Verbeeldingskracht

‘Wij maken ons bestaan door onze verbeeldingskracht.’ Deze prikkelende zin kwam uit de mond van Bas Heijne in het gesprek in de Haagse Duinzichtkerk op 10 oktober. De verbeelding maakt het leven, volgens Heijne, dat moet je niet overlaten aan de algoritmen en de managers. Ik zat in het publiek bij dit Duinzichtgesprek en Heijnes pleidooi voor de verbeelding was mij uit het hart gegrepen. Mijn boek Tot de verbeelding, dat vorig jaar verscheen, is een statement over de kracht van de verbeelding. Op de cover staat een mannetje dat roept: ‘Tot de verbeelding!’ Á l’art in plaats van á l’arme!

Net in de week van het gesprek met Bas Heijne was de inlijsting voltooid van de oorspronkelijke illustraties uit het boek Tot de verbeelding. De zeven originele tekeningen van Peter Oosterhout zijn in kleine eikenhouten lijstjes gevat, die in een losse reeks opgesteld staan op een elegant balkje. Zo vormen ze één geheel en zijn ze toch vrij in de ruimte. De levendigheid en de subtiliteit van de tekeningen komen nu volledig tot hun recht.

De zeven illustraties van Peter Oosterhout voor het boek ‘Tot de verbeelding’

Voordat het boek in 2020 verscheen, hadden de illustrator en ik uitgebreid gesproken over de beelden bij de hoofdstukken. In elk van de zeven hoofdstukken gaat het om de verhouding van het ‘mannetje van taal’ op de cover met het thema van het betreffende hoofdstuk (de kunstenaars Arp, Rembrandt, Zadkine, Niki de Saint Phalle en Picasso en de onderwerpen Natuur en Taal).

In zeven schitterende, fijnzinnige tekeningen heeft Peter Oosterhout die vervlechting weergegeven; het mannetje gaat, in verschillende gedaantes, op in de wereld van de kunstenaar. Daarbij is telkens één aspect uit de kunst uitgelicht, een aspect dat het meest tot de verbeelding spreekt. Bij Rembrandt zijn dat de handen, bij Niki de betoverende mozaïeken, bij Zadkine de muziek, enzovoort.

Peter Oosterhout is ook met een mooi werk vertegenwoordigd op de groepsexpositie Het gewicht van woorden, die tot 12 december in de Oranjekerk in Amsterdam is te zien. Tien kunstenaars hebben het gedachtengoed van filosofe Hannah Arendt (1906-1975) verbeeld. Van Peter Oosterhout hangt er een digitale collage met de titel Bij Hannah Arendt aan tafel.

Bij Hannah Arendt aan tafel, digitale collage van Peter Oosterhout

In een fraai uitgelicht decor zit Hannah Arendt als een soort talkshowhost aan een grote ronde tafel. Haar gasten zijn de in een lichtgeel kostuum gestoken wiskundige Alan Turing (1912-1954), de man die de enigma-code kon ontrafelen, en een luid kwakende figuur, een zekere Donald. In de rook van Arendts sigaret staat een van haar beroemdste citaten over de banaliteit van het kwaad. Zoals altijd heeft Oosterhout allerlei elementen en figuren toegevoegd die een rijke wereld vol beelden en associaties oproepen.

Ook Hannah Arendt onderkende de kracht van de verbeelding. Zij stelde vast dat het ontbreken van verbeelding dodelijk is; SS’er Eichmann, wiens proces zij in 1961 volgde, was een onbeduidend mannetje, een boekhouder ‘zonder verbeelding’ die alleen maar regeltjes uitvoerde. Verbeelding is de kracht die we nodig hebben om te leven.

De zeven illustraties uit het boek ‘Tot de verbeelding’

Nu de avonden weer lengen en de feestdagen eraan komen is Tot de verbeelding een heerlijk boek om te lezen, c.q. cadeau te geven. Bestellen gaat eenvoudig via de pagina Boek van mijn website. In december geef ik mijn lezing over Panamarenko, de kunstenaar die ons verlangen om te vliegen verbeeldt. Zie Agenda.

