In 1960 richtte een groep jonge kunstenaars de beweging van het nouveau réalisme op. Zij vonden dat de kunst zijn inspiratie moest halen uit het dagelijks leven en zetten zich af tegen het abstracte expressionisme, waarin de kunst iets moest betekenen. De nouveaux réalistes zagen in elk alledaags gebruiksvoorwerp de mogelijkheid om het te bewerken tot kunst. Een gieter, een pop, een stuk oud ijzer; het kon allemaal omgezet worden tot een kunstwerk.

Manifest van het Nouveau Réalisme, 27 oktober 1960

Bij haar oprichting gaf de groep een manifest uit, opgesteld door kernlid Yves Klein, waarin ze stelden dat ze in al hun verscheidenheid een collectief vormden met een nieuwe kijk op de werkelijkheid. Het manifest, in de voor Yves Klein karakteristieke kobaltblauwe kleur, werd ondertekend door onder ander Jean Tinguely (de geliefde van Niki de Saint Phalle), Robert Rauschenberg, Arman, Daniel Spoerri en César.

Door voorwerpen uit het dagelijks leven om te zetten tot kunst wilden de nouveaux réalistes het leven en de kunst dichter bij elkaar brengen. Ze baseerden zich op het Dadaïstische idee uit de twintiger jaren dat het er in de kunst niet om gaat of het ‘zin’ heeft. Kort na hun eerste manifest schreven ze een tweede manifest, getiteld ‘40° au-dessus de Dada (= ‘40° boven Dada’)

De afrekening met de “oude” abstract-expressionistische kunstopvatting ging niet altijd zachtzinnig, maar wel vaak met humor. Nouveau réaliste Arman liet een koekoeksklok exploderen, spijkerde de onderdelen op een plaat en noemde het ‘Colère Suisse’ (= ‘Zwitserse woede’). Daniel Spoerri, van huis uit een kok, fixeerde de restanten van een maaltijd op het tafelblad en hing vervolgens het tafelblad met alle lege flessen en glazen en volle asbakken verticaal aan de muur.

Colère Suisse, Arman, 1961 (l) en Fallenbild mit grüner Tasse, Daniel Spoerri, 1972 (r)

César haalde zijn materiaal van het autokerkhof; hij liet de schoonheid zien van tot grote rechthoekige pakketten samengeperste autocarrosserieën. Ook Jean Tinguely struinde schroothopen af en fabriceerde van weggegooide stukken ijzer en verroeste machineonderdelen nieuwe, zinloze machines die piepend en ratelend een eigen leven leidden. “Ze maken niets. Ze zijn vrij. Het zijn geen slaven”, zei hij over zijn machines. Een van die ‘vrije’ machines, de Heureka, was in 2011 te zien en te horen tijdens Art Zuid in Amsterdam.

Jean Tinguely in ‘Heureka’. 1965.

Niki de Saint Phalle, die in 1960 was ingetrokken bij Jean Tinguely, experimenteerde met collages van alledaagse voorwerpen; huisraad, poppen, (speelgoed)wapens. Toen ze zich een keer liet ontvallen dat ze ‘het schilderij wilde laten bloeden’, kocht Tinguely een karabijn voor haar. Daarmee schoot ze op de ballonnetjes en spuitbussen met verf die ze in de collages had ingebouwd. De verfballonnetjes en spuitflessen explodeerden en de verf spatte over het kunstwerk.

La mort du patriarche, 1962 (l) en Hommage to Bob Rauschenberg (Shot by Rauschenberg), 1961 (r), twee Tirs van Niki de Saint Phalle

Deze Tirs (Schietschilderijen) pasten perfect in het gedachtengoed van de nouveaux réalistes en in 1961 trad ze toe tot deze beweging. Ze was de enige vrouw (de nouvelle réaliste zou je kunnen zeggen) in deze jonge-honden-groep. De andere leden van de groep namen maar wat graag de karabijn ter hand om deel te nemen aan het maken van een Tir, zoals te zien is in de ‘Hommage to Bob Rauschenberg (Shot by Rauschenberg)’ uit 1961.

De beweging bleef tot 1970 bestaan. Toen hieven ze zichzelf op met een grote slotmanifestatie in Milaan waar een enorme fallusvormige installatie in vuurwerk uiteenspatte. Tijdens die manifestatie organiseerde Niki nog één keer een grote Tir-performance waarin zij op een door haar zelf samengesteld altaar schoot; het altaar van de achterhaalde kunst- en wereldopvatting. De nouveaux réalistes hebben met de karabijn en de sloophamer én met humor de kunst bevrijd.

Tir ‘Autel’, Niki de Saint Phalle, Milaan 1970. Foto: Shunk-Kender

Van oktober 2019 tot maart 2020 geef ik vijf keer de lezing ‘ROND en ROND en ROND, over de wereld van Niki de Saint Phalle‘. Vijf zondagochtendlezingen in Museum Beelden aan Zee. Zie Agenda.

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search