De Fundatie in Zwolle is een museum waar ik graag naartoe ga. Ze hebben er een fijne neus voor het presenteren van aansprekende kunstenaars in vaak verrassende combinaties of opstellingen. En dan is er nog dat prachtige blauwe ei op het dak van het museum, van waaruit je een mooi uitzicht hebt over de historische binnenstad van Zwolle.

Museum De Fundatie, Zwolle

Vorige week ging ik naar de expositie ‘Facing Fear’, de dubbeltentoonstelling van Alberto Giacometti (1901-1966) en Lynn Chadwick (1914-2003). Volgens het museum is de overeenkomst tussen deze kunstenaars (en dus de reden om ze samen te brengen) dat ze allebei in hun werk zochten naar een weerwoord op de na-oorlogse dreiging van een atoomoorlog. Op deze expositie werd ik me weer eens bewust (het is me al vaker gebeurd in dit museum) dat zo’n theoretisch-wetenschappelijke benadering van de kunst de plank kan misslaan.

In De Fundatie zijn de werken van beide kunstenaars door elkaar opgesteld, maar het lukte mij niet de verbinding te leggen. De beelden van zowel Giacometti als van Chadwick (in zijn vroege periode) hebben een sterke zeggingskracht, maar ze spreken een verschillende taal. Het overkoepelende thema ‘Facing Fear’ is er wat mij betreft met de haren bijgesleept. Wat verbindt deze twee kunstenaars, anders dan het technische feit dat ze allebei hun sculpturen opbouwen uit dunne draadstalen skeletten, die ze op hun eigen manier ‘aankleden’ met andere vormen?

Het enige raakvlak van beide kunstenaars is de Biënnale van Venetië van 1956. Hier exposeerden ze allebei. Giacometti (inmiddels 55 jaar oud), de immer nerveuze zoeker naar de slankste mensvorm, maakte speciaal voor de expositie een reeks staande ‘Vrouwen van Venetië’. Van Chadwick (met zijn 41 jaar een van de jongste deelnemers) waren op de Biënnale puntige, vogelachtige wezens te zien die een nieuwe geest ademden. Ze hadden de rebelse uitstraling van de nozem-generatie. Tot ieders verrassing ging de Grote Prijs voor de Beeldhouwkunst niet naar de gedoodverfde winnaar Giacometti, maar naar Chadwick.

Vrouwen van Venetië, Giacometti, 1956 (l), De Vreemdeling, Chadwick, 1954 (r). Foto’s: Berend van Dooren

In De Fundatie, waar de Biënnale-werken van beide kunstenaars in één zaal staan opgesteld, wordt de suggestie gewekt dat de keuze van de jury in 1956 was ingegeven door strategische motieven en niet door kunstzinnige. Op de toelichtende tekst in de ‘Biënnale-zaal’ vertelt het museum dat in de jaren ervoor de prijs was gegaan naar modernistische kunstenaars die na de Tweede Wereldoorlog de kunst hadden vernieuwd, maar nu misschien wat teveel waren ‘gearriveerd’ (respectievelijk: Moore in 1948, Zadkine in 1950, Calder in 1952 en Arp in 1954). In 1956 koos de jury voor de ‘provocatieve’ beelden van aanstormend talent Chadwick.

Zelf ervoer ik de Biënnale-beelden van Chadwick als sterker dan die van Giacometti. Ik snap de jury wel. Chadwicks Jeroen-Bosch-achtige figuren, zoals ‘Het innerlijk oog’ en ‘De vreemdeling’, hebben meer zeggingskracht dan de Venetiaanse vrouwen van Giacometti. De laatste had in 1956 gewoon een wat minder jaar, is mijn indruk. Overigens werd in 1962 tijdens de Biënnale alsnog de Grote Prijs voor de Beeldhouwkunst aan Alberto Giacometti toegekend.

En terecht, want Giacometti’s werk overstijgt de tijd. Het is niet (alleen) een antwoord op de atoomdreiging uit de vijftiger jaren, het is een universele uitdrukking van de condition humaine. Zijn draadmagere, kwetsbare figuren weten mij diep te raken. Zijn ‘Lopende Man’ bijvoorbeeld duikt in 1943 al op, in drievoud. Drie beverig dunne mannen lopen, de blik op de horizon, van elkaar af. Of naar elkaar toe.

Groep van drie mannen, Alberto Giacometti, 1943-1949

In de filmzaal is te zien hoe Giacometti met een koortsige ernst eindeloos aan zijn beelden werkt. Hij kneedt, snijdt weg, kneedt, snijdt nog meer weg en altijd vindt hij zijn beelden te dik. De kern van zijn werk (om dat Zadkiniaanse begrip uit mijn lezing ‘Inside Ossip’ hier maar eens te gebruiken) is de dunste en diepste samenhang tussen de delen die samen een levend wezen vormen. En daar loopt-ie, de hond. Daar loopt-ie, de man.

Hond, Giacometti, 1957 (l), Lopende man I, Giacometti, 1960 (r)

Foto boven dit artikel: Still uit de film ‘Alberto Giacometti in his Paris Studio‘, 1967

 

Showing 2 comments
  • Mieke Taal
    Beantwoorden

    Beste Hans,
    Dank voor je onbaatzuchtige zoektocht en voor de ” kunst” om je inzicht te verwoorden.
    Heb toevallig ’n tweetal toelichtingen gehoord en had moeite de combinatie te zien.Ligt gelukkig niet helemaal aan mij! Misschien moeten twee namen extra “trekkers” zijn en moet daarom een wat geforceerde link worden gelegd.
    Fijne feestdagen en succes met Zadkine.

    • Hans van der Gaarden
      Beantwoorden

      Dankjewel, Mieke, voor je reactie.
      Bij kunst ligt het nooit aan de toeschouwer; je ziet wat je ziet.

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search