, en het kindermeisje, een prachtige ‘soulsister’ die bij voorkeur op de spitzen loopt – worden zeer overtuigend en met veel humor gedanst door mannen. De gasten op het Kerstfeest zijn swinging-sixties-koppels. De dansen die ze uitvoeren zijn uit improvisatie ontstaan en kunnen per avond door de dansers worden gevarieerd. Dat zie je eraan af: geen esthetische poses en strak afgetelde danspassen, maar dansers die elkaar uitdagen en plezier maken.

The Hard Nut, Dansen op het Kerstfeest, rechts Marie’s moeder, midden het kindermeisje

Marie heeft een merkwaardige oom, Drosselmeier, een speelgoedmaker met een ooglapje die het feest naar zijn hand zet. Hij geeft haar als kerstcadeau een notenkrakerpop. Als Marie, nog vol van het feest, naar bed gaat, begint haar wonderlijke droom. De notenkraker komt tot leven en speelt een heldhaftige rol in een veldslag met de muizen. Vervolgens danst oom Drosselmeier een pas de deux met de notenkraker/prins. In meer conventionele versies van De Notenkraker is dit een duet tussen Marie en de prins, maar hier danst de ‘tovenaar’ met zijn creatie, de lelijke notenkraker die een prins is.

The Hard Nut, Pas de deux van Drosselmeier en de notenkraker/prins

Na dit duet komt Marie’s droom pas goed op gang met de Wals van de Sneeuwvlokken. Dit is wat mij betreft het hoogtepunt van Morris’ ballet. Het complete corps de ballet treedt hier aan; mannen en vrouwen in unisex tutu’s, glittertopjes en asymmetrische badmutsen. De dansers warrelen over het toneel in een oogverblindende choreografie waarbij ze wolken witte confetti rondstrooien. Wat een vreugde en wat een levenslust!

The Hard Nut, Wals van de Sneeuwvlokken

In de tweede acte die hierop volgt komen nog meer fantastische scènes voor. Drosselmeiers zoektocht naar een geliefde voor de betoverde prinses voert hem langs allerlei landen, waarvan de romantische clichés heerlijk tongue-in-cheeck worden gedanst. Spanje heeft een hanige stierenvechter en stier, Rusland is een pastiche van het folkloristisch danstheater en Frankrijk wordt gedanst door nuffige hautecouture-modellen.

De wereldberoemde Bloemenwals is bij Morris een buitengewoon geestige oefening in ritmische gymnastiek onder aanvoering van de moeder. Marie en haar prins dansen een weids duet, terwijl alle figuren uit het verhaal in prachtige golven om hen heen vloeien. En even later zal Marie, als een verliefd kalfje, blootsvoets de eveneens beroemde Dans van de Suikerfee dansen.

The Hard Nut, Marie danst de Dans van de Suikerfee

Als u deze Kerst behoefte hebt aan een wat minder zoete vorm van vermaak, dan raad ik u van harte deze tangy Notenkraker aan. De integrale versie van The hard nut uit 1991 is op Youtube te zien in twee delen (Part One en Part Two) die elkaar wat ongelukkig overlappen.

Namens Marie, oom Drosselmeier en het complete corps de ballet uit The Hard Nut wens ik u fijne feestdagen.

Op Depot

Het voordeel van het nadeel van het afzeggen van mijn lezing is dat ik nu meer tijd heb voor andere dingen. Een bezoek aan het nieuwe Depot van museum Boijmans Van Beuningen stond bovenaan mijn verlanglijstje, dus stapte ik in de trein om dit sterke staaltje Rotterdamse lef-architectuur te bekijken.

Het gebouw is inderdaad verbluffend. Naast het museum Boijmans rijst een grote, glanzende bloempot op. Maar hoe groot het gebouw ook is, het werkt niet intimiderend omdat de bolle buitenkant de omgeving spiegelt. Als een vriendelijke lachspiegel neemt de façade je op in het prachtige, weidse panorama van de stad.

Het Depot, interieur

Eenmaal binnen waan je je in een Escher-prent. Aan de buitenschil liggen de afgesloten opslagruimtes. Maar het hart van het gebouw is voor het publiek toegankelijk. Dit ‘kloppende’ hart is een grote lichtschacht, doorsneden door trappen die diagonaal de zes verdiepingen met elkaar verbinden. Op elke etage loopt een open galerij om de lichtschacht heen met uitzicht op de trappen.

De trappen zijn voorzien van glazen leuningen waardoor je tot hoog in het gebouw het gelijkmatige ritme van de traptreden kunt volgen. Tussen de afgesloten opslagruimtes aan de buitenschil zijn open werk- of expositieruimtes die uitzicht bieden op de stad. Hierdoor dringt het daglicht door tot in het trappenhuis zodat de ritmische treden ook van opzij belicht worden.

Het Depot, interieur

Glazen liften zoeven op en neer langs de trappen. En overal lopen mensen; omhoog, omlaag. Mensen wandelen rond over de etages, leunen over de balustrades om naar de bedrijvigheid in het trappenhuis te kijken. Of ze staan stil bij de verlichte vensters die een inkijkje bieden in de opslagruimtes. Dat menselijke verkeer in het gebouw geeft het zijn Escherachtige spanning: Kijk, ook dáár loopt iemand, en dáár gebeurt ook wat!

In de centrale lichtschacht zijn vitrines waarin een aantal kunstwerken is opgesteld. De vitrines strekken zich uit in de verticaal en gaan met de lift en de trappen mee ‘over de verdiepingen heen’. In deze vitrines zijn schilderijen te zien, maar ook sculpturen en mode.

Untitled, Maurizio Catellan, 2001 (2021)

In een van die verticale vitrines staat het kunstwerk Untitled van Maurizio Cattelan, beter bekend als ‘het mannetje dat zijn hoofd door de vloer steekt’. Omdat nu ook het gedeelte onder de museumvloer zichtbaar is, maakte Catellan speciaal voor deze opstelling het beeld af. Het mannetje staat op zijn tenen op een krukje op een pallet met boeken op dozen met boeken op een dossierkast en kijkt zo nieuwsgierig naar de volgende verdieping.

Dan zijn er ook de vitrines die zich uitstrekken in horizontale richting. Deze vitrines, met keramiek en serviezen, dienen als glazen loopbrug of balkon. Dit is voor de durfals; je loopt als het ware boven de afgrond met een dun laagje kunst tussen jou en de diepte.

Helemaal bovenop het Depot is een restaurant met een prachtige daktuin. IJle berkjes en grassen staan wuivend in de wind en rondom ligt Rotterdam. Een aanwinst voor de stad, dit Depot, dat van de Rotterdammers het koosnaampje de Pot heeft gekregen. En geef ze eens ongelijk; een dagje op Depot en je bent verliefd op dit gebouw.

Het Depot, daktuin

N.B. De lezing ‘Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko’ in Utrecht is verplaatst naar 18 maart 2022. Zie Agenda