In mijn lezing ‘Rembrandts Handen’ zit een citaat van Rembrandt. Het is de enige uitspraak van Rembrandt over zijn werk die bewaard is gebleven. In de dertiger jaren van de zeventiende eeuw schreef Rembrandt een aantal brieven aan Constantijn Huygens, die een bewonderaar was van de jonge kunstenaar. In een van die brieven stelt Rembrandt dat hij in zijn schilderijen streeft naar ‘de grootst en natuurlijkst mogelijke beweeglijkheid’.

Brief van Rembrandt aan Constantijn Huygens, d.d. 27 januari 1639

Die beweeglijkheid kan je letterlijk opvatten; er zit veel beweging in zijn schilderijen, etsen en tekeningen. Zijn figuren zijn dynamisch opgesteld, ze bewegen alle kanten op, ‘pratend’ met hun handen. Maar je kunt die beweeglijkheid ook overdrachtelijk opvatten; de figuren zijn innerlijk bewogen, ze ondergaan emoties en die kun je aflezen aan hun houdingen, hun gezichtsuitdrukkingen en vooral aan hun handen.

Aan het begin van zijn carrière legt Rembrandt de nadruk op die letterlijke beweeglijkheid. In zijn schilderijen zijn heftige gebaren en houdingen te zien die vaak een dramatisch contrast vormen met andere bewegingen op het doek. In zijn latere werken zie je meer en meer dat de beweeglijkheid zich verinnerlijkt. De ‘uitwendige’ dynamiek van dramatische gebaren wordt minder, de figuren zijn nu meer innerlijk bewogen. We kunnen hun zieleroerselen aflezen aan subtiele handgebaren en aan details in de houding.

Een mooi voorbeeld van die verschuiving van uiterlijke beweging naar innerlijke beweging zijn de twee schilderijen die Rembrandt maakte van Saul en David. Het verhaal waarop Rembrandt zich baseerde gaat als volgt: Saul, de koning der Joden en een niet zo succesvol legeraanvoerder, heeft aanvallen van waanzin. De enige die hem kan kalmeren is David met zijn prachtige harpspel. Maar als David ook een kundig legeraanvoerder blijkt te zijn die tienduizend Filistijnen weet te verslaan, wordt Saul jaloers en bang. Hij vreest dat David hem van de troon zal stoten. In angstige spanning luistert hij naar Davids harpspel, terwijl hij op het punt staat zijn speer naar hem te gooien.

Saul en David, 1630, olie op paneel

In het eerste schilderij, uit 1629-1630, is het verhaal theatraal-dramatisch weergegeven. Saul zit met afgewend hoofd te luisteren naar Davids harpspel. De ogen zijn wantrouwend naar David gedraaid, het linkeroog lijkt wel toegeknepen te zijn. Het licht valt vol op Sauls rechterhand, waarmee hij krampachtig de speer vasthoudt. Met de linkerhand zet Saul zich schrap tegen de armleuning, zijn linkerschouder is dreigend – of angstig ? – opgetrokken.

De spanning in Sauls houding staat in sterk contrast met de gebogen houding van de nietsvermoedende David. Rustig zit hij op zijn harp te tokkelen. Zijn muziek gaat met de vloeiende vorm van de harp mee omhoog en botst op de harde, rechte speer van de gespannen, rechtop zittende heerser. Zelfs in de pluim op de tulband van Saul zit spanning; het lijkt bijna een hand die zich afwerend opheft tegen de muziek. Of een klauw die zal neerdalen op David.

Ongeveer twintig jaar later schildert Rembrandt de scène nog een keer en dit prachtige schilderij van rond 1650 hangt in het Mauritshuis. Hier zien we twee geïsoleerde figuren in een oneindig zwarte ruimte. Saul troont nog wel boven David, maar de spanning is uit hem weggezakt. Hij zit in elkaar gedoken en bedekt zijn linkeroog met een zwart gordijn dat hij uit de duisternis trekt. Davids harp maakt een opwaartse beweging, maar hij bereikt Saul niet meer.

Saul en David, ca. 1650, olie op doek

Met zijn ene oog staart Saul in de duisternis, zijn hand rust krachteloos op de schuin weggezakte speer. Hier krijgen we een inkijkje in de ziel van Saul. Die is pikzwart; hij ziet geen uitweg meer, alleen maar duisternis. Hij lijkt te willen verdwijnen in de duisternis. Er gaat geen dreiging van hem uit, alleen maar tragiek.

Dit laatste schilderij heeft voor mij veel meer zeggingskracht dan het vroege schilderij. Daarin zie ik Saul als een gevaarlijke gek, een man die je beter zou kunnen mijden. In de latere Saul herken ik een deerniswekkende, angstige man, die niet meer weet hoe hij de duisternis moet overwinnen. Rembrandt slaagt er in de loop van zijn leven steeds beter in het drama van de condition humaine uit te drukken. Niet in uitwendige beweeglijkheid, maar in de kleine gebaren van de verinnerlijking.

Op 7 juli nog één keer de lezing ‘Rembrandts Handen’
Op 21 juni de wandeling ‘De bloeiende linde; van mineur naar majeur’
Zie Agenda

 

 

 

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search