Gisteren stond ik met ‘Inside Ossip’ voor een uitgelezen gehoor. Het waren de partners van museum Beelden aan Zee die naar mijn lezing waren gekomen; de vrijwilligers die daar de boel draaiende houden, zeg maar. Zij bemannen de kassa en de keuken, zijn strenge zaalwachten (“Die tas is te groot, mevrouw. Wilt u hem in een kluisje in de garderobe achterlaten?”) en geven rondleidingen.

Vooraf had ik vanuit de groep een interessante vraag gekregen, die een bezoeker aan een van de rondleiders had gesteld. De bezoeker had opgemerkt dat veel van Zadkines beelden een arm voor het lichaam langs gebogen houden. Wat is daar de betekenis van? Had Zadkine daar een bedoeling mee? De vraag was ook voorgelegd aan Feico Hoekstra, kunsthistoricus en ontwerper van de tentoonstelling Zadkine aan Zee.

De drie Gratiën, Ossip Zadkine, 1950, ebbenhout

Hoekstra wees erop dat het zowel een praktische reden had – Zadkine hakte zijn beelden direct uit een massief blok hout of steen – als een ideologische – Zadkine wilde de geest van zijn materiaal zo veel mogelijk intact laten. Van Zadkine zelf is overigens de mooie uitspraak dat ‘de kunstenaar geen vormen creëert die er nog niet zijn, maar ze slechts aan de duisternis onttrekt.’

Het antwoord van Hoekstra is al een heel mooi antwoord. Maar natuurlijk voelde ik mij als verhalenverteller ook uitgedaagd een antwoord te formuleren. Ik vind het om te beginnen al van een goede opmerkzaamheid getuigen dat mensen zoiets zien. Het was mij nog niet opgevallen, maar inderdaad hebben veel beelden de onderarm horizontaal voor de buik of diagonaal voor de borst langs. Soms houden ze met dezelfde hand een instrument vast, soms rust de hand ontspannen op het lichaam. Of, als er meerdere figuren zijn, houden ze elkaar ermee vast.

De beste manier om erachter te komen welke betekenis schuil kan gaan in een gebaar in een sculptuur of schilderij is om het zo nauwkeurig mogelijk na te doen. Wat gebeurt er als je de gebaren van Zadkines figuren nabootst? Je voelt dan dat het een ontspannen gebaar is, de arm ‘ligt’ rustig voor het lichaam langs. Het is dus geen gespannen, defensief gebaar. Het heeft eerder iets koesterends. Er gaat rust vanuit. De figuren raken zichzelf of een ander met een kalme vanzelfsprekendheid aan.

Meisje, Ossip Zadkine, 1967, brons

Het bronzen ‘Meisje’ uit 1967, het jongste beeld van de expositie, is een mooi beeld om het gebaar mee te oefenen. Zij staat, het hoofd gebogen (waarover ik al eerder schreef in mijn blog ‘Geneigd en genegen’), met haar rechterarm ontspannen voor haar bovenlijf langs, net onder haar borsten. Haar rechterhand ligt losjes op de linker bovenarm. Doe het na en je voelt misschien een lichte puberale verlegenheid, maar vooral ontspanning.

Ook de ebbenhouten ‘Drie Gratiën’ uit 1950 raken elkaar aan met zachte gebaren voor het lichaam langs. Zelfs de robuuste ‘Centaur’ uit 1950, toch een symbool van ontembare driften, houdt zijn linkerarm in een ontspannen gebaar laag voor zijn borst (terwijl hij met zijn rechterhand een zegenend gebaar maakt).

Centaur, Ossip Zadkine, 1950, brons

De strekking van mijn lezing ‘Inside Ossip’ is dat Zadkine in al zijn sculpturen ernaar streeft de kern van het object zichtbaar te maken. Je zou kunnen zeggen dat de gebeeldhouwde figuren die kern benadrukken – niet afschermen, maar juist accentueren – door de arm voor het lichaam langs te plooien. Ze omhelzen hun kern, als het ware. Ze nemen zichzelf in de arm.

 

 

Lezing ‘INSIDE OSSIP’ op 25 november, 30 december, 27 januari, 24 februari
Zie Agenda

 

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search