Een van de mooiste complimenten die ik ooit kreeg na een lezing was: ‘Dit gaat ook over mijn leven.’ Een bezoeker van ‘Het Verdwijnend Perspectief’ zei het en hij sloeg met dit compliment de spijker op zijn kop.

Het perspectief, de manier waarop mensen door de eeuwen heen tegen de wereld hebben aangekeken, is iets dat wij nu collectief met ons meedragen. Door de geschiedenis heen ‘groeiden’ mensen in een perspectief en groeiden ze er ook weer uit. Zo ontstonden er telkens nieuwe perspectieven.

Misschien is het wat weggezakt in het bewustzijn, maar ik denk dat u en ik een rugzakje dragen met al die verschillende perspectieven. In de kunst worden die perspectieven zichtbaar en zo kunnen wij ze navoelen.

In mijn lezing reis ik door de tijd. Ik voel mij de monnik die in 980 het Evangeliarium van de aartsbisschop van Trier voorzag van illustraties. Ik herken de naïeve figuren die als in een kindertekening met stevige contouren in een ijle, oningevulde omgeving staan. Het gaat om de (Bijbelse) scène, die speelt zich dichtbij af, de omgeving doet er niet toe.

In de Gotiek voel ik mij opgetild door de verticaal van de kathedralen. Ik val omhoog langs de toren van de kathedraal van Straatsburg, zoals ik onlangs in mijn blog ‘Omhoog’ beschreef.

Als Renaissancekunstenaar Brunelleschi het lijnperspectief uitvindt, sta ik op de drempel van een heldere, maagdelijke wereld. Het perspectief is adembenemend; de ruimte is enorm, de mogelijkheden onbeperkt. Behoedzaam zet ik de eerste stappen naar die lichtende horizon, houvast zoekend bij de details in het landschap.

Steeds vaster wordt mijn tred tot ik me zelfs aan een koprol waag. Ik slaak er een vreugdekreet bij. Het is de Barok en dansend, spelend en minnekozend beweeg ik me in een warme, wollige ruimte. De wereld is een decor voor een fête galante, een geraffineerd en zinnelijk spel van aantrekken en afstoten.

Na de bedwelmende Barok ontstaat er een behoefte aan zuiverheid. Neoclassicisten beelden met loepzuiver licht en een helder perspectief de grootsheid van de menselijke geest uit. Tegelijkertijd laten romantici zich overweldigen door de onmetelijkheid van de zuivere natuur. De fysieke wereld als metafoor voor wie ik ben? Ook dat zit in mijn rugzakje.

Eind negentiende eeuw volstaat het niet meer om de fysieke werkelijkheid als een metafoor voor de geestelijke werkelijkheid weer te geven. Kunstenaars als Mondriaan gaan op zoek naar een manier om rechtstreeks die geestelijke wereld af te beelden. Het lijnperspectief heeft afgedaan. De abstracte kunst ontstaat. Composities van lijn, vorm en kleur bieden een venster, een perspectief, op de spirituele wereld.

En nu, honderd jaar na het ontstaan van abstractie, sta ik daar met mijn rugzak. Als ik een virtual reality-bril op mijn neus zet, kan ik ‘echt’ gewichtloos omhoog vallen. Ik voel mij microscopisch klein bij de projectie van de dansende zandkorrels van Jesper Just. Of ik ervaar een andere dimensie in 3D-geprinte sculpturen. De virtuele werkelijkheid speelt een steeds grotere rol, maar hoe die precies in mijn rugzakje past weet ik nog niet. Maar het gaat wel allemaal over mijn leven.

Op 1 november maak ik weer de tijdreis met de lezing ‘Het Verdwijnend Perspectief’ om 20.00 uur in Het Koorenhuis, Den Haag. Zie Agenda.

Showing 2 comments
  • vera
    Beantwoorden

    Net terug van Lantaren-Venster, “Down to earth”, prachtige documentaire!, lees ik je column.
    Wat een rijkdom aan beelden, taal en wijsheid, die film, jouw column.
    Dank!

    • Hans van der Gaarden
      Beantwoorden

      Ach Vera, wat een mooi compliment weer. Dankjewel.

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search