Vleugels krijgen!

Instituut Helikon in Utrecht, waar op 16 december mijn Panamarenkolezing in première gaat, heeft voor het nieuwe seizoen het thema Vleugels krijgen! gekozen. Vanaf december 2021 tot juni 2022 gaat Helikon aandacht besteden aan ‘alles wat te maken heeft met engelen, demonen en ander kunst- en vliegwerk’ schrijft Heleen Rippen, directeur en programmeur van Helikon, in de Nieuwsbrief van september.

Ik heb mijn lezing over Panamarenko gemaakt in opdracht van Helikon. En ik ben bijzonder blij met die opdracht, want Panamarenko is een heel inspirerende kunstenaar. Zijn speelse en ingenieuze vlieg-, vaar- en voertuigen maken het kind in mij wakker en in mijn verbeelding beweeg ik vrij door de ruimte. Panamarenko weekt je los van alle conventies en beperkingen en geeft je vleugels. Mijn lezing heet dan ook Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko.

Meikever (Salto Arte), 1975. Foto: Joost De Bock

In de zestiger jaren maakte Panamarenko zijn eerste vliegende tuigen. Hij liet zich hiervoor inspireren door de vleugels en vliegbewegingen van insecten. Een van de allereerste vliegende objecten van Pana is zijn Meikever uit 1968. Het is een installatie die bestaat uit een tafeltje met daarop een kistje. Uit het kistje komt een snoer dat het elektromotortje voedt in de meikever, gemaakt van ijzerdraad, papier en balsahout. In 1975 maakt hij een grote versie van de Meikever. De vleugels hebben een spanwijdte van vijftig centimeter en zijn bedekt met circusachtige sterren. Verkleed als Chinese tovenaar laat hij het beest op 23 mei in een circustent vliegen, in een act die Salto Arte heet. Het insect stijgt fladderend op, maar het snoer trekt hem uit balans en hij stort ter aarde. Nadat hij weer geplakt is, komt de Meikever in het museum.

Tweevleugel, 1974. Museum Boijmans Van Beuningen (depot)

Uit deze Meikever komen in de zeventiger jaren de Meganeudons voort; door menskracht aangedreven tuigen (luchtfietsen in feite) met insectenvleugels. De bestuurder zit op een zadel en brengt met een trapmechanisme de vliesvleugels in trilling. De Tweevleugel uit 1974 is een heerlijk voorbeeld van de speelsheid en simpelheid van Panamarenko’s ontwerpen. Het is een grootogig ‘insect’ met een spanwijdte van 175 centimeter. Je zou zo op dit vertederende voertuigje willen stappen en de lucht in willen fietsen.

Voor deze Meganeudons laat Panamarenko zich inspireren door een prehistorische waterjuffer, die een spanwijdte van anderhalve meter zou hebben gehad. In de wetenschappelijke literatuur komt dit dier niet voor, wel de Meganeuron, een voorloper van de libel uit het Carboon. Panamarenko verandert de ‘r’ in een ‘d’, want ‘dat klinkt zo wat meer dinosaurusachtig.’

Later ontwerpt Panamarenko ook viervleugelige luchttuigen, zoals de Grote Quadru Flip-Flop uit 1998. Ook dit is weer een verbluffend eenvoudig en aanstekelijk luchtvoertuig; de piloot neemt plaats op een stoeltje en zet al trappend de vier vleugels in beweging.

Grote Quadru Flip-Flop, 1998, Foto: Valerie Clarysse

Al deze vliegende tuigen worden aangedreven door mensenkracht, MK genoemd door Panamarenko, als tegenhanger voor de PK’s, Paardenkrachten. Zijn MK is een stellingname tegen de technisch-mechanische processen die ons dehumaniseren. Panamarenko laat de mens vliegen op éigen kracht. Door zijn fantastische ontwerpen ontpoppen wij, mensenlarven, ons tot vliesvleugelige insecten en kiezen we het luchtruim. Krijg nou vleugels!

De lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko is op 16 december bij Helikon in Utrecht en op 19 december bij De Beeldhouwwerkplaats in Den Haag. Zie Agenda.

Vliegende schotel

In het Kunstmuseum Den Haag kwam ik de Spatiovore tegen, een sculptuur uit 1960 van de Cobra-kunstenaar Constant (1920-2005). Het kunstwerk bestaat uit een plexiglazen oestervormige kom, die een maquette van een (gedroomde) architectonische ruimte omhult. Het geheel lijkt te zweven boven een woest en ledig landschap van zwarte, golvende heuvels. Ik zag er een vliegende schotel in.

Ik was in het museum op zoek naar werk van Panamarenko (1940-2019), de kunstenaar die allerlei vliegende tuigen ontwierp waarmee de mens de ruimte kon doorklieven. Van Panamarenko kwam ik niets tegen, maar dit ‘ruimteschip’ van Constant trof me door de overeenkomst die ik erin zag met Panamarenko’s beelden. Beide kunstenaars geven vorm aan de utopie dat de mens in vrijheid kan bewegen en kiezen voor een zwevende bol.

Spatiovore, Constant , 1960

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werkte Constant aan zijn project New Babylon. Hij ontwierp maquettes voor de ideale stad, een plek waarin arbeid geautomatiseerd is en de mens vrij kan spelen. Het zijn fantastische werelden die Constant schiep, met coulissen, terrassen, trappen en verhogingen, beschutte hoekjes, raadselachtige balustrades en speels kronkelende tunnelbuizen. Als miniatuurmensje val je daar van de ene verbazing in de andere door het voortdurend wisselende perspectief.

Met de Spatiovore laat Constant die utopische stad ook nog eens vrij zweven door de ruimte. Ook Panamarenko, twintig jaar jonger dan Constant, laat de mens vrij zweven door de ruimte. Zo bedacht hij in 1997 Ferro Lusto, een enorm ruimteschip van achthonderd meter lang en geschikt voor vierduizend personen. Hier gaat het er alleen wat minder vredig aan toe, want volgens Panamarenko zullen de passagiers zich tijdens de reis naar de sterren zo vervelen dat ze voortdurend aan het kibbelen zijn.

Ferro Lusto, Panamarenko, 1997

Als onderdeel van de Ferro Lusto ontwierp Panamarenko de vliegende schotels Bing of the Ferro Lusto (1997) en Bing II (2002). Deze schotels, die hij construeerde op ware grootte, fungeren als transportmiddel tussen het moederschip Ferro Lusto en de planeten. De vliegende schotels hebben de klassieke vorm die we in alle strip- en sciencefiction-verhalen tegenkomen; een bol met een schijf eromheen. Een beetje zoals de ‘oester’ Spatiovore van Constant.

Bing of the Ferro Lusto, 1997 (l.) en Bing II, 2002 (r.) Panamarenko
Snoepgoed: Vliegende Schotels of Zure Ouwels

Als kind was Panamarenko al dol op het snoepgoed ‘vliegende schotels’. Een snoepje bestaand uit een dubbele ouwel in roze, geel of blauw, met in de bolling een zuurzoet poeder. Hij kocht ze bij de lokale kruidenier en terwijl hij de vliegende schotel op zijn tong liet smelten, fantaseerde hij over een grote versie van dit voertuig, die hij zelf zou bouwen en waarmee hij naar de maan kon vliegen.

Constant en Panamarenko gebruiken allebei de vliegende schotel als een inspirerende vorm om de vrijheid van de mens uit te drukken. Zij laten ons door de ruimte vliegen in die mooie, dynamische bol met een schijf eromheen. Een utopie, een droom, een schotel waar we graag op meeliften.

Op 16 december gaat mijn lezing Los! Kunst en vliegwerk van Panamarenko in première. Zie Agenda.