De engel van Rembrandt

Voor het afbeelden van engelen draaiden zeventiende-eeuwse kunstenaars hun hand niet om. Ook bij Rembrandt zijn ze regelmatig te zien. Het zijn vaak androgyne jongelingen, met blonde krullen, een zacht gezicht en enorme gevederde vleugels die ergens bij hun schouderbladen zijn aangehecht.

In de vroege werken van Rembrandt komt de engel vaak uit hogere sferen aanvliegen (meestal de linkerbovenhoek van de afbeelding) en veroorzaakt zijn verschijning schrik en ontzetting. In ‘De engel verschijnt aan de herders’, een ets uit 1634, slaat het vee in wilde paniek op hol en ook de herders zoeken een veilig heenkomen of staan aan de grond genageld.

De engel verschijnt aan de herders, ets, 1634

De engel in het schilderij ‘Abrahams offer’ uit 1635 verschijnt eveneens als een donderslag bij heldere hemel. Op het allerlaatste moment grijpt hij Abraham bij de pols. Die kijkt verwilderd opzij naar de engel en laat het mes vallen waarmee hij zijn zoon Isaak zou doden. In Rembrandts vroege werk duiken de engelen dus plotseling op en boezemen ze schrik en ontzag in.

Abrahams offer, olie op doek, 1635

Heel anders gaat het toe in de ets die Rembrandt in 1655 maakte en die ook Abrahams offer als onderwerp heeft. Hier heeft de engel Abraham van achteren benaderd en slaat hij zijn armen om hem heen. Het is een liefdevol, ondersteunend gebaar waardoor Abraham uit zijn gruwelijke state of mind kan breken en niet de moordenaar van zijn zoon hoeft te zijn.

Abrahams offer, ets, 1655

Ook in een ets uit 1652, ‘Christus in de hof van Getsemane’, is de engel ondersteunend en liefdevol. Vlak voor de kruisiging verkeert Jezus in grote nood. Hij worstelt met Zijn aanstaande lijden en dood en bidt tot Zijn Vader: “Laat deze drinkbeker aan Mij voorbij gaan.” De discipelen slapen, Jezus staat er alleen voor. Een engel knielt bij Hem neer en ondersteunt Hem met beide armen.

Christus in de hof van Getsemane, ets, 1652

Maar ook lijkt het of de engel Jezus opricht en zodat Hij zich kan omdraaien naar de soldaten die Hem komen arresteren. Hier laat Rembrandt een bijzonder aspect van de engel zien. Het is niet een hemels wezen dat onheil afwendt, maar een liefdevol wezen dat je bijstaat op momenten dat je heel zware keuzes moet maken.

In de loop van zijn leven is Rembrandt engelen dus heel anders gaan weergeven. Oorspronkelijk zijn het felle, schitterende hemelbodes die met grote overmacht ingrijpen in het dagelijks leven, uiteindelijk worden het intieme wezens, die liefde en steun bieden op momenten dat mensen heel erg op zichzelf worden teruggeworpen.

En dan is er nog het schilderij ‘Jakob worstelt met de engel’ uit 1659. Het lijkt helemaal geen worsteling, althans wat de engel betreft. Jakob klemt de engel met beide armen tegen zich aan, maar de engel lijkt hem te ontglippen. Jakob kan de engel niet bij zich houden, hij móet opstijgen zoals een ballon onder water moet opstijgen.

Jakob worstelt met de engel, olie op doek, 1659

Jakob wil de engel niet laten gaan, maar je kunt een engel niet claimen, lijkt Rembrandt te zeggen. Tegelijk laat hij zien hoe hevig dat verlangen naar ondersteuning en liefde kan zijn. Hij schildert Jakob als een sterke jongeman in een rode mantel, die zijn armen krachtig om de stralende engel heeft heengeslagen. Zo sterk is het verlangen naar de engel van Rembrandt; het is een menselijk verlangen.

Op 7 juli geef ik nog één keer de lezing ‘Rembrandts Handen’, met o.a. de beide afbeeldingen van Abrahams offer. Informatie en reserveren: zie Agenda.

 

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search