In al zijn speelsheid en diepzinnigheid is Hans Arp altijd een Dadaïst pur sang geweest. Zijn leven lang heeft hij zich verzet tegen de verstandelijke, de logische benadering van het leven. Zijn leven lang zong hij de lof van het onverstand – ‘das Lob der Unvernunft’ , zoals de biografie heet die de basis vormde voor mijn lezing.

In de kunsten had die eenzijdige verstandelijke benadering van het leven geresulteerd in illusionistische kunst; kunst waarin de werkelijkheid werd nagebootst. Dat was geen kunst, volgens Arp, dat was een kunstje. In 1915, een jaar voor de oprichting van Dada, schreef Arp een vlammend voorwoord in de catalogus van zijn expositie ‘Moderne wandkleden, borduurwerken, schilderijen en tekeningen’. Zelf exposeerde hij daar het wollen wandkleed ‘Compositie’.

‘Compositie’, wandkleed van Hans Arp, en catalogus van de expositie ‘Moderne wandkleden, borduurwerken, schilderijen en tekeningen’, 1915

Arp stelt in dit voorwoord dat het al fout ging bij de Grieken en hun illusionistische beelden. Door het illusionisme was de kunst ontaard in ijdeltuiterij, een wedstrijd in wie het mooist de werkelijkheid kan nabootsen. ‘De illusionistische Griekse beelden en renaissanceschilderijen hebben ertoe geleid dat de mens zijn kunst overschat, ze hebben tweespalt en onenigheid gebracht. …’
‘Afbeeldingen maken is nabootsing, is spektakel, een koorddans-act. Niemand zal ontkennen dat er koorddansers zijn met verschillende talenten. Maar kúnst is werkelijkheid, en die gemeenschappelijke werkelijkheid moet boven het particuliere uit klinken.’

Toen Arp zich eenmaal het Dada-idioom van ironie en (zelf-)relativering had eigengemaakt, ventileerde hij deze mening in de prachtige Dada-Sprüche. Hij schreef deze spreuken in 1955, dus veertig jaar na bovenstaand citaat, en sprak ze zelf in op de LP ‘Hans Arp liest Hans Arp. Als u op de link in deze titel klikt, kunt u ‘de meesters stem’ horen als hij zijn Dada-Sprüche voordraagt.

Hieronder vindt u de originele versie van de laatste twee Dada-Sprüche met de vertaling. In deze tekst neemt Arp twee klassieke Griekse sculpturen op de hak: de iconische beelden ‘Venus van Milo’ en ‘Laokoön en zijn zonen’.

Venus van Milo (130 v. Chr.) en Laocoön en zonen (40-20 v. Chr.)

Der Dadaismus hat die schönen Künsten überfallen. Er hat die Kunst für einen magischen Stuhlgang erklärt, die Venus von Milo klistiert und  << Laokoon & Söhnen >> nach tausendjährigem Ringkampf mit der Klapperschlange ermöglicht, endlich auszutreten. Der Dadaismus hat das Bejahen und Verneinen bis zum Nonsens geführt. Um Überheblichkeit und Anmaßung zu vernichten, war er destruktiv.

 

Dada ist der Urgrund aller Kunst. Dada is für den  <<Ohne-Sinn>> der Kunst, was nicht Unsinn bedeutet. Dada ist ohne Sinn wie der Natur. Dada ist für die Natur und gegen die Kunst. Dada ist unmittelbar wie die Natur und versucht jedem Ding seinen wesentlichen Platz zu geben. Dada ist moralisch wie die Natur. Dada ist für den unbegrenzten Sinn und die begrenzten Mittel. Das Leben ist für den Dadaisten der Sinn der Kunst. Die Kunst kann die Mittel mißverstehen und statt begrenzter Mittel unendliche Mittel anwenden. Dann wird nur Leben, nur Natur vorgetäuscht, statt Leben erschaffen. Die akademische Malerei beschreibt, gibt Illusionen statt Leben und Natur. Die akademische Malerei täuscht die Natur und das Leben vor.

 

Uit: Dada-Sprüche, 1955

In vertaling:

Het Dadaïsme heeft een overval gepleegd op de schone kunsten. Het heeft de kunst uitgeroepen tot een magische stoelgang, de Venus van Milo een klysma gegeven en heeft het mogelijk gemaakt dat << Laokoön & Zonen>> na een duizendjarige worsteling met de ratelslang eindelijk los konden komen. Het Dadaïsme heeft het bevestigen en ontkennen tot nonsens gedreven. Om grootspraak en verwaandheid te vernietigen, was het destructief.

 

Dada is de oergrond van alle kunsten. Dada is voor de <<zonder-zin>> van de kunst, wat niet onzin betekent. Dada is zonder zin als de natuur. Dada is voor de natuur en tegen de kunst. Dada is direct als de natuur en probeert elk ding zijn wezenlijke plaats te geven. Dada is moreel als de natuur. Dada is voor de onbegrensde zin en de begrensde middelen. Het leven is voor Dadaïsten de zin van de kunst. Kunst kan de middelen verkeerd begrijpen en in plaats van begrensde middelen oneindige middelen gebruiken. Dan wordt het leven, de natuur alleen maar voorgespiegeld, in plaats van geschapen. De academische schilderkunst beschrijft, geeft illusies in plaats van leven en natuur. De academische schilderkunst spiegelt ons de natuur en het leven voor.

Fundamentele kritiek, gevat in speelse retoriek. Dát is Arp. In de lezing op 16 september hoort u meer.

Showing 2 comments
  • vera
    Beantwoorden

    je tovert nu al een glimlach tevoorschijn Hans.
    Ik lees The Artists Way van Julia Cameron. Sluit in zekere zin wel aan.
    tot in september!

    • Hans van der Gaarden
      Beantwoorden

      Dankjewel, Vera.
      Vertel me t.z.t. maar wat meer over Julia Camerons boek.
      Tot ziens bij de lezing.

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search