Poëzie van de luchtfiets

Veel liefhebbers van Panamarenko’s werk spreken over de poëzie van zijn kunst. Ook ik voel de poëtische kracht van zijn fantastische lucht-, land- en watertuigen. Volgens Panamarenko moet kunst ook poëzie zijn. ‘En poëzie is: tien seconden aan de macht ontsnappen’, zegt hij in een interview in 2002. Zijn uitvindingen helpen je te ontsnappen aan de macht van de conventies, aan de zwaartekracht, aan de ideeën over wat kunst moet zijn, aan de ideeën over techniek, over schoonheid. Niet voor niets heet mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko.

Het poëtische zit hem er ook in dat zijn uitvindingen niet perfect werken. Daar gaat het Panamarenko niet om. Hij zet je op het spoor dat ze zouden kúnnen werken. Je zou zo op zijn luchtfiets Das Flugzeug kunnen stappen. Het ‘vlieg-tuig’ heeft een zadel, een stuur en trappers waarmee je de Ronde van Vlaanderen zou kunnen fietsen. Maar met propellers in plaats van wielen fiets je niet over de kasseien, maar ga je hop! de lucht in. Poëzie!

Das Flugzeug, 1967
00.PZ Paradox, 1975

Die poëtische vrijheid komt in al zijn kunstwerken terug, vaak vermengd met een forse dosis humor en zelfrelativering. De ontwerptekening voor zijn vliegende tuig 00.PZ Paradox, een door een propeller aangedreven parachute, is van een grote schoonheid en het is een grappige uitvinding. Op het dak van een kleine cabine blaast een grote propeller lucht in een parachute. Het paradoxale is dat de cabine eigenlijk naar beneden gedrukt zou worden door de propeller, maar dat de parachute hem toch omhoog trekt.

De tekening van de 00.PZ Paradox heeft voor mij de schoonheid van een Japanse prent. Als een grote kwal zweeft een parachute met stuurzeil door de lucht en een klein, stripachtig luchtscheepje bungelt onderaan. De humor zit in de titel. Panamarenko: ‘Die dubbele 00 is niets meer dan het landnummer van België voor de luchtvaart, alle vliegtuigen hebben dat, dat is zoals een nummerplaat, en die PZ staat voor Panamarenko Zeppelin. En samen, als ge dat uitspreekt, is dat Oeps! Paradox!’

Sommige kunstwerken van Panamarenko zijn louter poëzie. De luchtfietsen IJsvogel en Grote Quadru Flip-Flop zijn van een adembenemende schoonheid, terwijl je je toch kunt voorstellen dat je met deze tuigen op ijle vleugels door de lucht vliegt.

(l.) IJsvogel, 2004 en (r.) Grote Quadru Flip-Flop (1998)

De poëzie van Panamarenko komt ook tot uiting in het naïeve van zijn uitvindingen. Zijn vliegtuigen, onderwaterbootjes en futuristische ruimtevaartuigen roepen een wereld op waarin alles kan. Zoals speelgoed dat doet voor een kind. Panamarenko had zijn huis vol staan met opwindpoppetjes, blikken speelgoedautootjes en modellen van vliegtuigen: ‘Ik maak in feite alleen maar speelgoed, want dat is de echte kunst: de poëzie van een stuk speelgoed.’

Aan het eind van zijn carrière legt Panamarenko zich toe op het maken van bewegende Kiekskes, fantasievogels die vrij rondstappen. Zijn meest ontroerende kunstwerk is wel de Vogelmarkt; drie vreemde vogels lopen rond op tableautjes onder afdakjes zoals op de Vogelenmarkt, die elke zondag in Antwerpen plaats vindt. Als een soort marktkoopman die een demonstratie geeft, staat Panamarenko tussen zijn Kiekskes die nieuwsgierig rondtrippelen. Vraag niet hoe het kan, profiteer ervan: gratis poëzie!

Affiche en demonstratie van Vogelmarkt, 2005

LET OP: In verband met de nieuwe coronasituatie gaan de lezingen op 16 en 19 december NIET door. Ze worden verplaatst naar voorjaar 2022. Kijk ook in de Agenda.

