In de roman ‘I am Elijah Thrush’ van de Amerikaanse schrijver James Purdy – net als zijn andere romans een duister, bizar en betoverend mooi verhaal over de zoektocht naar liefde – komt een beeldschone jongeman voor, genaamd Bird of Heaven. Deze engelachtige persoonlijkheid is stom, hij kan niet praten.

Toch is er ergens in het verhaal een moment dat de jongen gaat praten en het beeld dat James Purdy daarvan schetst maakte veel indruk op me. Ik herinner me het niet meer precies, maar plotseling rolden van de lippen van de jongeman ‘arpeggio’s van vogelgeluiden’. In dat obscure milieu van Purdy’s verhaal, vol destructieve libidineuze driften, klinkt opeens een lichte, glinsterende vogelmuziek.

Arpeggio; een prachtige muziekterm. Letterlijk betekent het ‘van een harp’. Het is een akkoord dat je krijgt door een aantal snaren snel na elkaar aan te raken: ‘PRING!’. Eigenlijk is het een gebroken akkoord, want de tonen liggen te ver uit elkaar om ze met één haal te kunnen aanraken. Het klinkt dus eerder als ‘P.R.I.N.G!’. Een mooi voorbeeld van zo’n gebroken-akkoord-arpeggio is de prelude in C van Johan Sebastiaan Bach, gespeeld door de Engelse harpiste Amy Turk.

Hans Arp was dol op woordspelletjes met zijn naam. Een reeks litho’s uit 1923 noemde hij ‘Arpaden’ en hij gebruikte graag het woord ‘Arpeiron’ voor het begrip ‘apeiron’; de oer-energie waaruit alles ontstaat. Ik zou de gedichten van Arp ARPeggio’s willen noemen. Aanstaande zondag gaat mijn lezing ‘Hans Jean Arp – dromen, beelden, gedichten’ in première en zal ik een aantal ARPeggio’s van mijn lippen laten rollen.

Arps gedichten geven mij een licht gevoel. Ze zijn speels, grappig, verrassend en hebben vaak een kritische toon zonder ook maar een moment bitter te zijn. De Duitse woorden die Arp kiest zijn niet moeilijk, maar ik moet goed opletten ze voor in de mond uit te spreken. Dat geldt eens te meer voor de fantasietaal die hij af en toe gebruikt in zijn gedichten: die schöne Firgelsprache; een lichtgewicht, glinsterende taal, die huppelend en fladderend als een vogeltaal je lippen verlaat.

‘Firgel zem fetz/nept tame irgi/ go empa pfpfpf’ klinkt het in de Firgel-Gedichte uit 1965. En in het gedicht ‘Die große Firgelei’ uit 1963 (door mij eerst abusievelijk gelezen als Das große Firgel-ei) hoor je: ‘Knebs zabala dri di dri mn dri/ sp sp tatagu’. Vervolgens geeft Arp de vertaling van deze woorden ‘in unserer Staubsprache’.

Met Die große Firgelei sluit ik mijn lezing zondag af. Een mooi ARPeggio om mee te besluiten, vind ik. Overigens klinken arpeggio’s niet uitsluitend lieflijk, zoals bij harpiste Amy Turk. Je kunt ook, zoals de Franse gitarist Guillaume Estace, je hangende haar in een mannenknotje doen en swingende, meeslepende ARPeggio’s uit je elektrische gitaar laten knallen. ‘zem fetz firgel ool zapf’

Zondag 16 september, 14.00 uur: ARPeggio-time.

 

Afbeelding boven dit artikel: Hans Arp, rond 1930

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search