Hoofd en schouders van een jonge vrouw, Leonardo da Vinci, ca. 1490

Gisteren stond ik oog in oog met deze jonge vrouw. Over haar schouder kijkt ze me aan met lichte ogen, een flauwe Mona-Lisa-glimlach om haar lippen. En ze komt binnen. Ze heeft een zelfverzekerde uitstraling en toch is ze heel zacht getekend met prachtig teder licht op haar wangen, neus en voorhoofd. Én in haar ogen.

Deze tekening, getiteld ‘Hoofd en schouders van een jonge vrouw’, is een van de hoogtepunten van de expositie ‘Leonardo da Vinci’ in het Teylers Museum in Haarlem. Volgend jaar is het vijfhonderd jaar geleden dat Da Vinci overleed en ter gelegenheid daarvan is deze expositie opgezet.

Op de expositie zijn veel karikaturale koppen te zien die op de lachspieren werken, maar die door Da Vinci toch altijd met een zekere mildheid zijn getekend. Ook deze koppen stralen zelfverzekerdheid uit. Zo zijn ze nu eenmaal. En dan, tussen al die bovenmaatse kinnenbakken en haak- of mopsneuzen, duikt opeens deze beauty op. Die tegenstelling tussen potsierlijke lelijkheid en verfijnde schoonheid maakt dat ze allebei ‘werken’. Je ziet als het ware verschillende kanten van de menselijke ziel.

l: Oude vrouw met een misvormd gezicht (reproductie, ca. 1520) en r: Hoofd en schouders van een jonge vrouw, ca. 1490

De prachtige tekening ‘Hoofd en schouders van een jonge vrouw’ heeft een enorme intensiteit. De vrouw heeft haar hoofd naar je toe gedraaid en geeft je een raadselachtig glimlachje. Maar wat dit beeld zo intens maakt zijn de ogen, die lichte irissen onder die lichte oogleden. Irissen die misschien wel de kleur hebben van de prachtige hemelsblauwe irissen die ik ooit in Florence zag bloeien.

De intensiteit, de aandacht en de tederheid waarmee Da Vinci de vrouw in 1490 heeft weergegeven, maken dat deze vrouw, ruim vijfhonderd jaar nadat ze werd getekend, je nog steeds raakt. Ze komt binnen.

In mijn Zadkine-lezing bespreek ik een andere ‘Vrouwenkop’ die eveneens een grote intensiteit heeft, maar van een andere orde. Het is de eikenhouten ‘Vrouwenkop’ van Ossip Zadkine uit 1922. Charley Toorop, die goed bevriend was met Zadkine, kocht dit beeld rechtstreeks van de beeldhouwer. Omdat zij ook goede relaties onderhield met Theo en Lida Scholten, de stichters van Museum Beelden aan Zee, kwam dit beeld na Toorops dood in de collectie van het museum terecht.

Vrouwenkop, Ossip Zadkine, 1922

Nu staat de ‘Vrouwenkop’ op de expositie ‘Zadkine aan Zee’. Zelfverzekerd, het hoofd ietsje scheef, kijkt ze je aan. Haar bovenlip heeft ze bijna uitdagend opgetrokken, haar dikke nek en platte neus roepen associaties op met boksen. Als je voor haar gaat staan en haar aankijkt, komt ze binnen ‘met een Haagse directe’, zoals ik in mijn lezing zeg, verwijzend naar de plaatselijke boksschool.

Ook bij dit beeld voel je de intensiteit, de aandacht (en de tederheid?) waarmee de kunstenaar het weerbarstige blok eikenhout heeft bewerkt tot deze kop. Een kop die deze specifieke expressie wel moest hebben, want Zadkine heeft het gezicht precies daar gehakt waar in het hout een knoest zat. Dát was volgens hem de kern van dit blok hout en dát geeft deze vrouwenkop zo’n krachtige uitstraling.

Twee verschillende vrouwenhoofden van twee totaal verschillende kunstenaars. En allebei komen ze binnen. Op 30 december geef ik in museum Beelden aan Zee weer de lezing ‘Inside Ossip’ en ook de ‘Vrouwenkop’ komt dan voorbij. Tickets bestelt u hier.

 

Ik wens u fijne hemelsblauwe feestdagen.

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search