 

Stripheld Panamarenko

De uitvindingen van Panamarenko; zijn vliegende, zwevende, varende en hink-stap-springende ‘tuigen’, hebben een hoog stripverhaalgehalte. Ze zien eruit alsof ze zo uit een Kuifje- of Suske-en-Wiske-album komen. Niet zo gek voor een kunstenaar uit een land waar de strip als kunstvorm wordt gezien.

Neem het onderzeebootje dat Panamarenko in 1996 maakte, de PAHAMA – Spitsbergen – Nova Zemblaya. Dit compacte bootje van nog geen zeven meter lang met het profiel van een walvis, heeft in de neus een groot venster ‘om naar de viskes te kijken’. Het interieur is in een mooie zeegroene kleur geschilderd en heeft langs de zijwanden twee zitbanken voor de bemanning/passagiers. Het zou zomaar een onderzeebootje kunnen zijn dat is ontworpen door professor Zonnebloem als opvolger van de haaienduikboot die hij voor Kuifje had gemaakt in De Schat van Scharlaken Rackham.

(l) duikboot PAHAMA – Spitsbergen – Nova Zemblaya, tekening van Panamarenko, 1996, (m) schetsen van Hergé voor De Schat van Scharlaken Rackham, 1944, (r) Arlikoop, Panamarenko, 2004

Het duikbootje PAHAMA – Spitsbergen – Nova Zemblaya brengt onze held naar de Noordpool. Daar beleeft hij een avontuur in het gezelschap van een robot; de Arlikoop. Dit is de robot die Panamarenko in 2004 maakte. Met de Arlikoop reisde hij af naar de Noordpool en maakte schitterende foto’s in de sneeuw en het felle licht.

Panamarenko ondernam meer van die Kuifje-achtige reizen. In 1989 trok hij door de woestijn in Egypte en ging hij duiken in de Rode Zee. Daar kreeg hij zijn ideeën voor het duikpak dat hij ontwierp en dat hij de naam gaf van een grote kwal; de Portuguese Man of War. Het zou zomaar de titel van weer een Kuifje-album kunnen zijn.

Reis naar Egypte I en II, Panamarenko, 1990
K2, The 7.000-Meter-High Flying Jungle and Mountain Machine, along the Yellow River banks in China discovering a giant Tillannia flower, Panamarenko, affiche, 1991

In 1991 bouwt Panamarenko de K2, the 7000-Meter-High Flying Jungle and Mountain Machine. Het is een fantastisch vliegend voertuig met vier propellers in plaats van wielen. De machine zou een hoogte van 7000 meter kunnen halen. De propellers zijn afgedekt met bolle beschermkappen, zodat onze held vrij door de jungle kan vliegen zonder verstrikt te raken in de bomen.

Panamarenko maakt – in het predigitale tijdperk – een collage van een polaroidfoto van hemzelf in de K2. Hij plakt deze foto tussen de planten die hij thuis in de vensterbank heeft staan en noemt dit avontuur:  K2, The 7.000-Meter-High Flying Jungle and Mountain Machine, along the Yellow River banks in China discovering a giant Tillannia flower.

De reizen van Panamarenko beperken zich niet tot de aarde; hij gaat ook de ruimte in. Voor zijn project Reis naar de sterren in 1985 ontwerpt hij niet alleen prachtige ruimteschepen in de vorm van vliegende schotels, maar maakt hij ook een vliegende rugzak waarmee je uitstapjes in het heelal kan maken.

Reis naar de sterren, detail van tekening, Panamarenko, 1985

In de rugzak zit een machine die via twee gebogen pijpen krachtige luchtstralen naar beneden wegblaast. De kosmonaut bedient de machine via twee hendels in zijn handen die met een snoer aan de rugzak vastzitten. Het ruimtepak is een soort overal die beplakt is met plastic ringen. Op zijn neus staat ook een uilenbril van twee plastic ringen.

Tijdens de reis naar de sterren draagt onze held een helm waar rode sterren op staan en zijn naam. Zo kunnen we elkaar altijd herkennen als we mee op reis gaan in het heelal met onze stripheld Panamarenko.

Mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko gaat op 16 december in première. Zie Agenda

Omwenteling

Hoe inspirerend Panamarenko’s werk ook is, het valt me af en toe niet mee om het wetenschappelijke gehalte van zijn uitvindingen te vatten. Ik ben tenslotte geen bèta-, maar een alfaMan van Taal. Maar ik begin steeds beter begrijpen hoe revolutionair Panamarenko’s kunstzinnige benadering van de wetenschap was. Hij stelde kunst en wetenschap niet als twee tegengestelde werelden voor, maar paste wetenschappelijke inzichten toe op een kunstzinnige manier. Dat is wat mij betreft wel een omwenteling te noemen in het denken over kunst en wetenschap.

100.000 Revoluties/Minute Jet Turbine, Panamarenko, 1976, Collection M HKA, Antwerpen

Een goed voorbeeld van Panamarenko’s kunstzinnige interesse in de wetenschap is zijn ‘sculptuur’ getiteld 100.000 Revoluties/Minute Jet Turbine. In 1976 bouwde Panamarenko deze ronddraaiende machine die, eenmaal op gang gebracht, zichzelf almaar zou versnellen tot een snelheid van honderdduizend omwentelingen per minuut. Een eenmalige input van energie (de oorspronkelijke aandrijving) zou door de machine zelf eindeloos kunnen worden hergebruikt en de beweging zou zichzelf versterken.

Dit idee klinkt voor mij als een perpetuum mobile, een eeuwigdurende beweging waar wetenschappers en aanverwante uitvinders al eeuwen naar zoeken. Onmogelijk, maar Panamarenko laat je dromen over de uitvoerbaarheid van dit soort ideeën. Waarom ook niet, vraag je je af als je zijn machines ziet. Tuigen waarmee je van bergtop naar bergtop kunt springen, of zweven door de ruimte, of wandelen over de zeebodem. Panamarenko’s uitvindingen maken je los van de beperkingen en conventies in het dagelijks leven.

Panamarenko hechtte er aan om de schoonheid van de techniek te laten zien. Bij al zijn machines is zichtbaar en begrijpelijk hoe ze worden aangedreven. Ze hebben echte motoren of ze werken op mensenkracht – MK zoals hij dat noemde –  via een simpele set fietspedalen. Dat geeft zijn machines de naïeve, bijna kinderlijke bekoring dat je je er ook werkelijk mee kunt verplaatsen door de ruimte.

Flying (Magic) Carpet, Panamarenko, 1979, collectie EPA, München

Neem zijn uitvinding Flying (Magic) Carpet; een vliegend tapijt dat hij in 1979 ontwierp voor het gebouw van het Europese Octrooibureau in München. In een begeleidend document schrijft Panamarenko: ‘Er is nu een manier om een ​​vliegend tapijt te maken. De droom van 1001 nacht en 1001 uitvinders. De oplossing bestaat uit sterke Nikkel-Cadmium batterijen en lichte elektromotoren.’

Het vliegende tapijt is een rechthoekig vlak dat bestaat uit veertig plexiglazen dekplaten waaronder zichtbaar veertig propellers draaien. Het ‘tapijt’ kan in vieren worden opgevouwen en heeft rondom franje, zoals een vloerkleed betaamt. Je ziet dus de techniek (de veertig propellers, de elektromotoren en de bedrading) én je ziet een magisch vliegend tapijt uit de sprookjes van 1001 nacht.

Als Panamarenko de techniek had weggemoffeld onder een niet-doorzichtig oppervlak, of – nog conventioneler – de technische aandrijving alleen maar had gesuggereerd met hier en daar een kabel en een propeller, had deze uitvinding niet de magische werking gehad die er nu van uitgaat. De Flying (Magic) Carpet is een combinatie van het oerbeeld van een vliegend tapijt met moderne techniek (uit 1979). Deze mix van wetenschap en kunst zet ons aan het dromen.

Dat is de bekoring van Panamarenko’s uitvindingen. Hij wendt de wetenschap aan op een kunstzinnige manier. Waar andere kunstenaars verf, hout, steen en brons als materiaal gebruiken, zijn voor Panamarenko wetenschappelijke wetmatigheden het materiaal voor een kunstwerk. Een omwenteling, een revolutie in het denken over kunst.

Vliegend Tapijt, tekening van Panamarenko, niet gedateerd. Foto: archief Panamarenko Collectief

De lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko gaat in première op donderdag 16 december in Utrecht. Daarna lezingen in Den Haag. Zie Agenda.